De Noodzaak van Wetenschap en Filosofie

Wij zijn allemaal vragenstellers. Liggend op onze rug, kijkend naar de sterrenhemel. Dit is hoe de wetenschap en de filosofie zijn begonnen. Onder het toekijkend oog van de sterrenhemel. Wie er ook begon met het bijhouden van de beweging van de sterren was verantwoordelijk voor de oprichting van de wetenschap. Wie zich daarna afvroeg waarom de sterren bewogen was verantwoordelijk voor de filosofie.

Het probleem van de wereld om ons heen is nooit meer weggegaan. Sindsdien vragen we ons altijd af, wat is er en waarom is er eigenlijk iets in plaats van niets? De halve antwoorden en extra vragen die die antwoorden creëren vormen de geschiedenis van het denken over wetenschap en filosofie.

In de loop van de tijd is het probleem van de wereld steeds uitgebreider geworden. Kleine stadstaten werden grote rijken, waarmee steeds meer een besef ontstond dat het oude socratische gezegde ‘het enige dat ik weet is dat ik niets weet’, toch wel behoorlijk klopt. Met dat besef kwamen al snel de volgende vragen naar boven. Wat moeten we eigenlijk doen met de antwoorden die wij na al die jaren hebben gekregen? Welke rol spelen wetenschap en filosofie eigenlijk in het publieke debat?

Sindsdien vragen we ons altijd af, wat is er en waarom is er eigenlijk iets in plaats van niets?

De wereld is na de eerste vragenstellers behoorlijk veranderd. We leven nu in een tijd van snelle technologische vooruitgang, maar ook in een tijd van grote politieke instabiliteit. Deze twee omstandigheden vormen ons beeld van de wetenschap en de filosofie. Aan de ene kant zorgt de snelheid van de huidige technologische ontwikkeling voor een enorme boost in de interesse en de status van de wetenschap. Nog nooit leunden we zo massaal op de uitvindingen en de kennis van wetenschappers en uitvinders. Smartphones, vliegtuigen, laptops en zelfrijdende auto’s zijn hier allemaal een voorbeeld van. Aan de andere kant zorgt de politieke instabiliteit ervoor dat in ieder geval de status van wetenschappers ongelooflijk instabiel is. Een bekend voorbeeld van het laatste fenomeen is de twijfel die sommigen lijken te hebben bij klimaatwetenschap.

Om met deze omstandigheden om te gaan moeten we uiteindelijk teruggaan naar het denken van Socrates. Zijn methode van hoe wij kunnen leren goed na te denken is nog steeds enorm bruikbaar. Maar eerst moeten we een beter begrip krijgen van onze omstandigheden.

Nut en gevaar van twijfels

Die twijfel is, hoe irritant dat ook mag zijn, niet per se erg. Sterker nog, twijfels hebben, deze kunnen uiten en systematisch uitwerken tot theorieën is één van de belangrijkste onderdelen van het wetenschappelijke denken. Serieuze twijfels zouden we ten alle tijden moeten beschermen, niet moeten aanvallen.

Nu begrijp ik ook wel dat het bovenstaande standpunt hopeloos naïef is in de huidige tijd. Dit is de tijd van fake news en information wars. De tijd dat het bewust verspreiden van leugens een steeds sterker wapen is geworden om mensen te beïnvloeden. Ik zal hier later nog op terug komen, maar wil alvast wel zeggen dat de oplossing voor het probleem van fake news niet zal liggen in het belachelijk maken van iedereen die twijfelt. Beide omstandigheden zijn namelijk, in hun extreme vormen, even gevaarlijk.

Gevaren voor de Wetenschap

Het lijkt me dat het al duidelijk is wat voor een gevaar extreme ontkenning van de wetenschap is. Maar wat kan er tegen zijn om wetenschappers op een voetstuk te plaatsen?

Een goed voorbeeld van deze gevaren is te zien in een kort verhaal van de sciencefiction schrijver en natuurkundige Isaac Asimov. Asimov is vooral bekend om zijn verhalen over robots, waarin hij verbazingwekkend vooruitziend was. In het korte verhaal uit 1941 reason! wordt een nieuwe robot geleverd aan een ruimtestation. In het universum van het verhaal is het de slimste robot ooit gebouwd. In feite lijkt deze robot op een erg vergelijkbare manier te werken als moderne data algoritmes, als die tenminste bewust van zichzelf zouden zijn.

De belangrijkste les die de geschiedenis van de wetenschap ons leert is dat het definitieve antwoord nooit gevonden is.

Maar deze robot komt, op basis van alle beschikbare data, tot de conclusie dat de aarde niet bestaat. Het is een fantasie bedacht door de mensen om zich minder eenzaam te voelen. Als de robot steeds zekerder wordt van zijn waarheid neemt hij de controle over en belooft hij goed voor die ‘arme goed-gelovige mensen’ te zorgen. De logica van de robot is zo perfect, dat niets wat de mensen doen het van zijn stuk kunnen brengen. Het verhaal eindigt met de mensen die vluchten. De robot blijft alleen met zijn waarheid achter.

Natuurlijk is dit fictie, niet een waargebeurd verhaal, maar verhalen zijn vaak een goede methode om ons eraan te herinneren dat de theorieën die wij hebben vaak niet compleet zijn. De ‘fout’ die de robot maakte is dat het er vanuit ging dat de op dat moment beschikbare data, alle data was. In andere woorden, het dacht het definitieve antwoord gevonden te hebben. De belangrijkste les die de geschiedenis van de wetenschap ons leert is dat het definitieve antwoord nooit gevonden is. Waarschijnlijk zal dat ook nooit gevonden worden.

De Menselijke Wetenschapper

Daarnaast is het belangrijk om te realiseren dat wetenschappers ook mensen zijn. Ze onderzoeken dat waar hun passie ligt. Dat kan betekenen dat sommige vakgebieden over- en andere onderbelicht zullen zijn. Wetenschappers moeten ook eten, en zoeken hetzelfde genot als andere mensen. Dat betekent ook dat ze geld nodig hebben, wat ons brengt op een heel ander probleem.

Geld is nu eenmaal noodzakelijk. Geavanceerd wetenschappelijk onderzoek is duur en onzeker en overheden kunnen of willen niet altijd de prioriteit eraan geven die misschien nodig is. Dat betekent dat bedrijven de financiering moeten leveren. Maar bedrijven zullen onderzoek nastreven dat hen goed uitkomt. In sommige gevallen, zoals innovatie, is dat vaak alleen maar positief. Maar in veel gevallen is de bemoeienis van bedrijven slecht voor de kwaliteit van de wetenschap. Denk aan tabaksproducenten die willen bewijzen dat roken niet slecht voor je is, of olie en autoproducenten die de milieuvriendelijkheid van olie en diesel willen bewijzen. Er zijn eindeloos veel voorbeelden van bovenstaande onderzoeken, maar een goed recent voorbeeld is bijvoorbeeld het onderzoek van Volkswagen. Bij dit onderzoek werden apen vergast met de uitlaatgassen van oude diesel auto’s en de nieuwere diesel auto’s van Volkswagen. Allemaal om te bewijzen dat deze minder slecht voor je waren.

Het ligt natuurlijk voor de hand dat onderzoek van Shell naar klimaatverandering niet geheel te vertrouwen is, maar bedrijven zijn niet gek. Ze zijn slim genoeg om de financiering te verhullen via andere bedrijven en onderzoeksinstituten. Op die manier ontstaat een grijs gebied van onderzoek, waarvan het totaal onduidelijk is met welke motieven die onderzoeken worden gedaan. Het wordt daardoor steeds moeilijker om het verschil te zien tussen ‘goede’ en ‘slechte’ wetenschap. Zeker voor iemand die zelf niet uit wetenschappelijke kringen komt.

Filosofie en Wetenschap

De onzekerheid die ten alle tijde bij de wetenschap hoort en de onduidelijkheid die in deze tijd steeds meer wordt gecreëerd forceren ons dus om kritisch te blijven. Maar als we te kritisch worden zijn we gek genoeg nog makkelijker te beïnvloeden door de grootste leugenaars.

De vraag is dus hoe wetenschap om moet gaan met deze twee tendensen. Welke rol heeft de wetenschapper nog in de 21ste eeuw? Hoe moet de niet-wetenschapper omgaan met de kennis die wetenschappers opbouwen?

En wat is de rol van de filosofie in het geheel? Filosofie vraagt zich af wat wij kunnen weten en hoe wij dat kunnen weten. Dat klinkt nog erg vaag. Het lijkt mij dan ook beter om via één specifieker voorbeeld duidelijk te maken wat de kracht van filosofie is.

Ideeën en de Wereld

De vraag die ik kort zal behandelen is: hoe zien wij de wereld?. We hebben natuurlijk ogen waarmee wij kijken en hersenen die die beelden interpreteren. Met name die tweede stap is voor ons erg belangrijk. Onze ogen kunnen ons namelijk bedriegen en zelfs als ze dat niet doen, kunnen we maar een klein deel van de wereld tegelijkertijd zien. Als ik alleen maar kon weten wat ik nu voor mij zie, zou ik moeten toegeven dat ik niet zeker weet dat er géén olifant achter mij staat. Terwijl ik toch vrij zeker weet dat er geen olifant achter me staat.

Als ik alleen maar kon weten wat ik nu voor mij zie, zou ik moeten toegeven dat ik niet zeker weet dat er géén olifant achter mij staat.

De ideeën die wij gebruiken om de wereld te interpreteren geven vorm aan wat wij kunnen zien in de wereld. Niet alleen kan ik mijn zorgen over olifanten die achter mij staan wegnemen. We kunnen ook dingen die eerste onzichtbaar waren, zichtbaar maken.

Een goed voorbeeld van deze magische truc komt uit de tijd van Isaac Newton. Hoe denk je dat de mensheid de planeet Neptunus gevonden heeft? Niet door eeuwig naar de lucht te blijven staren tot de planeet plotseling in het beeld schoof. Nee, twee mannen (Adams en Leverrier) kwamen op hetzelfde moment erachter dat de al bekende planeten een rare baan om de aarde volgden. Volgens de wetten van newton zouden ze een andere baan moeten hebben. Beide bedachten op hetzelfde moment dat een derde planeet dit effect zou moeten hebben. Ze rekenden uit waar deze planeet moest zijn en voilá, Neptunus was zichtbaar.

Slechte ideeën

Niet alle effecten van deze ideeën zijn even positief. Politieke ideologieën, maar ook technocratische dromen hebben in de twintigste eeuw enorme schade gedaan aan mensen, samenlevingen en het milieu.

Een goed voorbeeld hiervan is het wetenschappelijk racisme van het begin van de twintigste eeuw. De naam voor deze wetenschap was eugenics. De naam is geïnspireerd door het Grieks en betekend iets in de richting van ‘goede geboorte’. Eugenics hield zich bezig met het creëren van betere mensen door mensen met de juiste eigenschappen te koppelen aan anderen mensen met diezelfde karakteristieken. Als dat een beetje hetzelfde klinkt als het fokken van honden dan is dat niet heel erg gek.

Eugenics hield zich bezig met het creëren van betere mensen door mensen met de juiste eigenschappen te koppelen aan anderen mensen met diezelfde karakteristieken.

Eugenics was enorm populair in de Verenigde Staten in het begin van de twintigste eeuw. De ideeën van deze wetenschap werden daar ook uitgevoerd. Dat leidde tot massa sterilisaties van mensen die gezien werden ‘minder fit’. Deze methode is in 1927 zelfs goed gekeurd door het Amerikaanse hooggerechtshof in de zaak Buck v. Bell. Nu kunnen we zien dat de ‘ziektes’ die deze mensen hadden door niets anders kwamen dan armoede en vooroordelen rond ras.

Eugenics was natuurlijk ook enorm populair in de Nazi-Duitsland. Hier had de wetenschap natuurlijk veel extremere gevolgen. Veel Amerikaanse wetenschappers hadden ook contact met hun Duitse collega’s. Pas nadat de VS betrokken raakt in de Tweede Wereldoorlog houdt dit op. Dit is ook meteen het einde van de populariteit van Eugenics in de VS.

Lang Leve Socrates!

Wat wij nodig hebben is dus iemand die ons leert om te gaan met de kennis die we hebben en de ideeën die we daarop gebouwd hebben. Iemand die ons leert na te denken over de wereld om ons heen. Er is één filosoof die exact dit probeerde te doen.

Socrates noemde zichzelf de vroedvrouw van de kennis. Zijn methode bestond simpelweg uit het ondervragen van een ander. Die ander moest ergens zeker over zijn. Socrates zou dan laten zien hoe die zekerheid op drogredeneringen of onhoudbare aannames fundeerde.

Dit klinkt natuurlijk vrij negatief. De burgers van Athene waren het op een gegeven moment ook zo zat met hem dat ze hem de doodstraf gaven. Maar de methode van Socrates leert ons welke vragen we onszelf moeten stellen. Uiteindelijk wilde hij dat iedereen leerde zo goed en zo logisch mogelijk na te kunnen denken. Om altijd kritisch te kunnen blijven.

Als we willen dat de wetenschap echt een rol in het maatschappelijke debat gaat hebben moeten we het voorbeeld van Socrates volgen en iedereen leren na te denken over de belangrijkste ideeën die onze wereld vormgeven. Anders riskeren we dat de Filosofie en de Wetenschap ten ondergaan aan de tendensen die onze eeuw vormgeven.

Ravian Ruijs is eindredacteur wetenschap en filosofie. Hij studeert Kunstmatige Intelligentie en Communicatiewetenschap. De foto komt van Pexels.


Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Ravian Ruys de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie of een kopje ☕!

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Ravian eens? Waarom wel/niet?