Tunnelvisie in de economie? Er zijn alternatieven

Manon Dillen is econoom en filosoof. Momenteel doet ze afstudeeronderzoek over de filosofische grondslagen van heterodoxe economische stromingen.

Uit een recent rapport van Rethinking Economics NL blijkt dat zo’n 85% van universitaire economie opleidingen bestaat uit neoklassieke theorie. Deze theorie gaat er kortweg van uit dat de samenleving bestaat uit een verzameling rationele individuen die ieder hun persoonlijke nutsmaximalisatie nastreven. Op de markt vertaalt zich dat in vraag en aanbod voor goederen en diensten die dit nut kunnen bieden. Zonder externe invloeden ontstaat via het prijsmechanisme een stabiele situatie waarin beschikbare middelen het efficiëntst ingezet worden.

Helaas is de werkelijkheid wat weerbarstiger dan dat deze theoretische grondslag doet vermoeden. Het is daarom belangrijk dat economiestudenten ook op andere manieren naar de economie leren kijken om onze maatschappelijke vraagstukken te begrijpen. Uit het eerder genoemde rapport blijkt echter dat er binnen economische curricula weinig aandacht is voor echte economische problemen en ontwikkelingen in de samenleving. Het merendeel van de lestijd wordt besteed aan abstracte theorie met veelal wiskunde modellen. Kwalitatieve onderzoeksmethoden zoals interviews en observaties worden nauwelijks onderwezen. Slechts twee procent van de lestijd wordt besteed aan de geschiedenis van het economisch denken. Aandacht voor daadwerkelijke economische instituties, structuren, culturen en netwerken ontbreekt.

Economie opleidingen leveren een eenheidsworst van technocratische studenten af die lijdt aan een ernstig gevalletje groepsdenken.

In het rapport, en ook eerder op Young Critics, kaartte Rethinking Economics NL de maatschappelijke gevolgen van de abstracte, nauwe focus in ons economisch onderwijs aan. De beweging stelt dat economisch geschoolde beleidsmakers, managers en ambtenaren niet in staat worden gesteld om de complexiteit en chaotische aard van economische fenomenen te begrijpen, noch om er adequate oplossingen voor te formuleren. In een felle reactie op het rapport schreef Ewald Engelen dat economie opleidingen een eenheidsworst van technocratische studenten aflevert die lijdt aan een ernstig gevalletje groepsdenken. Ook buiten Nederland speelt dit debat. Invloedrijke bladen, zoals The Economist zijn uiterst kritisch over de dominantie van het neoklassieke denken, zoals onder andere blijkt uit een recente vierdelige serie over de tekortkomingen van de economische discipline.

Verborgen schat aan economische kennis

Er is dus veel aandacht voor het monopolie van neoklassiek denken en diens nadelige gevolgen. Door alle aandacht te richten op neoklassieke theorie en haar problemen, zouden we haast gaan geloven dat er geen alternatieve theorieën en methoden bestaan. Deze alternatieven zijn er wel degelijk. Kate Raworth bijvoorbeeld, maakt gebruik van deze alternatieve stromingen in haar boek Donut Economie, waarin ze terecht en kundig pleit voor een herdachte economie die zowel binnen de grenzen van wat de planeet aankan functioneert, als ook het welzijn van haar bewoners waarborgt.

Raworth benadrukt alleen niet dat haar bevindingen op een breed scala van economische stromingen gebaseerd zijn. Dat is een gemiste kans om mensen bewust te maken van het bestaan van alternatieve economische theorieën. Juist door dit gebrek aan bekendheid krijgen deze alternatieve stromingen maar moeilijk voet aan de grond. Daarnaast putten deze alternatieve stromingen kennis uit verschillende achtergronden en ze zijn verspreid over verschillende academische instituties en disciplines. Dit diffuse karakter van deze alternatieven zorgt ervoor dat ze vaak ongehoord blijven in zowel het publieke als academische debat. Dat is jammer, want deze economische stromingen bezitten een schat aan economische kennis en methoden.

Hoewel alternatieve economische stromingen op het eerste gezicht weinig overeenkomsten lijken te hebben, maken ze andere aannames over hoe de mens en de wereld in elkaar zitten.

De alternatieve of ‘heterodoxe’ economische stromingen opereren vaak op het snijvlak van economie en een andere discipline. Zo combineren institutionele economen politieke theorie en sociologie met economische inzichten. Het boek Why Nations Fail is hier een goed voorbeeld van. Hierin tonen Acemoglu en Robinson aan dat instituties een cruciale invloed hebben op economische ontwikkeling. Feministische economen richten zich op machtsrelaties in de economie en economische theorie. Feministische economen hebben aangekaart dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in de economische discipline en dat dit invloed heeft op wetenschappelijke bevindingen. Zorgtaken zijn veelal onbetaald en daardoor onderbelicht in de economische wetenschap. Ecologische economen benadrukken dat menselijke activiteit gelimiteerd wordt door wat de planeet aankan. Ze bestuderen interacties tussen de economie, maatschappij en het milieu en denken na over duurzame productieprocessen. Post-Keynesiaanse economen pleiten voor het herwaarderen van het gedachtegoed van de econoom John Maynard Keynes om een alternatieve economische theorie te ontwerpen die fenomenen als (langdurige) werkloosheid, financiële crises, technologische veranderingen en ongelijke inkomensdistributies adequaat adresseert. Complexiteitseconomen, ten slotte, conceptualiseren de economie als een set van complexe systemen die op hun beurt weer ingebed zijn in sociale en ecologische systemen.

Nou lijken deze stromingen op het eerste gezicht weinig overeenkomsten te hebben. Dat klopt ook voor wat betreft de invalshoek van waaruit specifieke problemen worden aangepakt. Maar tegelijkertijd hebben deze verschillende economische stromingen veel met elkaar gemeen als je kijkt naar de aannames die (impliciet) in de theorie gemaakt worden over hoe de mens en de wereld in elkaar zitten.

De wereld is complex

Onze wereld is er een die constant onderhevig is aan verandering. Dit houdt in dat de economie zich niet op een geleidelijke en voorspelbare manier ontwikkelt van de ene stabiele situatie naar de volgende, maar dat die constant in beweging is. De richting van deze ontwikkeling is vaak lastig te voorspellen. Dat komt doordat de wereld bestaat uit verschillende open systemen die met elkaar in verband staan. De economische realiteit is dus onlosmakelijk verbonden met een politieke, sociale, culturele, ecologische en technische wereld en dus niet een gesloten, op zichzelf staande realiteit. Ook kunnen kleine veranderingen grote en onvoorziene gevolgen teweegbrengen door terugkoppelingsmechanismen. Zo kan één post van een avocado-ontbijt op Instagram via likes leiden tot een heuse sociaal-culturele avocado-hype onder millennials. Deze verhoogde vraag naar avocado’s biedt economische kansen voor kwekers en exporteurs in bijvoorbeeld Chili. Maar door het hoge waterverbruik van de avocadoproductie kan de hype tegelijkertijd negatieve ecologische en sociale gevolgen hebben voor lokale bewoners.

De mens is veelzijdig

Zoals de economie verbonden is met de sociale, ecologische en politieke werkelijkheid, zijn ook de mensen die deel uitmaken van de economie onderhevig van allerlei sociale verhoudingen. Deze verhoudingen, zoals bijvoorbeeld leeftijd, etniciteit, klasse en gender, hebben invloed op keuzemogelijkheden en voorkeuren van mensen. Dat wil niet zeggen dat mensen volledig onderworpen zijn aan determinerende structuren. Mensen hebben een bepaalde mate van vrijheid voor wat betreft het inrichten van hun (economische) leven. In deze keuzeruimte handelen mensen inderdaad rationeel en eigenbelang is een leidraad voor het nemen van (economische) beslissingen. Maar tegelijkertijd zijn mensen irrationeel, emotioneel, zorgzaam en altruïstisch. Ze hebben belangen en doelen die verder reiken dan efficiëntie of het maximaliseren van hun behoeftebevrediging. Om deze uiteenlopende doelen te bereiken maken mensen keuzes op basis van weloverwogen berekeningen, maar ook op basis van intuïtie en vuistregels.

De verloren onschuld van de econoom

Dit wereld- en mensbeeld, dat van de ‘gesitueerde en sociale mens’, wordt gedeeld door verschillende economische stromingen. Theorieën en modellen beschrijven hierdoor onvermijdelijk slechts een deel van de werkelijkheid. Kennis over de economie is dus partieel. Deze partialiteit wordt versterkt doordat economen vatbaar zijn voor invloeden van buitenaf. Economen – het zijn net mensen – gaan uit van hun eigen achtergrond en aannames bij het interpreteren van observaties en in het vormen van theorieën. De kennis die hieruit voorkomt, is dus specifiek voor een bepaalde tijd en plaats en niet universeel geldig.

Daarnaast draagt de theoretische kennis die economen produceren bij aan hoe de economie er daadwerkelijk uitziet. Economisch beleid en financiële instituties worden immers ontworpen op basis van economische kennis. Zo creëren economen als het ware gedeeltelijk zelf de wereld die zij bestuderen. Denk bijvoorbeeld aan het zorgstelsel. Zij is ontworpen aan de hand van economische theorieën die efficiëntie als het hoogste goed zien en patiënten karakteriseert als rationale zorgconsumenten. Dit heeft invloed op de daadwerkelijke organisatie van de zorgverlening, wat weer bijdraagt aan hoe zorgbehoevenden zichzelf zien en gedragen. De ‘echte wereld’ zoals de economie die zich in de maatschappij afspeelt, en de ‘discursieve’ wereld (vanuit) waar academische kennis wordt geformuleerd bevinden zich in een complexe relatie van wederzijdse invloed. Economen zijn dus geen neutrale toeschouwers die de economie vanaf een afstandje objectief kunnen beschrijven en dragen een politieke en ethische verantwoordelijkheid in het produceren van economische kennis.

Andere onderzoeksmethoden

Dit complexe wereldbeeld en het verlies van wat voorheen werd gezien als ‘wetenschappelijke objectiviteit’ lijken misschien uit te monden in een doemscenario waarin economen verzanden in relativisme en triviale uitspraken. Maar juist het loslaten van simplistische aannames en dogmatische methodes maken economie tot een interessante studie die relevant is voor het adresseren van eigentijdse complexe vraagstukken. Alternatieve economische stromingen pleiten er dan ook voor om partialiteit te erkennen en expliciet te maken. Hierdoor zal economische kennis en beleid eerlijker en transparanter worden over de sociale, politieke en ecologische gevolgen.

Juist het loslaten van simplistische aannames en dogmatische methodes maken economie tot een interessante studie die relevant is voor het adresseren van eigentijdse, complexe vraagstukken.

Daarnaast omarmen deze economen methodologisch pluralisme. Dat wil zeggen dat kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden elkaar aanvullen. Empirische observaties en theoretische wetmatigheden zijn verweven en economen kunnen beiden gebruiken bij de ontwikkeling en toetsing van hypothesen. Formeel redeneren met behulp van wiskundige modellen is gepast in sommige gevallen, maar niet noodzakelijkerwijs superieur aan andere vormen van redeneren, zoals discoursanalyse of gedachte-experimenten.

Positieve alternatieven

Één geconsolideerd alternatief voor economisch denken bestaat dus niet, maar er bestaat wel degelijk een mogelijkheid om aan de tunnelvisie van de economie te ontsnappen. Deze mogelijkheid ligt in een verscheidenheid aan alternatieve manieren om de economie te bedrijven. Een bonte verzameling van economen – die reikt van institutionelen, ecologen, feministen, complexiteitsdenkers tot Marxianen en post-Keynesianen – is weliswaar diffuus in haar focus en idealen. De gemene deler is echter haar verscheidenheid aan opvattingen over de wereld, de mens en over hoe waarheid en kennis tot stand komt. Het herkennen van de overeenkomsten kan deze verschillende stromingen verenigen. Dit zal niet leiden tot de creatie van een nieuw dogma of allesomvattende theorie, maar kan wel mogelijkheden bieden tot samenwerking en emancipatie van deze verschillende stromingen. Hierdoor wordt duidelijk dat ze een serieus, positief en krachtig alternatief zijn in het economisch denken; een alternatief dat in staat is de complexe maatschappelijke vraagstukken van onze tijd te begrijpen en aan te pakken.


Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Manon Dillen de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie of een kopje ☕!

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Manon eens? Waarom wel/niet?