Helden van toen, schurken van nu

Hij staat op een verhoging, met zijn kin trots omhoog en zijn hand rustend in zijn zij. Hij houdt de zonnestralen tegen, waardoor hij een letterlijke schaduw laat vallen die nooit groter kan worden dan zijn figuurlijke. Zijn mantel valt over zijn schouders, waardoor hij meer doet denken aan een superheld dan aan wat hij werkelijk was. Op een groot plein is hij al ruim een eeuw het middelpunt van de aandacht. Nu beperkt de aandacht zich echter niet alleen tot bezoekers van dit plein, maar door het hele land kent men zijn beeld en zijn schaduw. Nog meer kent iedereen het bloed dat van zijn handen druipt en de lijken die in zijn schaduw rusten. Een held van toen, een schurk van nu.

Dit zou van toepassing kunnen zijn op duizenden standbeelden en monumenten gewijd aan de helden van toen. Kritischer kijken naar deze standbeelden onthult vaak een onderbelichte duistere kant, die doet afvragen of zo’n heldhaftig monument wel verdiend is. Het is een discussie die volledig past in de huidige tijd, waar polariserende discussies over identiteit ook het verleden betrekken. Zo speelt al langer de zwartepietendiscussie, waar de link met slavernij en racisme de emoties hoog doet oplopen. Niet alleen aan de kant die Zwarte Piet het liefste uit onze traditie ziet verdwijnen, waarvan velen een persoonlijke familiegeschiedenis hebben met slavernij en racisme, maar ook aan de kant van de voorstanders van Zwarte Piet, die zich nu voelen uitgemaakt als racist en medeverantwoordelijke voor de trans-Atlantische slavernij, die al in het midden van de negentiende eeuw werd afgeschaft. Het zijn gevechten die eeuwen op zich hebben laten wachten en ze worden uitgevochten met harde woorden.

Dispereert niet

Een artikel over de origine en evolutie van Zwarte Piet zal op zich moeten laten wachten, hoewel daar zeker een interessante historie achter zit. De focus ligt nu op die helden wiens standbeelden nu zoveel controverse opwekken. De grootste volksheld wiens reputatie de laatste jaren veel schade heeft opgelopen, is Jan Pieterszoon Coen (1587 – 1629). Op de Roode Steen in Hoorn staat zijn standbeeld hoog en machtig, met zijn bekende leus “Dispereert niet” op zijn voetstuk. Coen werd in Hoorn geboren in 1587 en wist een carrière op te bouwen binnen de Verenigde Oostindische Compagnie. Coen is voornamelijk bekend als grondlegger van de gigantische Nederlandse invloed in Zuidoost-Azië. Dit is voornamelijk te danken aan het stichten van de handelspost Batavia, het huidige Jakarta, dat een groot handelscentrum werd. Dat is echter niet de reden van al het bloed dat van zijn handen afdruipt.

Coens grootste zonde was ongetwijfeld de ontvolking van de Banda-eilanden. Onder het motto “het doel heiligt de middelen” liet Coen een strafexpeditie uitgaan naar de Banda-eilanden in opdracht van de Heeren XVII. Dit kent een belangrijke voorgeschiedenis. Contact tussen de VOC en de Bandanezen was al lang aanwezig. De VOC en de Banda-eilanden hadden een contract wat betreft de handel op nootmuskaat, dat alleen op die eilanden groeide. De afspraak was duidelijk: de Bandanezen mochten alleen nootmuskaat leveren aan de VOC. Zij kwamen dit echter niet na, met als gevolg dat de Heeren XVII, het bestuur van de VOC, Coen de opdracht gaven het probleem op te lossen. Een strafexpeditie naar de Banda-eilanden resulteerde in de bijna complete ontvolking van een eilandbeschaving, met slechts 600 van de 15.000 Bandanezen die de aanval overleefden. Hierom is Coen hét voorbeeld van koloniale agressie, waarin het doel de middelen heiligde. In een periode waar ons koloniale verleden nog al eens onder een kritische loep wordt genomen, is deze gebeurtenis als een dode vlieg in een al onsmakelijk ogende soep.

Hierbij wordt echter geen aandacht besteed aan de reden waarom Coen als held wordt bestempeld. Wat is er eigenlijk zo heldhaftig aan een vermeende massamoordenaar? Vaak wordt vergeten dat Coen gezien kan worden als één van de sleutelfiguren tot het succes van de Nederlandse handel in ‘de Oost’. Het stichten van de handelspost Batavia, wat uitgroeide tot een belangrijk handelscentrum en het verkrijgen van een monopolie op nootmuskaat, ook al moesten daar honderden liters bloed voor vloeien, hadden allemaal een enorm positief effect op onze handel. Nootmuskaat was zelfs in zo’n enorme overvloed in de VOC-pakhuizen aanwezig, dat voorraden op een gegeven moment in brand werden gestoken om de prijs hoog te houden. Coen is in dat opzicht een vader van de Nederlandse welvaart geweest. Dan wordt de afweging wel heel moeilijk: was dit een held of een schurk?

Dixieland

Onze vrienden aan de overkant van de oceaan, in het land van Coca-Cola en McDonald’s, hebben zo hun eigen discussie over de positie van standbeelden in de huidige maatschappij. De gemoederen liepen zo hoog op dat het zelfs uitliep op één van de meest memorabele taferelen in de recente Amerikaanse geschiedenis, namelijk de protesten in Charlottesville, Virginia, op 13 augustus 2017. Deze demonstratie bracht politiek links en rechts in een venijnige strijd, met zelfs een dode als gevolg.

De ‘Unite the Right’-rally, een initiatief van de alt-right, marcheerden met tuinfakkels in de hand door de straten van Charlottesville, naar aanleiding van een discussie over een standbeeld van de befaamde Robert E. Lee; de belangrijkste generaal van de Zuidelijke staten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, die van 1861 tot 1865 noord en zuid tegenover elkaar zette.

Eén van de belangrijkste strijdmotieven tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog was het behoud van slaven. Zelfs al voordat de slavernij in de Verenigde Staten officieel werd afgeschaft in 1865 met de “13th Amendement”, was er de vraag of slavernij nog wel in de maatschappij van toen paste. Hoewel de slavenhandel in 1808 al was afgeschaft, wat betekende dat er geen slaven meer geïmporteerd mochten worden, was het houden van slaven nog niet verboden. In het noorden groeide de afkeer al snel na het verbod op de handel, om een paar belangrijke redenen. Ten eerste was de raciale hiërarchie die vooral in het zuiden heerste voor noorderlingen verwerpelijk. Zij voelden meer voor gelijkheid. Ten tweede werd er op slavenhouders neergekeken. Ten derde werd men in het noorden vaker geconfronteerd met gevluchte slaven vanuit het zuiden, die bij wet moesten worden teruggestuurd, maar wat veel noorderlingen niet fijn vonden. Dit terwijl het zuiden enorm afhankelijk was van de slavernij. Nog altijd zijn er genoeg oude plantages te vinden in het zuiden van de Verenigde Staten, met een rijke historie waarin slavernij een gigantische rol speelde. Samengevat: het noorden wilde graag van de slavernij af, terwijl het zuiden er afhankelijk van was.

Uiteraard was ook de Amerikaanse Burgeroorlog een complexere zaak dan slechts slavernij, maar voornamelijk dit element is een grote reden om verzet te bieden tegen standbeelden van soldaten en generaals uit de Zuidelijke staten. Dit tot groot verzet van de huidige zuiderlingen, die zich via deze standbeelden vooral verbonden voelen met hun geschiedenis, naast het argument dat het weghalen van deze standbeelden gelijk zou staan aan het uitwissen of veranderen ervan naar de maatstaven van vandaag.

Een jaar na de protesten in Charlottesville leeft het debat voort, met een standbeeld genaamd “Silent Sam” voor de universiteit van Chapel Hill, North Carolina. Het standbeeld dient als herinnering aan studenten van de universiteit die meevochten in de Amerikaanse burgeroorlog aan de kant van het zuiden, de Confederatie genaamd. Op 20 augustus 2018 werd het standbeeld door studenten naar beneden gehaald, met als argument dat het een toonbeeld is van racisme en raciale ongelijkheid. Het leuke aan Silent Sam is dat dit beeld een interessante geschiedenis naar boven haalt, één die te vaak wordt vergeten in de discussie over omstreden beelden.

De helden van toen

“Silent Sam” werd gebouwd in 1913, vijftig jaar na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog, inderdaad als nagedachtenis aan studenten die hadden meegevochten. Een toespraak die gehouden werd tijdens de onthulling openbaarde een verborgen motief. Een veteraan uit de Amerikaanse Burgeroorlog, die aan de kant van de Confederatie vocht, noemde het zuidelijke leger “de redders van het Angelsaksische ras” en trommelde een herinnering op van hoe hij “een negroïde vrouw zweepslagen verkocht tot haar jurk aan flarden scheurde”. Dat smaakt als meer dan slechts een herinnering aan de geschiedenis. Dit is een verheerlijking ervan.

En dat woord, “verheerlijking”, brengt ons weer terug over de oceaan, naar het stadje Hoorn, waar Jan Pieterszoon Coen tot op de dag van vandaag trots het middelpunt is van een plein. Het standbeeld van Coen is ook een verheerlijking. Dan wel niet van raciale ongelijkheid, maar van de Gouden Eeuw, een periode waar volgens velen Nederland zijn hoogtepunt had bereikt. Beter dan een Gouden Eeuw kan het immers niet worden, toch?

Het standbeeld van Coen werd in 1893 onthuld, meer dan 300 jaar na de geboorte van Coen. Coen was het toonbeeld van Nederlandse welvaart, wat bijna nostalgisch werd benaderd in een tijd toen de Nederlandse glorie ver te zoeken was. De functie van dit beeld, en vele andere beelden van tijdsgenoten van Coen, was om een nationaal eenheidsgevoel op te wekken. Ook paste Coen prachtig in het modern imperialisme, wat gezien kan worden als een tastbaar nalatenschap van die ‘grote’ Nederlanders uit de Gouden Eeuw.

Op een voetstuk plaatsen

Wie goed rondkijkt naar de geschiedenis van standbeelden, ziet dus een opvallend patroon: velen zijn niet bedoeld als geschiedenisles of zelfs als een puur altruïstisch eerbetoon aan de afgebeelde persoon, maar dienden als verheerlijking van de geschiedenis, iets wat voor de geschiedschrijving enorm gevaarlijk is. Zodra geschiedenis zich vermengt met romantiek en nationalisme, begint een gevaarlijke toverdrank te ontstaan, die de drinker verblindt voor een genuanceerd, driedimensionaal en eerlijk beeld van de geschiedenis, waarin schaduwkanten en heldendaden zich constant afwisselen, vaak genoeg binnen hetzelfde levensverhaal.

L.P. Hartley zei in zijn boek “The Go Between” (1953): “Het verleden is een ander land; daar doen ze dingen anders”. Dit is de sleutelzin tot de discussie over deze standbeelden. Het verleden moet niet dienen voor romantisering of het aanwakkeren van nationale eenheid, maar puur als wetenschappelijke studie van het handelen van de mens en het ontstaan van de wereld om ons heen. Wat honderd jaar geleden normaal was, is vandaag de dag gek, en wat vandaag de dag normaal is, zal over honderd jaar met veel fronzen worden aangekeken.

Wat moeten we doen met de helden van toen? Simpel: we nemen het gehele plaatje. We ontnemen ze de titel van held en beoordelen ze op een compleet, driedimensionaal niveau, waarin zowel schaduwkanten als heldendaden eerlijk en feitelijk worden belicht. Geschiedenis hoort niet thuis in standbeelden en eenzijdige vieringen, maar in klaslokalen en stoffige musea, waar de feiten zonder kleur- en smaakstoffen worden voorgeschoteld. Met het verleden moet je inderdaad niet sollen, maar dat betekent ook dat het vrij moet blijven van demonisering of verering. Eerlijkheid duurt het langst.


Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Bobby Boelhouwer de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie of een kopje ☕!

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Bobby eens? Waarom wel/niet?