Schijnparticipatie ten behoeve van bezuinigingen: mensen met een arbeidsbeperking zijn de dupe

Sinds 2015 komen mensen met een arbeidsbeperking die (gedeeltelijk) kunnen werken in de Participatiewet terecht en niet meer in de Wajong (Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jongvolwassenen). Mensen die al in de Wajong zaten, zijn voor 1 januari 2018 herbeoordeeld. Er is daarbij een onderscheid gemaakt tussen:

  • Arbeidsvermogen: als je nu, of mogelijk in de toekomst, gedeeltelijk zou kunnen werken wordt je uitkering per 1 januari 2018 met 5% gekort. Van 75% naar 70% van het minimum jeugdloon, wat netto gaat om ongeveer 50 euro per maand minder.
  • Volledig en duurzaam geen arbeidsvermogen: als de verwachting is dat je nooit meer kan werken, blijf je in de Wajong en blijft je uitkering 75% van het minimum jeugdloon.

Dit artikel gaat over de eerste groep: mensen die in de Wajong zaten, maar nu volgens het UWV arbeidsvermogen hebben en worden gestimuleerd om passend werk te vinden. Voor die groep zijn er een aantal problemen:

  1. Een gedeelte van die groep kan momenteel helemaal niet werken, maar omdat ze een ziekte hebben die mogelijk nog kan verbeteren in de toekomst, hebben ze volgens de laatste herkeuring het vermogen om te werken. Deze groep valt tussen wal en schip: ze zijn 100% arbeidsongeschikt, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt. De 5% korting op hun uitkering is voor deze mensen allesbehalve een stimulans. Het is een straf die financiële zorgen geeft, omdat deze groep vaak ook hoge zorgkosten heeft.
  2. Er zijn niet genoeg banen voor de groep die wel kan werken. De overheid maakte in 2013 de zogenaamde ‘Wet banenafspraak’, waarmee tussen 2015 en 2026 125.000 arbeidsbeperkten aan het werk geholpen zouden worden. Het bedrijfsleven loopt op schema, maar uitgerekend bij de overheid zijn er niet voldoende banen gecreëerd.
  3. In de Participatiewet staat dat er vanaf 2015 geen instroom meer mogelijk is in de sociale werkplaatsen. Deze mensen moeten zoveel mogelijk bij een reguliere werkgever aan de slag. Voor de mensen die in de zwaarste categorie beperkingen vallen, zijn er beschutte werkplaatsen gekomen, maar deze werken nog niet zoals ze zouden moeten.
  4. Het huidige kabinet wil de loonkostensubsidie afschaffen. Deze maakte het ten eerste voor werkgevers aantrekkelijker om iemand met een arbeidsbeperking aan te nemen, omdat die werd gecompenseerd voor het werk dat iemand met een arbeidsbeperking niet zelfstandig kon verrichten. Ten tweede kon iemand met een arbeidsbeperking hiermee het minimumjeugdloon verdienen, wat bij afschaffing van de loonkostensubsidie maximaal 70% van het minimumjeugdloon zou zijn.

Dat zijn dus nogal wat niet-stimulerende veranderingen. Waar de overheid juist zegt werk te willen stimuleren met de komst van de Participatiewet.

Ik ben een Wajonger

Ik ben zo’n Wajonger met arbeidsvermogen. Dat houdt in dat ik volgens het UWV één uur aaneengesloten kan werken, dat ik per werkdag minstens twee uur kan werken, dat ik basale werknemersvaardigheden heb, en dat ik een taak uit kan voeren binnen een arbeidsorganisatie. Ik neem jullie even mee naar het hoe en waarom van mijn Wajong aanvraag:

In 2010 zat ik in het vierde jaar van een universitaire studie, waarbij ik zo’n tien uur college per week had. Colleges die ik bovendien makkelijk kon overslaan als ik weer eens in bed lag met migraine. Een studie zo theoretisch dat ik mijn onderontwikkelde sociale vaardigheden makkelijk kon verbergen. Daarbij gaf de hoofdpijn ook nog eens een grote kans op uitval, waardoor ik die tien uur niet elke week waar kon maken. Samen met mijn trajectbegeleidster diende ik de aanvraag voor een Wajong in. Ik werd 80-100% arbeidsongeschikt verklaard op mijn 21e.

We namen veelvuldig contact op met het UWV, maar het bleek onmogelijk erachter te komen wie mijn arbeidsdeskundige was.

Vanaf het begin was ik niet van plan om bij de pakken neer te gaan zitten, ook al kreeg ik elke maand geld van de overheid op mijn rekening gestort. Als je niet gezond bent, kom je tot de ontdekking hoe fijn het is als je je nog enigszins nuttig kunt maken voor de maatschappij. Uit werk haal ik eigenwaarde en voldoening. Ik kon tien uur studeren, dus kon ik ook tien uur werken, vond ik.

Ik begon met vrijwilligerswerk en daarna een werkervaringsplek. Het ging goed! Ik kon mijn werkuren op mijn eigen tempo opbouwen naar zestien uur per week en samen met mijn hulpverlening besloot ik dat er jobcoaching moest komen, zodat ik een aangepaste, betaalde baan kon gaan vinden. We namen veelvuldig contact op met het UWV, maar het bleek onmogelijk erachter te komen wie mijn arbeidsdeskundige was. Hulp bij het vinden van een baan kwam dus helemaal niet op gang. Ik stond in de startblokken, maar net op dat moment, zoals dat kan gaan als je chronisch ziek bent, kreeg ik een terugval. Ik zakte terug naar acht uur per week en ik kreeg het niet meer opgebouwd.

Toen ik me weer wat stabieler voelde, ontstond het idee om een onderneming te starten. Mijn talenten werden gezien op mijn werkervaringsplaats en ook van buitenaf begon er vraag te komen of ik als freelance fotograaf of schrijver aan de slag wilde. Opnieuw probeerden we het UWV te bereiken: ‘Wij hebben begrepen dat mevrouw niet wil werken; dat staat hier in het dossier,’ zei de telefoniste aan de andere kant. Pardon? We zullen nooit weten hoe die bewering de wereld in geholpen is. Het enige wat ik wilde was iemand spreken, om toestemming te vragen voor het starten voor mijn onderneming. Dat kwam er niet van. Uiteindelijk stuurde ik een brief met de mededeling dat ik me had ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Op steun van het UWV hoefde ik niet te rekenen.

Herindeling

In die eerste zeven jaar dat ik mijn Wajong had, heb ik nooit iemand van het UWV in levenden lijve gezien. Hoe anders is dat nu. Twee weken nadat door het UWV bepaald was dat ik ‘arbeidsvermogen’ heb, kreeg ik een uitnodiging van het Werkbedrijf, om ‘te praten over wat ik nu of in de toekomst zou willen doen.’ De angst sloeg me om het hart, want… ik dóe toch al iets? Ik heb nota bene een eigen bedrijf. Het is waar dat ik ook een volledige uitkering heb, maar ik doe wat ik kan mét alle dingen die me tegenzitten.

De uitnodiging van het UWV was meteen vijf dagen na ontvangst van deze brief.  Stress. In deze brief stond vermeldt dat aanwezigheid verplicht is en dat afwezigheid (zonder geldige reden) gevolgen heeft voor je uitkering. Nu is het zo dat je met het UWV niet kunt overleggen over het maken van een afspraak. Het enigste dat je kunt doen is aangeven dat je op dat moment niet kan, en dan komt er een nieuwe uitnodiging. Aangezien ik dit gesprek samen met mijn trajectbegeleidster wilde voeren en zij een drukke agenda heeft, nam het maken van een afspraak met het UWV op deze manier nogal wat tijd in beslag. Elke keer kreeg ik een mail, een sms én een brief. In deze weken lag mijn bedrijf stil, omdat de communicatie met het UWV me zoveel energie kostte dat ik niet kon werken. Tot op een ochtend mijn telefoon ging en ik mijn arbeidsdeskundige aan de telefoon had: ‘Ik lees in je dossier dat je een eigen bedrijf hebt, klopt dat? Heb je daar nog hulp bij nodig van ons?’ Ik legde uit dat het allemaal goed ging en dat ik naar tevredenheid hulp van de gemeente krijg. ‘O, dan is het goed. Dan zal ik over een half jaartje weer checken hoe het gaat.’ De eerste uitnodiging bleek standaard en als eerder  de moeite was genomen om in mijn dossier te kijken dan was mij een hoop energieverlies bespaard gebleven.

Stimulans

Het argument dat de overheid geeft voor de korting van 5% op de Wajong voor mensen die volgens hen arbeidsbekwaam zijn, is dat zij mensen met een arbeidsbeperking willen stimuleren om aan het werk te gaan. Voor mij werkt dat niet zo. De Wajong zoals deze was, kon mij beter stimuleren. Het betekende de (financiële) rust die ik nodig had om überhaupt te kunnen werken. Druk en stress zijn voor niemand goed, maar voor iemand met een beperking of chronische ziekte kan het weleens het verschil betekenen tussen nog tien uur per week actief kunnen zijn, of helemaal niet. De 5% korting zorgt juist voor financiële zorgen, de druk op aan het werk gaan heeft naar mijn idee een averechts effect.

Wat iedereen lijkt te vergeten is dat het hier nog steeds gaat om kwetsbare mensen. Dat ze meer verantwoordelijkheid krijgen, betekent niet dat ze die ook kunnen nemen. Integendeel. Dat iemand gedeeltelijk kan werken, betekent niet dat de ziekte of handicap ineens weg is. De korting voelt als een straf. Het is al erg genoeg dat ik ziek ben en dat ik niet of nauwelijks kan werken.

Dat iemand gedeeltelijk kan werken, betekent niet dat de ziekte of handicap ineens weg is.

De overheid lijkt er met deze stimulans vanuit te gaan dat er te weinig motivatie is bij de mensen met een arbeidsbeperking. Daar ligt het probleem niet. Het probleem ligt bij die ziekte of handicap zelf. Een ziekte die je overkomt en waarbij je het niet voor het zeggen hebt dat je elke dag een gelijk aantal uren energie hebt om iets te doen. Het probleem ligt ook bij het feit dat de overheid en de maatschappij zélf nog niet klaar zijn voor het bieden van een passende werkplek aan mensen met een beperking. Dat je in theorie kunt werken, betekent in de praktijk nog niet dat een werkgever iemand wil aannemen die aanpassingen nodig heeft of vaak ziek is. Uitgerekend bij de overheid  zijn er te weinig banen bijgekomen volgens de afspraak. De overheid heeft de overheidswerkgevers daarom een jaar extra gegeven om deze banen te creëren, maar ondertussen gaat de verlaging van de uitkering wel gewoon door. Mocht iemand zich dus gestimuleerd voelen, dan loopt diegene al snel tegen de grenzen van het systeem aan.

Oplossingen

Ik heb zelf dus een arbeidsbeperking en ik spreek ook vaak andere mensen met een Wajong (via internet). Vanuit die ervaringen wil ik een aantal dingen aandragen die een verbetering zouden kunnen betekenen in de arbeidsparticipatie van Wajongers. Ik ben het ermee eens dat meer mensen met een arbeidsbeperking zouden kunnen participeren in het arbeidsproces dan nu het geval is. De manier waarop dat uitgevoerd wordt (bezuinigen op de uitkering zelf, sociale werkplaatsen en de loonkostensubsidie) heeft een averechts effect. Hieronder draag ik een aantal oplossingen aan, die volgens mij zouden kunnen werken.

Korting terugdraaien
Ik vind dat mensen met arbeidsvermogen recht hebben op 75% van het minimumjeugdloon. Het staat vast dat al deze mensen een beperking of chronische ziekte hebben en daar hebben ze niet voor gekozen. Door hun situatie hebben ze vaak extra zorgkosten en de eigen bijdragen worden ook steeds hoger. Minder (financiële) druk en erkenning van de beperkingen zorgt voor meer ruimte om te ontwikkelen ondanks de moeilijkheden die er lichamelijk of mentaal zijn.

Duidelijkheid bij het UWV
Voor mensen die moeten leven van het sociaal minimum of zelfs minder dan dat, is voorspelbaarheid over hun inkomen zeer belangrijk. Als je (gedeeltelijk) in loondienst gaat werken is het allemaal vrij duidelijk hoe het UWV je inkomen berekent, maar wat als er elke maand een ander bedrag binnenkomt uit werk? Meer transparantie vanuit het UWV is gewenst.

Ik lees vaak vragen van mensen die wel willen werken, maar tegengehouden worden door de onzekerheid.

Ik lees vaak vragen van mensen die wel willen werken, maar tegengehouden worden door de onzekerheid. Of die de stap hebben gemaakt, maar onverwachts duizenden euro’s terug moeten betalen. Ik hoop dat de huidige ontwikkelingen het UWV meer benaderbaar maken. Dat iemand die wil werken niet al geremd wordt, omdat het UWV niet beschikbaar is voor het beantwoorden van vragen.

Aanspreken van interne motivatie, kwaliteiten en mensen een kans geven
Bij dit punt ligt er zowel voor de overheid, als het UWV, als het bedrijfsleven, als de Wajonger zelf een taak.

  • De taak van de Wajonger met arbeidsvermogen: op voorwaarde dat iemand hiertoe in staat is, is het erg belangrijk om actief zelfkennis te vergaren. Wat kun je wel, wat kun je niet, waar heb je hulp bij nodig. Leer dit (met hulp van een begeleider/ouder) te verwoorden.
  • De taak van het UWV is om hiernaar te luisteren en om de Wajonger te ondersteunen in het vinden van een zinvolle dagbesteding die past bij de vermogens van het individu.
  • De overheid heeft een taak in het verbeteren van de beeldvorming rondom mensen met een arbeidsbeperking. Door de huidige ontwikkelingen is het beeld ontstaan dat Wajongers lekker thuis op de bank Netflix zitten te kijken en hun bankrekening elke maand gespekt wordt, terwijl ze eigenlijk wel zouden kunnen werken. Dit zorgt ervoor dat bedrijven denken: wat hebben we dan aan zo iemand die totaal geen motivatie heeft? Hier zou de overheid verandering in kunnen brengen.
  • Bedrijven en instanties zouden wat flexibeler moeten denken. Gelijkheid betekent niet dat iedereen onder dezelfde voorwaarden hetzelfde moet kunnen functioneren. Het bekent wel dat sommige werknemers bepaalde aanpassingen nodig hebben om een gelijke kans te hebben. Meer thuiswerken, een functie verdelen over twee mensen met verschillende talenten, een aangepaste werkplek; het zijn allemaal dingen die ervoor zouden kunnen zorgen dat iemand met een arbeidsbeperking prima kan functioneren binnen een bedrijf. Mensen die op een andere manier denken zoals bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen, kunnen juist met verrassende oplossingen komen voor een vraagstuk.

Basisinkomen
Het basisinkomen is een vast maandinkomen dat de overheid verstrekt aan elke burger zonder daar voorwaarden aan te stellen. Het is genoeg om van rond te komen en wie een hoger salaris wil, kan daarvoor werken. Alle hiervóór genoemde problemen kunnen geëlimineerd worden door de invoer van het basisinkomen. Het mooie hieraan is dat er geen onderscheid meer zal zijn tussen mensen met of zonder arbeidsbeperking, en dat mensen met een arbeidsbeperking niet meer gezien zullen worden als mensen die niet voldoende motivatie hebben. Proberen te werken wordt makkelijker. Er hoeft geen verantwoordelijkheid meer afgelegd te worden aan het UWV en als het toch niet lukt, is er levenslang een inkomen om op terug te vallen (in tegenstelling tot de Wajong waarvan het recht vervalt na vijf jaar).

Ik vind dat ik geluk heb, door ondernemer te worden heb ik een manier gevonden om mezelf een heel klein beetje perspectief te geven op een leven zonder uitkering, al gaat het waarschijnlijk nog jaren duren. Dat is een weg die zeker niet voor iedereen mogelijk is. Ik heb een stem, waarmee ik bijvoorbeeld door het schrijven van dit artikel kan laten weten dat ik het oneerlijk vind. Het is makkelijk om de kwetsbaarste mensen te treffen met bezuinigingen die gebracht worden als verbeteringen: op de maatschappij komt het over als een goede ontwikkeling en de getroffenen zijn door hun handicap niet in staat om in groten getale te protesteren.

Anne van de Beek is eigenaar van a-typist.nl. Ze schrijft daar open over haar autisme en migraine. Lees hier meer over wat ze doet. De foto boven dit artikel is van Freddie Marriage.


Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Anne van de Beek de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie of een kopje ☕ (€3,50)!

Alle donaties gaan direct naar Young Critics. Met het geld kunnen we onze website verbeteren, meer artikelen plaatsen en dieper in specifieke thema's duiken. Daarnaast werken we hard aan een opleidingstraject voor jonge schrijvers en een podcast.

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Anne eens? Waarom wel/niet?