Noord tegen Zuid: De slag in Europa verklaard

Europese integratie is weer hot. Na lang in het beklaagdenbankje te hebben gezeten, durven politici weer te dromen over een ‘sterk’ Europa. Dit betekent veelal méér integratie, ook op economisch terrein.

Nu de economie weer aantrekt en de schuldencrisis naar de achtergrond is verdwenen, is er weer ruimte om grootse plannen voor het uitbouwen van de Europese Unie (EU) nieuw leven in te blazen. Op initiatief van de Franse president Emmanuel Macron en de Duitse bondskanselier Angela Merkel heeft deze discussie nieuw elan gekregen. Zo maakt Marcon zich sinds vorige zomer hard voor een Europese minister van financiën. Velen hopen op een hernieuwde Frans-Duitse samenwerking waardoor de inrichting van de EU eindelijk kan worden voltooid.

Noordelijke terughoudendheid

Nederland zit echter anders in de wedstrijd. Traditioneel gezien staan Nederlandse politici terughoudend tegenover het afstaan van bevoegdheden aan ‘Brussel’. Mark Rutte heeft onlangs in een speech in Berlijn de Nederlandse ‘visie’ op Europa geschetst. Pragmatisme en soberheid staan hierin centraal: geen wilde plannen en vooral niet te veel uitgeven. Nu het Verenigd Koninkrijk – een van de meest behoudende lidstaten op het gebied van Europese integratie – binnenkort de EU zal gaan verlaten, verliest Nederland een belangrijke bondgenoot in het temperen van de Frans-Duitse hervormingsambities.

Om voldoende tegenwicht te bieden, wordt druk gezocht naar gelijkgestemden elders op het continent. Minister van Financiën Wopke Hoekstra is vorige maand een nieuwe alliantie aangegaan met zeven andere EU-lidstaten (Denemarken, Estland, Finland, Ierland, Letland, Litouwen en Zweden) waarmee een gezamenlijk standpunt over de financieel-economische samenwerking in de EU naar buiten is gebracht. De nadruk ligt hierbij op de naleving van bestaande afspraken en de prioriteit van nationale verantwoordelijkheden. Na het lezen van de position paper waarin een zestal concrete voorstellen worden gedaan voor het versterken van de Economische en Monetaire Unie is één ding duidelijk: de acht noordelijke EU-lidstaten willen ver weg blijven van het begrip ‘ever closer union’ en zuidelijke initiatieven als het delen van risico’s en schulden.

Los van de vraag of de ‘noordelijke’ afkeer voor grootse visies en verregaande integratie terecht is, is het belangrijk om te begrijpen waar deze afkeer vandaan komt.

Los van de vraag of de ‘noordelijke’ afkeer voor grootse visies en verregaande integratie terecht is, is het belangrijk om te begrijpen waar deze afkeer vandaan komt. Oftewel: waarom zijn noordelijke EU-lidstaten zo fel tegen initiatieven die horen bij een meer federaal Europa? Deze vraag is ook relevant voor jongeren omdat politici als Macron juist van hen verwachten dat zij de plannen voor Europa met hernieuwd enthousiasme zullen uitdragen. Zij zijn immers degene die het meest te verliezen hebben wanneer de EU het niet voor elkaar krijgt om de boel bij elkaar te houden.

Onze generatie is opgegroeid in een Europa dat in sneltreinvaart is geïntegreerd met een gemeenschappelijke munt (2002), nieuwe lidstaten (2004) en een Europese grondwet (2009). Daarnaast ligt ook de keerzijde van deze snelle integratie nog vers op ons netvlies, onder andere door een kredietcrisis (2008), schuldencrisis (2009) en migratiecrisis (2013). Enerzijds plukken we de vruchten van een historisch gezien unieke samenwerking binnen Europa, terwijl we ons er tegelijkertijd van bewust zijn dat deze verworvenheden niet vanzelfsprekend zijn en continu verdedigd moeten worden.

Noord is sterk, Zuid is zwak

Economen hebben de neiging om een economische vraag te beantwoorden met een economisch antwoord. Niet zo gek natuurlijk, op het eerste gezicht. Dus wanneer je je afvraagt waardoor het komt dat een land als Nederland of Duitsland het niet zo ziet zitten om schulden en risico’s te delen met anderen (en vooral niet met zuidelijke EU-lidstaten), dan wordt al snel verwezen naar de hoge arbeidsproductiviteit van Duitsland of de relatief lage staatsschuld van Nederland. En daarmee is het punt dan gemaakt. Zuid-Europa is economisch gezien nou eenmaal minder sterk en stabiel dan meer noordelijk gelegen landen en regio’s. Op deze manier wordt het contrast een gegeven, iets wat gewoon zo is. Hoewel het misschien grotendeels waar is, betekent dit niet dat we het blind moeten aannemen. We moeten ten minste proberen te begrijpen hoe het zo is gekomen dat noordelijke EU-lidstaten keer op keer hameren op begrotingsdiscipline en eigen verantwoordelijkheid. Om duurzame economische samenwerking binnen Europa mogelijk te maken moeten Noord en Zuid elkaars standpunten kunnen doorgronden en respecteren.

Politici moeten inzetten op meer en betere samenwerking in de EU, en tegelijkertijd begrijpen waar ieders standpunten vandaan komen.

Volgens de Deense filosoof Søren Kierkegaard (1813-1855) kan het leven alleen achterwaarts worden begrepen, maar moet het voorwaarts worden geleefd. Dit geldt ook voor de kwestie van economische breuklijnen in Europa. Politici moeten inzetten op meer en betere samenwerking in de EU (vooruitkijken), en tegelijkertijd begrijpen waar ieders standpunten vandaan komen (achteruitkijken). Zoals aan het begin van dit stuk al duidelijk werd, is er in de EU aan ambitie en toekomstperspectief op dit moment geen gebrek. Wat wel mist, is voldoende aandacht voor hoe dit soort ideeën ontstaan en waarom met name noordelijke lidstaten niet al te enthousiast zijn. In wat volgt zal ik mij richten op het laatste aspect, namelijk een verklaring van de terughoudendheid van noordelijke EU-lidstaten in de discussie omtrent economische integratie.

Protestants werkethos

De verklaring voor de alliantie van de zeven eerder genoemde EU-lidstaten is niet per se economisch, maar ook religieus. De huidige economische breuklijnen in Europa – met enerzijds een federalistisch zuidelijk Europa en anderzijds meer nationaal georiënteerde noordelijke EU-lidstaten – kunnnen verklaard worden door de invloed van religieuze doctrines. Zo leert de Duitse socioloog Max Weber (1864-1920) ons dat kapitalisme sterk afhankelijk is van het protestantse gedachtegoed. In zijn beroemde boek The Protestant Ethic and the Spirit of Capitalism (1905) legt hij uit hoe het protestantisme een cruciale schakel vormt in het ontstaan van een succesvol kapitalistisch systeem. Volgens de (streng) protestantse leer houdt God van hard werken. Het maakt niet zoveel uit om wat voor soort werk het gaat. In het protestantse wereldbeeld is al het werk heilig, en wordt van de bakker of de boekhouder verwacht dat hij met evenveel toewijding zijn werk doet als de monnik.

Dit is voor katholieken heel anders, waar alleen het werk van priesters en andere geestelijken als verheven wordt beschouwd. Bovendien kan je altijd bij God terecht voor hulp en vergeving, terwijl protestanten in de ogen van God vooral hun eigen boontjes moeten doppen en problemen moeten oplossen.

In het protestantse wereldbeeld is al het werk heilig, en wordt van de bakker of de boekhouder verwacht dat hij met evenveel toewijding zijn werk doet als de monnik.

Volgens Weber vertalen dit soort gevoelens van schuld zich in een obsessie voor zelfredzaamheid en individuele verantwoordelijkheid. Werken doe je niet alleen om geld te verdienen en leuke dingen te doen, maar vooral om je toewijding aan God te laten zien. Het is dan ook niet verrassend dat protestanten relatief weinig feestdagen vieren. God houdt immers niet van vrije tijd en heeft liever dat je je geld en tijd investeert in de toekomst. Wonderen bestaan niet: het is niet God die achter de schermen aan de touwtjes trekt maar wij zelf. De wereld wordt geregeerd door feiten en wetenschap, en is daardoor volledig maakbaar. Welvaart en geluk verkrijg je niet door te bidden maar door methodisch te handelen, je eerlijk te gedragen en keihard te werken.

Religie en kapitalisme

Deze opvattingen leiden vervolgens tot een nuchtere, industriële oriëntatie tot het verrichten van economische activiteit. De nadruk op materiële welvaart die alleen door eigen verdienste behaald kan worden, geeft een sterke impuls aan individuele ondernemingszin. Door hard te werken wordt kapitaal vergaard dat het liefst in het bedrijf wordt geherinvesteerd. Schulden zijn iets slechts en dienen zo snel mogelijk afbetaald te worden. Vandaar ook de morele lading van het woord ‘schuld’ in de Nederlandse taal: iemand met veel schulden leeft op de pof en dit is hem of haar persoonlijk kwalijk te nemen. Deze facetten hebben uiteindelijk geleid tot de totstandkoming van een kapitalische economie waar ondernemerschap, persoonlijk eigendom en een strenge werkethos essentiële onderdelen zijn.

In Duitsland, Weber’s geboorteland en waar de protestantse doctrine voor het eerst voet aan de grond kreeg, manifesteert het door het protestantisme geïnspireerde kapitalistische model zich misschien wel het sterkst. Hoewel Duitsland zich (nog) niet heeft aangesloten bij de noordelijke alliantie – waarschijnlijk om de plannen van Frankrijk niet te dwarsbomen – is haar model in verschillende mate terug te vinden in de desbetreffende EU-lidstaten.

Nederland kent een sterke protestantse traditie. Vanuit Weber’s perspectief is het dan ook niet vreemd dat wij, net als Duitsland, gauw de nadruk leggen op eigen verantwoordelijkheid en schuldsanering fundamenteel afkeuren. Wanneer Nederlandse politici wijzen op de relatief zwakke economieën van zuidelijke EU-lidstaten, laten zij eigenlijk doorschemeren dat de zuidelijke – je zou ook kunnen zeggen meer katholieke – mentaliteit niet strookt met onze protestantse doctrine en bijbehorende werkethos. Een meer federaal Europa met een gemeenschappelijk beleid voor schulden en belastingen past nou eenmaal niet in dit wereldbeeld. Hoe vrij en objectief we de economie ook proberen te benaderen, toch worden we nog steeds in grote mate beïnvloed door religieuze overtuigingen.

De foto komt van WikiCommons.


Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Felix den Ottolander de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie of een kopje ☕!

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Felix eens? Waarom wel/niet?