Internationaal vluchtelingenbeleid: het Westen heeft te lang weggekeken

Dit essay is geschreven door Elian Yahye. Hij is jongerenvertegenwoordiger bij de Verenigde Naties namens Nederland. Hij houdt zich onder andere bezig met jongeren, vrede & veiligheid, vluchtelingen, SDG’s, en jongerenparticipatie.

Afgelopen maart liep ik rond in het ‘Palais des Nations’, het Paleis der Volken, één van de vier hoofdkantoren van de Verenigde Naties. De landen van de wereld komen hier samen om op basis van dialoog en diplomatie tot oplossingen te komen voor wereldwijde uitdagingen. Combineer dit met het rustgevende zwitserleven-gevoel dat het neoklassieke gebouw uitstraalt – het is omgeven door een meer en bergen – en het lijkt alsof je te maken hebt met het kroonjuweel van de menselijke beschaving en vreedzaam samenleven.

Dit beeld stond alleen in schril contrast met wat er op het moment dat ik aanwezig was daadwerkelijk besproken werd, en met de schrijnende problematiek die de reden was dat alle landen hier bijeengekomen waren.

Als Nederlandse Jongerenvertegenwoordiger naar de Verenigde Naties was ik namelijk in Genève om de onderhandelingen (in jargon: ‘consultaties’) bij te wonen over een tekst die de Global Compact on Refugees heet. Zoals je waarschijnlijk al kan raden is het onderwerp van deze tekst het grote aantal vluchtelingen waar we momenteel mee te maken hebben, en hoe hier op internationaal niveau mee om te gaan.

En de uitdagingen zijn groot. Vorig jaar (2017) is namelijk wereldwijd het hoogste aantal vluchtelingen ooit bereikt sinds de oprichting van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR in 1950. 22,5 miljoen mensen waren toen op de vlucht voor oorlogsgeweld en andere dreigingen. En dit waren ‘slechts’ de mensen die grenzen overgestoken zijn: in totaal waren er 65,6 miljoen mensen die noodgedwongen hun woonplaats moesten verlaten.

En de uitdagingen zijn groot. Vorig jaar (2017) is namelijk wereldwijd het hoogste aantal vluchtelingen ooit bereikt sinds de oprichting van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR in 1950.

Dit hoge aantal wordt vooral veroorzaakt door een aantal brandhaarden die er momenteel zijn; meer dan de helft van de vluchtelingen komt uit slechts 3 landen, namelijk Syrië, Afghanistan en Zuid-Soedan. Aangezien deze conflicten zichzelf voorlopig niet zullen oplossen, zal het aantal vluchtelingen de komende tijd naar alle verwachtingen dus ook niet drastisch gaan dalen.

Dit roept grote verantwoordelijkheden op voor de internationale gemeenschap, aangezien de vluchtelingen natuurlijk gehuisvest én beschermd moeten worden. Dat is niet slechts mijn persoonlijke mening, maar iets dat 146 landen met elkaar hebben afgesproken door het ondertekenen van het VN-Vluchtelingenverdrag, dat oorspronkelijk al uit 1951 dateert. Voor Nederland bijvoorbeeld is dit dus al een commitment dat verder teruggaat dan het bestaan van de AOW en de Europese Unie.

De werkelijkheid laat helaas zien dat deze verantwoordelijkheid niet overal gevoeld wordt. Hoewel alle landen wereldwijd twee jaar geleden in New York nog aangaven dat het opvangen van vluchtelingen ‘a shared responsibility’ is, zijn er maar weinig die echt de daad bij het woord hebben gevoegd. En hoewel bijvoorbeeld Nederland wel één van de grotere donoren is aan UNHCR, zijn het wel vooral de rijke landen die weg hebben gekeken.

Rond de 80% van de vluchtelingen bevinden zich namelijk in ontwikkelingslanden. Vierentachtig procent. De zes landen die de meeste vluchtelingen opvangen zijn Turkije, Pakistan, Libanon, Iran, Oeganda en Ethiopië, hier zit dus geen enkel Europees land tussen. Deze gegevens zouden alle verhalen over ‘enorme vluchtelingenstromen’ die naar (West-)Europa komen enigszins in perspectief moeten plaatsen. En het feit dát er mensen richting Europa komen wordt meteen al een stuk begrijpelijker als je kijkt naar de levensomstandigheden van veel vluchtelingen. In Libanon bijvoorbeeld leeft driekwart van de Syriërs onder de armoedegrens.

Toch heeft het ‘Europa kan het niet aan’-frame haar effect gehad. ‘Investeren in opvang in de regio’ wordt door zowel linkse als rechtse politici als gouden oplossing gepresenteerd. Een bijna ironisch gegeven, als je de hiervoor genoemde feiten in je achterhoofd houdt. ‘De regio’s’ barsten al uit hun voegen als het om de opvang van vluchtelingen gaat, en de beloofde ‘investeringen’ door Westerse landen hebben tot noch toe nogal tekort geschoten.

Out of the goodness of our hearts, we offer financial assistance to hosting countries in the region’ proclameerde de Amerikaanse president Donald Trump afgelopen oktober nog trots tijdens de Algemene Vergadering van de VN. ‘This is the safe, responsible, and humanitarian approach.’

De discussies over het behouden van de ‘Europese identiteit’ in tijden van migratie zijn natuurlijk reuze interessant, maar staan nog wel flink wat treden hoger op de piramide van Maslow als je ze vergelijkt met de uitdagingen waar grote opvanglanden nu mee te kampen hebben.

Verpakt in mooie bewoordingen, en op het eerste gezicht lijkt er ook niet veel op aan te merken. Tot ik in Genève van een delegatielid van een groot opvangland hoorde dat zij momenteel 60% van hun budget voor vluchtelingenopvang moeten lenen. ‘Een last die vooral neer gaat komen op de schouders van de jongere generaties’ vertelde hij mij. En dat is het wrange beeld dat opdoemt achter alle Westerse retoriek: grote opvanglanden zijn tot ‘opvang in de regio’ veroordeeld vanwege geografische pech, terwijl deze staten vaak zelf al te kampen hebben met sociaaleconomische problemen, en daarbovenop komt nog dat het binnen deze staten vaak juist de kwetsbare groepen zijn die de meeste problemen ondervinden.

Alle maatschappelijke ophef in Nederland over ‘vluchtelingen die gratis huizen krijgen’, verwordt natuurlijk tot beschamend geklaag als je het vergelijkt met de situatie in landen als Jordanië en Ethiopië. Waar de arme laag van de bevolking met vluchtelingen moet gaan concurreren om zelf in de basisbehoeften te kunnen voorzien. De discussies over het behouden van de ‘Europese identiteit’ in tijden van migratie zijn natuurlijk reuze interessant, maar staan nog wel flink wat treden hoger op de piramide van Maslow als je ze vergelijkt met de uitdagingen waar grote opvanglanden nu mee te kampen hebben.

Het Global Compact dat nu geschreven wordt heeft onder meer als doel om deze schrijnende hypocrisie een halt toe te roepen en de scheve verdeling die er nu is, recht te trekken. Ik ben blij om te zien dat Nederland zich proactief inzet om het Global Compact tot een succes te maken, en ook de nieuwe beleidsnota van Minister Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) toonde op sommige fronten ambitie. Maar we hebben daarin als Nederland ook een taak om de rest van de Westerse wereld op te roepen om hun verantwoordelijkheid te nemen. En daarin mag Nederland best een luis in de pels zijn, ook naar onze bondgenoten toe. We moeten namelijk waken voor het valse beeld dat wij als Westerse staten uit een soort welwillendheid een enorme last aan het dragen zijn als het om vluchtelingen gaat. Vooralsnog is die last vooral op de zwakste schouders terechtgekomen. En het zal nog heel wat extra inzet van Westerse staten vragen om het ‘goede hart’ waar Trump het over had overtuigend te laten kloppen.

De foto komt van WikiCommons.


Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Elian Yahye de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie of een kopje ☕!

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Elian eens? Waarom wel/niet?