Camp Rauw: “We hebben er geen problemen mee om heilige huisjes omver te schoppen”

Vandaag lanceert het hiphopcollectief Camp Rauw (Stryder, Gaza en De Marksman) de nieuwe videoclip ‘steek de wereld in de fik’. Ik sprak met de Rotterdamse rappers over de nieuwe clip, maatschappijkritiek, het proces van volwassenwording en de staat van hiphop in Nederland.

Het hiphopcollectief Camp Rauw wordt gevormd door de Rotterdamse rappers Stryder, Gaza en De Marksman. Tussen 2010 en 2012 stonden de rappers vooral bekend om hun rauwe, maar persoonlijke teksten waarin ze scherpe maatschappijkritiek uitten. In deze periode brachten ze twee mixtapes uit en ze werden meerdere keren uitgenodigd voor een studiosessie bij het populaire hiphopplatform 101Barz van BNNVARA. Daarna werd het stil. Na een tussenpoos van zes jaar lanceren de rappers vandaag de nieuwe videoclip ‘steek de wereld in de fik’. Voor Young Critics sprak ik met Camp Rauw over de nieuwe clip, maatschappijkritiek, het proces van volwassenwording en de staat van hiphop in Nederland.

Welkom terug en gefeliciteerd met jullie nieuwe clip! Hoe verwachten jullie dat de clip ontvangen gaat worden?

Stryder: We zijn zes jaar geleden gestopt met het maken van hiphop. In de tussentijd is de Nederlandse hiphopscene compleet veranderd. Dat brengt uitdagingen met zich mee, maar er is behoefte aan rauwe hiphop. Ik weet dat er een groep jongeren is die op ons wacht.

Gaza: We zijn ons er van bewust dat onze muziek niet voor de ‘massa’ is. De groep waar wij muziek voor maken zal de clip waarderen. Na de release van onze vorige mixtape kregen we mails en brieven van jongeren waarin ze schreven dat wij hun levens positief beïnvloed hebben. Dat is voor mij persoonlijk belangrijker dan het aantal streams of views.

Jullie staan bekend om rauwe teksten en scherpe maatschappijkritiek. In de nieuwe track spreken jullie je uit over uiteenlopende kwesties. Wat willen jullie daarmee bereiken?

Stryder: Ik hoop vooral dat onze muziek mensen inspireert en tot nadenken aanzet over de inrichting van de maatschappij. We hebben er geen problemen mee om heilige huisjes omver te schoppen. Er zullen altijd mensen zijn die dat als provocerend ervaren, maar dat vind ik prima. Ook als GeenStijl-types over onze teksten vallen, dan staan we nog steeds achter de kritiek die we uiten.

De Marksman: Ja, precies. We willen met onze muziek juist maatschappelijke misstanden aan de kaak stellen. We zijn daar niet terughoudend in.

Naast mondiale en geopolitieke vraagstukken richten jullie je in het nummer ook tot de Nederlandse jeugd. Vanwaar die urgentie?

De Marksman: Een deel van de jonge generatie heeft alleen nog maar interesse in oppervlakkige zaken, status en materie. Ik beschouw het echt als een ziekte. De diepere laag lijkt verdwenen. Ik wil jongeren daar bewust van maken en een alternatief bieden. Kijk om je heen, word wakker.

Gaza: Het is vaak onbewust, hè. Een deel van de jongeren is slachtoffer van de omgeving waarin ze zijn opgegroeid. Die jongeren omarmen niet per se de huidige staat van de samenleving, maar ze weten ook niet hoe ze zich er constructief tegen kunnen verzetten. Ik hoop dat dit nummer jongeren aan het denken zet.

Jullie brachten twee mixtapes uit, ‘de confrontatie’ (2010) en ‘de stem van’ (2012) en werden meerdere keren uitgenodigd voor een studiosessie bij 101Barz. Jullie muziek was populair bij jongeren die zich niet thuis voelden in de hedendaagse samenleving. Desondanks bleef het zes jaar stil. Wat vormde de aanleiding om toch weer muziek te gaan maken?

Gaza: Er zijn verschillende redenen, maar de belangrijkste trigger was de Barzchallenge van Rotjoch. Hij beklaagde zich op zijn Instagramaccount over de staat van hiphop waarin vrijwel alle muziek hetzelfde klinkt. Hij riep mensen op om met barz en inhoud te komen. Nou, dat brachten we.

De Marksman: Eigenlijk zei Rotjoch gewoon ‘laat zien wat hiphop is’. De urgentie om muziek te maken was in de afgelopen zes jaar niet verdwenen, maar die challenge vormde een belangrijke aanleiding om weer eens van ons te laten horen.

Stryder: Voor mij is hiphop altijd de stem van de stemlozen geweest. Binnen hiphop hoef je niemand toestemming te vragen om achter de mic te staan. De urgentie om te schrijven en rappen is er voor mij zolang maatschappelijke vraagstukken niet de aandacht krijgen die ze verdienen.

Luisteraars die jullie van vroeger kennen, zullen een proces van volwassenwording in jullie tracks herkennen. Wat is het grootste verschil tussen de Camp Rauw van toen en de Camp Rauw van nu?

Stryder: Ik denk dat we volwassener zijn geworden en daardoor zaken beter in perspectief kunnen plaatsen. In 2012 waren wij de broertjes die tegen misstanden in de samenleving schopten. Nu beschouw ik ons als de oudere broers, die zes jaar aan levenservaring rijker zijn. Die ervaring wil ik graag met de luisteraar delen.

De Marksman: Ik denk dat jongeren ons vroeger ook al als ‘broers’ beschouwden. Ze identificeerden zich met onze muziek, omdat ze zich herkenden in de onvrede die we in onze teksten beschreven. Natuurlijk zijn wij volwassener geworden, maar onze oude luisteraars zijn ook in dat proces gegroeid.

Hiphop is nu veel populairder dan tijdens jullie hoogtijdagen. Hoe kijken jullie naar de staat van hiphop in Nederland?

Stryder: Ik beschouw het als een vloek en een zegen. Het bereik van hiphop is in de afgelopen jaren gegroeid, waardoor het medium veel krachtiger geworden is. Hiphop domineert alle charts en de traditionele media kunnen niet meer om het genre heen.
Daarnaast heeft hiphop bewezen geld te kunnen genereren. Het heeft jongeren van de straat naar rijkdom getild. Dat vind ik geweldig.

De keerzijde van het succes is dat de inhoud en empowerende kracht van hiphop steeds meer verdwijnen. Artiesten maken steeds vaker hitgevoelige nummers. Dat komt omdat hiphop business is geworden. Beatmakers vragen met gemak 2000 euro voor een beat. Die bedragen zijn een investering die zich later uitbetaalt als je commerciële muziek maakt, maar voor andere artiesten is dat niet op te brengen.

Gaza: Door de commerciële staat van hiphop, staan rappers constant onder druk om te presteren. Voorheen namen rappers veel langer de tijd om aan een album te werken, soms wel langer dan een jaar. De nieuwe generatie hiphopartiesten heeft daar geen tijd voor, want de luisteraars zijn ook veranderd. Zij nemen niet meer de tijd om een album volledig te beluisteren. Ieder nummer moet daarom aanslaan.

Hebben jullie overwogen om hitgevoelige nummers te gaan maken?

Stryder: We hebben nooit overwogen om ‘oppervlakkige’ muziek te maken, maar we denken wel na over hoe we mensen kunnen bereiken. Mensen luisteren ook naar hiphop vanwege het entertainment gehalte. Laten we dat vooral niet vergeten. Dat betekent niet per se dat we commerciële muziek moeten maken, maar wel dat we onze boodschap op een muzikale wijze verpakken zodat mensen er graag naar luisteren.

Gaza: Als je geld met hiphop wilt verdienen, dan moet je soms water bij de wijn doen. Wij zijn wat dat betreft onafhankelijk, want we hoeven hier geen geld mee te verdienen. We hebben allemaal een betaalde baan, dus we maken alleen muziek waar we achter staan.

Wat kunnen we in 2018 nog van jullie verwachten?
De Marksman: Momenteel werken we aan ons nieuwe album ‘Meer dan muziek’. De titel zegt het eigenlijk al. We overstijgen muziek en laten zien dat hiphop ook een vorm van verzet tegen het establishment kan zijn. De luisteraar kan dus weer rauwe lyrics verwachten waarin we scherpe maatschappijkritiek uiten. Naar verwachting releasen we het album begin 2019.


Natasha Huiberts (1992) probeert bij te dragen aan een rechtvaardige wereld door maatschappelijke organisaties te ondersteunen bij de ontwikkeling en uitvoering van projecten en campagnes. Momenteel begeleidt ze statushouders bij het opbouwen van een nieuw leven in Nederland.


Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Natasha Huiberts de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie of een kopje ☕!

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Natasha eens? Waarom wel/niet?