Straatintimidatie moet niet over de houding van vrouwen gaan, maar over het gedrag van mannen

Ik stap in de trein en ga zitten. Onmiddellijk voel ik een paar ogen in mijn lichaam prikken. Ik kijk op en zucht. Tegenover mij zit een rossige man, die me van top tot teen bekijkt alsof ik een lekker hapje ben. Direct voel ik mij gereduceerd van persoon tot lekkernij. Ik probeer het gevoel van me af te zetten, tenslotte kijk ik ook wel eens naar een knappe man. De man geen aandacht schenken lijkt me het beste. Helaas is hij dat niet met mij eens en fluit wanneer ik ga zitten.

‘‘Hé schatje’’ klinkt het uit zijn mond. Ik kijk hem kwaad aan. Verschillende gedachten schieten vliegensvlug door mijn hoofd: ‘’Waarom zeg je niets, Jasmin?’’, ‘’Hij heeft het recht niet je op zo’n denigrerende manier aan te spreken, zeg wat terug’’, ‘’Hij reduceert je tot je uiterlijk’’, ‘’Als je niets zegt denkt hij dat dit normaal is’’. Ik snoer mijn eigen gedachten de mond en zeg niets. Ik houd mijzelf voor dat een reactie averechts werkt. Ik pak mijn boek en begin te lezen. Zijn ogen voel ik nog steeds tegen mijn lichaam prikken. Ik voel me ongemakkelijk en onveilig. Gelukkig is de reis kort en komt mijn bestemming steeds dichterbij. Ik sta op en pak mijn spullen.

De man begrijpt echter dat het nu of nooit is. Hij spreekt me aan en ik doe alsof ik hem niet hoor. Dat lijkt hem niet te deren: ‘’Hé lekker wijf, waar ga je naartoe? Ga je met mij mee? Ik heb zin in je!’’ Zijn woorden doen me pijn. Dit gaat me te ver en zeg hem dat ik zijn opmerkingen ongepast en onbeschoft vind. Ik zeg hem dat hij geen claim kan maken op mij en het recht niet heeft zo tegen iemand te praten. Hij is beledigd, en van een lekker wijf verander ik in een arrogant kutwijf. Hij scheldt me uit voor slet en hoer.

Gelukkig komen we aan bij mijn bestemming. Terwijl ik nog steeds beledigingen naar mijn hoofd geslingerd krijg stap ik de trein uit.  Hij en zijn mannelijke vrienden fluiten en roepen me honend na. Geen enkele andere passagier zegt iets, allemaal stil. De mond gesnoerd door drie domme mannen.

Waarom doen dit soort gebeurtenissen iets met me? Waarom word ik zo boos? Waarom word ik zo verdrietig? Ik denk omdat ik – en vele vrouwen met mij – klaar ben met het geroep, gefluit en geloer. Ik voel me na de woorden ‘pssst, schatje’, regelmatig gevolgd door ‘hoer’ of ‘slet’, wanneer positieve reactie van mijn kant uitblijft, gereduceerd tot een object. Een object in dienst van de ander, in dit geval van de man. Ik ben geen persoon, maar een lekkernij. En als ik hem dan afwijs, ben ik hem niet tot dienst en mag ik er niet meer zijn. Ik ben een hoer, slet of een kutwijf.

Seksistische opmerkingen in de sportschool, gefluit op straat en ongewenste aanrakingen tijdens een avondje dansen zijn geen incidenten, maar wordt gezien als ‘normaal’. Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit blijkt dat veel Rotterdamse vrouwen last hebben van seksueel getinte toenaderingen op straat en dat deze vrouwen zich aanpassen aan het gedrag van mannen en jongens. 61% vermijdt oogcontact op straat en de helft van de vrouwen vermijdt bepaalde plekken in de avond. Straatintimidatie zou geen dagelijkse rol moeten spelen in de levens van veel vrouwen. Het idee dat vrouwen publiekelijk geobjectiveerd worden is in onze samenleving genormaliseerd. We kijken niet op van gefluit, maar waarschuwen vrouwen dat ze geen korte rokjes moeten dragen. Het gedrag van deze mannen ‘is’ er nu eenmaal.

Het belang van protest en bewustwording

In 1792 schreef Mary Wollstonecraft, een vroege pionier van het feminisme, Pleidooi voor de rechten van de vrouw. Ze ging de strijd aan met de sinds mensenheugenis bestaande achtergestelde positie van de vrouw en tegen de vooroordelen die tegen vrouwen werden gekoesterd. Helaas is die strijd nu, meer dan tweehonderd jaar later, nog steeds niet volledig gestreden. Hoewel de eerste, tweede en derde feministische golf de samenleving veel goeds hebben gebracht, is het boek van de achttiende-eeuwse feministe nog steeds relevant. Mary Wollstonecraft pleitte bijvoorbeeld voor de vertegenwoordiging van vrouwen binnen de politiek, pas honderd jaar na haar dood verworven vrouwen in verschillende landen het recht om te stemmen en om zich verkiesbaar te stellen. In Nederland gebeurde dat in 1917-1919, en hoewel we weer honderd jaar verder zijn, kent Nederland vandaag de dag maar drie vrouwelijke lijsttrekkers, zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in de regering en hebben we nog steeds geen vrouwelijke minister-president gehad.

Mary Wollstonecraft verdedigt in haar boek de voor die tijd revolutionaire stelling dat vrouwen dezelfde vrijheden, mogelijkheden en mate van onafhankelijkheid zouden moeten hebben als mannen. Nederland is een geëmancipeerd land. Tenminste, dat is wat veel mensen willen geloven. Formeel hebben vrouwen dezelfde rechten als mannen, maar wettelijke gelijktrekking betekent niet dat er ook werkelijk een gelijkwaardige verhouding bestaat. Dat zou namelijk betekenen dat mensen zich vrij voelen en niet worden beoordeeld en behandeld op basis van geslachtskenmerken.

Formeel hebben vrouwen dezelfde rechten als mannen, maar wettelijke gelijktrekking betekent niet dat er ook werkelijk een gelijkwaardige verhouding bestaat.

Onze samenleving is nog altijd doortrokken van ongelijkheid tussen sekse. Die ongelijkheid uit zich bijvoorbeeld in seksuele intimidatie en misbruik van vrouwen, vrouwen worden vaak minder serieus genomen, stoten hun hoofd tegen een glazenplafond en hebben we te maken met een enorme loonkloof. In 2017 kelderde Nederland van de 16e naar de 32e plaats op de ranglijst van landen waar mannen en vrouwen gelijk zijn van het World Economic Forum.

Uit situaties als deze blijkt hoe belangrijk de womens march, #metoo, #yesallwomen en andere vormen van protest en bewustwording zijn. #metoo verbreekt stilte: het geeft een stem aan de stemloze. 53% van de vrouwen en 29% van de mannen in Nederland hebben in hun leven te maken gehad met niet fysiek grensoverschrijdend gedrag, waaronder bijvoorbeeld mijn ervaring in de trein valt. 40% van de vrouwen en 13% van de mannen in Nederland hebben fysiek grensoverschrijdend gedrag ondervonden, zoals aanranding en verkrachting.

Het ‘hele #metoo gedoe’ zoals veel mensen het nogal denigrerend noemen, is voor veel vrouwen en mannen waanzinnig belangrijk. Meisjes horen dat ze voorzichtig moeten zijn, maar we vergeten jongens te vertellen dat ze respect moeten hebben voor vrouwen, dat ze geen ‘recht’ hebben op iemand anders lichaam. Als je als meisje op pad gaat moet je voorzichtig zijn, je door een jongen laten thuisbrengen, donkere steegjes vermijden en jezelf degelijk kleden. Gebeurt er ondanks al die waarschuwingen dan toch iets, neig je als vrouw snel te denken dat het jouw schuld is. Immers heb jij niet genoeg voorzorgsmaatregelen genomen. Het was alleen niet de vrouw of het meisje die fout zat, maar de aanrander of verkrachter. Het goedbedoelde waarschuwen werkt victim blaming in de hand. Zo wordt vrouwen 100 jaar na het verkrijgen van stemrecht nog steeds het zwijgen opgelegd.

Feminisme is nog steeds heel hard nodig

Kort geleden las ik het boek The Mother of All Questions van Rebecca Solnit. In het boek wordt de vinger precies op de zere plek gelegd. In haar geschiedenis van stilte vertelt ze hoe de pijn van vrouwen en andere minderheden wordt ontkend. Ze beschrijft de manieren waarop blanke mannen in het literaire canon en in films worden verheerlijkt ten koste van ondervertegenwoordigde stemmen. Solnit legt haarfijn uit hoe we vrouwen het zwijgen op leggen en mannen geen emoties mogen hebben. Ze stelt dat ‘mannelijkheid’ liefde en empathie in de weg kan staan en kan veranderen in seksueel geweld. In de volgende passage legt ze dit goed uit:

“Love is a constant negotiation, a constant conversation; to love someone is to lay yourself open to rejection and abandonment; love is something you can earn but not extort. It is an arena in which you are not in control, because someone else also has rights and decisions; it is a collaborative process; making love is at its best a process in which these negotiations become joy and play. So much sexual violence is a refusal of that vulnerability; so many of the instructions about masculinity inculcate a lack of skills and willingness to negotiate in good faith. Inability and entitlement deteriorate into a rage to control, to turn a conversation into a monologue of commands, to turn the collaboration of making love into the imposition of assault and the assertion of control. Rape is hate and fury taking love’s place between bodies. It’s a vision of the male body as a weapon and the female body (in heterosexual rape) as the enemy. What is it like to weaponize your body?”

Haar boek is een van de meest intelligente feministische essay collecties die ik heb gelezen, een boek dat je innerlijke feminist opjaagt, waarin gepleit wordt voor een inclusief feminisme.

Het lijkt vaak dat mannen bang zijn ‘iets’ te verliezen, maar er valt voor iedereen alleen maar te winnen.

We hebben feminisme hard nodig. Het liefst inclusief feminisme waarin ik met mannen aan mijn zijde strijd voor gelijke behandeling. Mannen en vrouwen die elkaar bijstaan, je medemens aanspreken op ongepast gedrag en steun voor iedereen die fysiek of mentaal grensoverschrijdend gedrag ondervindt. Feminisme is geen zero-sum game. Het lijkt vaak dat mannen bang zijn ‘iets’ te verliezen, maar er valt voor iedereen alleen maar te winnen.

Laat je de mond niet snoeren wanneer je getuige bent van verbaal of fysieke intimidatie. Straatintimidatie zou geen rol moeten spelen in de levens van veel vrouwen. We moeten ernaar streven maatschappelijke verhoudingen onder de loep te nemen en alle vormen van onderdrukking aan te pakken. Ongelijkheid en onderdrukking kunnen we missen als kiespijn.


Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Jasmin Seijbel de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie of een kopje ☕!

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Jasmin eens? Waarom wel/niet?