Wetten zijn wetten, maar niet altijd

Kraken is terug van weggeweest. Een groep uitgeprocedeerde, ongedocumenteerde of illegale vluchtelingen onder de naam ‘We Are Here’ heeft verschillende panden in Amsterdam gekraakt. Ook een andere groep, de ‘Kinderen van Mokum’, heeft het heft in eigen handen genomen en een aantal deuren geforceerd.

Lokale politici van het Forum voor Democratie, de VVD en zelfs het CDA struikelen over elkaar heen om voor het oog van de camera’s van lokale en nationale media hun schande hierover te uiten. Het argument is even voor de hand liggend, als simpel: wet is wet. Opus zou het ze niet nadoen. De retoriek is: kraken is verboden, deze mensen kraken, dus de politie moet ingrijpen en de panden ontruimen.

Wat er vervolgens met de krakers moet gebeuren, is een raadsel. Dat is dan weer niet een vraag voor de lokale politiek. Moeten ze op straat slapen? Dan veroorzaken ze overlast. Moeten ze per direct op het vliegtuig worden gezet? Dat lijkt niet mogelijk. Moeten we ze reguliere opvangplekken bieden? Dat mag niet van Den Haag. Het zijn vragen waar de politici die zo hard van de toren blazen geen antwoorden op hebben.

Het zijn vragen waar de politici die zo hard van de toren blazen geen antwoorden op hebben.

Het idee achter het wet-is-wet-argument werd uiteengezet door Theodor Holman in Het Parool van 23 april: “wanneer we uitspraken van rechters onmenselijk achten en wetteloosheid toestaan ‘omdat we die mensen zo zielig vinden’, dan maak je daar je eigen rechtstaat mee kapot. Kraken is bij wet verboden”. Het wet-is-wet-argument is dus vooral gebaseerd op de gevreesde wetteloosheid die er volgt als we een marginale groep krakers gedogen.

Ik vermoed dat iedereen, van links tot rechts, op anarchisten na, het in beginsel eens is met de stelling dat een wet een wet is en dat de overheid wetten dient te handhaven. Wetten, plichten en rechten gelden niet meer of minder voor zielige mensen, dan voor gelukkige mensen.

Het is echter niet moeilijk om een voorbeeld te geven van een situatie waarin dat, mijns inziens, niet zou moeten en ik vermoed dat de hierboven genoemde politici het met mij eens zullen zijn. In een dictatuur verdienen dissidenten die hun mening laten horen onze steun. Ook als zij tegen de wetten van het land ingaan. Dat komt omdat wij een universeel verklaard ideaal krachtiger en belangrijker achten dan de wetten van een specifieke land. Het recht op de vrijheid van meningsuiting prevaleert in zo’n geval in onze afweging boven onze ‘angst’ voor wetteloosheid.

Enkele maanden geleden schreeuwden rechtse partijen nog moord en brand toen linkse politici niet openlijk het protest van Iraanse vrouwen tegen het Islamitische regime steunden. Als Kuzu, Azarkan en Özturk claimen dat Turkse dissidenten, zoals kritische Turkse media, zich aan de wet moeten houden, dan verwerpen we zo’n claim direct. Kennelijk zijn in zulke gevallen nationale wetten toch weer niet helemaal wetten die per definitie gehandhaafd zouden moeten worden. Dan dienen we burgerlijke ongehoorzaamheid te steunen.

Natuurlijk bestaan er verschillen tussen de situaties hierboven beschreven en die van de krakers in Amsterdam, waardoor een verschil in interpretatie ook goed mogelijk is. Maar hoe je het ook wendt of keert: bovenstaande voorbeelden tonen de beperkingen van het wet-is-wet-argument. Maar buiten dat het argument limieten kent, is het in de krakerskwestie vooral een leeg argument.

De reden dat ‘links’ de krakers gedoogt, is niet alleen gebaseerd op een gevoel van empathie. Het is gebaseerd op dezelfde reden dat we dissidenten in dictaturen steunen. Er is een krachtiger ideaal dat prevaleert boven een nationale wet. In dit geval is dat het recht op onderdak. Dat recht ligt verankerd in artikel 25 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Een verklaring waar Nederland ondertekenaar van is. Een recht dat bovendien op haar beurt verankerd ligt in onze wet: artikel 22 van de grondwet, het recht op huisvesting.

De reden dat ‘links’ de krakers gedoogt, is niet alleen gebaseerd op een gevoel van empathie. Het is gebaseerd op dezelfde reden dat we dissidenten in dictaturen steunen.

Dat mensen recht hebben op huisvesting legitimeert kraken natuurlijk nog niet. Er zijn immers nog tal van andere mogelijkheden om deze groep mensen huisvesting te bieden. Maar dat is nu juist het punt: dat wordt de gemeente praktisch onmogelijk gemaakt door de landelijke overheid. De facto is het resultaat dat deze groep mensen geen huisvesting heeft als ze niet kraken en dat de overheid ook niet welwillend lijkt te zijn om ze dat te bieden. Ook al is het voor de korte periode dat ze in Nederland moeten wachten totdat ze terugkeren naar hun land van herkomst.

Holman heeft daar wel een ‘oplossing’ voor. “Mensen in nood helpen: prima. Maar wie hier welbewust naar toe is gekomen, gegokt heeft om hier te mogen blijven en door de rechter in het ongelijk wordt gesteld, heeft domweg geen recht op een huis, of een uitkering, of wat dan ook. Zelfs niet op een kraakpand”.

Dat klinkt misschien logisch of zelfs wel eerlijk. Maar dit toont precies de leegte van het wet-is-wet-argument: want kennelijk is een wet, volgens Holman, dus toch weer niet echt een wet. Een wet waarin het recht op huisvesting ligt verankerd, mogen we voor deze groep wel even vergeten. Dat is dan wel weer prima. Maar als we uit empathie, morele overwegingen of gewoon praktisch oogpunt kraken gedogen, dan is de wet heilig en dienen we die te handhaven.


Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Maurits Appeldoorn de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie of een kopje ☕!

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Maurits eens? Waarom wel/niet?