5 feiten die klimaatsceptici niet kunnen ontkennen

De wereldwijd om zich heen grijpende klimaatcrisis verhevigt zich de laatste jaren in rap tempo. Hoog tijd om de balans op te maken van één van de belangrijkste debatten van de 21e eeuw, te beginnen met een bespreking van enkele basisfeiten die de grondslag moeten vormen van iedere toekomstige discussie over klimaatopwarming.

1. Ruim 97% van alle klimaatwetenschappers heeft consensus bereikt over het feit dat de ongekende uitstoot van broeikasgassen door mensen het overgrote deel van klimaatopwarming veroorzaakt.

Deze wetenschappelijke consensus wordt door sommigen ten onrechte betwist. De wetenschapshistoricus Naomi Oreskes heeft via sociologisch onderzoek achterhaald dat conservatieve Amerikaanse denktanks al decennialang misleidende en ronduit onjuiste informatie over klimaatopwarming de publieke sfeer binnen weten te loodsen. Hun neprapporten hebben dikwijls een gelikte vormgeving en zijn vaak gesponsord door de fossielebrandstofindustrie. Door desinformatie en onjuiste of irrelevante argumentaties in de publieke sfeer te injecteren, wordt een gezonde discussie over klimaatopwarming bewust vertraagd en uitgesteld. Een zelfde soort vertragingstactiek werd al in de jaren ’80 en ’90 door de tabaksindustrie toegepast met als doel de verkoop van hun dodelijke product op peil te houden.

Professionele klimaatwetenschappers hebben de beweringen van klimaatontkenners en zelfbenoemde ‘klimaatsceptici’ ontmaskerd als flauwekul. Op skepticalscience.com staat een uitgebreid overzicht van alle drogredenen en nepfeiten, die er vakkundig worden gefileerd. In Nederland schreef klimaatdeskundige Jan Paul van Soest De Twijfelbrigade, een boek waarin onder andere de dubieuze connecties van Nederlandse ‘klimaatsceptici’ met conservatieve Amerikaanse denktanks aan bod komen.

Door desinformatie en onjuiste of irrelevante argumentaties in de publieke sfeer te injecteren, wordt een gezonde discussie over klimaatopwarming bewust vertraagd en uitgesteld.

Toch zal bovenstaande informatie niet iedereen overtuigen. De belangrijkste reden daarvoor is dat de consequenties van kennis over klimaatopwarming voor ons dagelijks leven tamelijk ingrijpend zijn. Vanuit de epistemologie – het filosofische vakgebied dat zich bezig houdt met de vraag hoe kennis tot stand komt – is bekend dat belangen ons vermogen om informatie voor wáár aan te nemen sterk beïnvloeden. Wie een beargumenteerd verhaal te horen krijgt waaruit volgt dat we geen chocolade meer kunnen eten (omdat de productie ervan mede door gedwongen kinderarbeid tot stand komt) zal geneigd zijn deze juiste informatie af te wijzen of er geen conclusies aan te verbinden. Sterker nog, dit onbewuste kennis afweermechanisme zal hoogstwaarschijnlijk in werking treden bij het lezen van de vorige zin. Zulke kennis is ‘gevaarlijk’ omdat ze ons tot verregaande veranderingen dwingt.

Het verstrekken van basisinformatie is op zichzelf dus niet genoeg om mensen te informeren. Dat betekent echter niet dat we basale informatie over klimaatopwarming achterwege kunnen laten, integendeel. Wetenschappelijk juiste informatie is weliswaar een onvoldoende voorwaarde om tot kennis te komen, maar wél een noodzakelijke voorwaarde. Naast feitelijk juiste informatie en zelfreflectie op hoe we onszelf door onze eigenbelangen kunnen laten misleiden, is vertrouwen nodig in de afzender van informatie. Normaliter vertrouwen we onderzoeken die in wetenschappelijke peer-reviewed vakbladen verschijnen. Mensen die wetenschappers wantrouwen hebben doorgaans een zeer cynisch mens- en wereldbeeld. Klimaatwetenschappers zou het vooral om status, roem en een dik salaris te doen zijn, in plaats van waarheidsvinding. Ook deze zwartgallige visie wordt aangewakkerd door conservatieve denktanks, waarmee de cirkel rond is. Intussen blijft de aarde echter opwarmen.

2.Talloze diersoorten en ecosystemen worden ernstig geschaad door klimaatopwarming en steeds meer mensen komen er door in levensgevaar; tientallen miljoenen mensen zullen deze eeuw sterven indien we de opwarming van de aarde niet drastisch beperken.

Dat klinkt alarmistisch, maar is helaas de alarmerende realiteit. In de meest recente factsheet van de wereldgezondheidsorganisatie WHO wordt geschat dat alleen al tussen 2030 en 2050 vijf miljoen mensen zullen overlijden door de gevolgen van een steeds warmer wordende planeet, zoals extreme hittegolven. In publieke discussies wordt vaak de nadruk gelegd op negatieve gevolgen van klimaatopwarming voor ijsberen, koraalriffen en het oceanische leven. De dodelijke consequenties voor tientallen miljoenen mensen lijken vooralsnog taboe.

3. Klimaatopwarming wordt vooral veroorzaakt door een kleine groep bedrijven en (super)rijke en welgestelde individuen. Het gros van de wereldbevolking heeft nauwelijks schuld aan de opwarming van de aarde.

Wie door een productiebril kijkt, ontdekt dat wereldwijd slechts honderd bedrijven verantwoordelijk zijn voor 71% van alle CO2-uitstoot. Vanuit de consumptiezijde van de economie bekeken blijkt een kleine groep individuen het overgrote deel van alle CO2 uit te stoten. De rijkste 1% op aarde stoot evenveel CO2 uit als de armste helft van de wereldbevolking. De rijkste 20% stoot zelfs ruim twee derde van alle CO2 uit, zo blijkt uit cijfers van econoom Thomas Piketty.

De rijkste 1% op aarde stoot evenveel CO2 uit als de armste helft van de wereldbevolking.

Deze cijfers komen overeen met de bevindingen van Stephen Pacala, hoogleraar ecologie en hoofd van het Princeton Environmental Institute, die in 2006 al ontdekte dat de rijkste mensen op aarde verreweg het meest verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde. Destijds besteedden persbureaus nauwelijks aandacht aan Pacala’s ongemakkelijke bevindingen, maar toen Piketty eind 2015 zijn eigen cijfers publiceerde kon men daar niet langer om heen, gezien de mediastorm die het jaar daarvoor woedde rondom zijn bestseller Capital in the 21st Century.

Uit feiten twee en drie volgt dat een kleine groep (super)rijken en welgestelden verantwoordelijk zal zijn voor de toekomstige dood van tientallen miljoenen mensen – tenzij we snel drastische maatregelen nemen om dit dystopische scenario te voorkomen.

4. De wereldeconomie kan nog maar een zeer beperkte hoeveelheid CO2 uitstoten, wat in het concept van een koolstofbudget tot uitdrukking komt.

In de jaren ’80 en ’90 sprak de milieubeweging veelvuldig over het opraken van natuurlijke bronnen, waaronder fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas. Dat klopte weliswaar, maar was achteraf gezien geen slimme zet. De fossiele brandstofvoorraden zijn namelijk zodanig groot dat de aarde zeer extreem zou opwarmen indien alles verbruikt zou worden.  Er zijn in feite te véél fossiele brandstoffen; de fossielebrandstofindustrie moet tot 80% van hun voorraden economisch gaan afschrijven en voorgoed onder de grond houden.

Het probleem zit hem juist in de zeer beperkte hoeveelheid CO2 die de wereldeconomie nog kan uitstoten om een bepaalde kans te hebben dat de aarde maximaal 2 graden Celsius opwarmt. Op dit moment zit de wereld op een koolstofbudget van ergens tussen de 500 en 1200 gigaton CO2. Dit koolstofbudget geeft aan hoeveel CO2 de wereldeconomie nog kan uitstoten om 66% kans te hebben dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot maximaal 1,5 tot 2 graden Celsius.

Op dit moment stoot de wereldeconomie iets minder dan 40 gigaton CO2 per jaar uit. Als het koolstofbudget als een koekje wordt gevisualiseerd, wordt daar jaarlijks een zeer significante hap uit genomen, vooral door enkele grote bedrijven ten behoeve van (super)rijke en welgestelde individuen. De afgelopen decennia groeide bovendien de omvang van die jaarlijkse hap uit het koolstofbudget. Zelfs als de wereldwijde CO2-uitstoot de komende jaren niet langer stijgt maar gelijk blijft, zal het mondiale koolstofbudget komend decennium volledig opgebruikt zijn. Helaas is de mondiale uitstoot in 2017 toch opnieuw gestegen.

5. De wereldwijde CO2-uitstoot moet uiterlijk in 2020 pieken en daarna structureel – jaar in, jaar uit – dalen tot de uitstoot nul is. Zo’n structurele, mondiale daling van de CO2-uitstoot heeft zich historisch gezien nog nooit voorgedaan ten tijde van mondiale economische groei.

Vanaf 2020 moet de wereldwijde CO2-uitstoot ieder jaar gaan dalen, omdat anders de internationale klimaatdoelstellingen van Parijs onhaalbaar worden. Ieder jaar dat de uitstoot gelijk blijft (of zelfs groeit) impliceert dat er een onnodig grote reuzehap uit het koolstofbudget wordt genomen. We hebben, met andere woorden, een gigantisch probleem.

We dienen ons in dit kader ook te realiseren dat een economisch model gebaseerd op groei aantoonbaar eindig is. Economische groei is een historisch uniek verschijnsel dat in zijn huidige omvang pas een paar honderd jaar bestaat (sinds de Industriële Revolutie). Oneindige groei op een eindige planeet is echter onmogelijk, wat enkele simpele rekenvoorbeelden kunnen illustreren.

De absurditeit van economische groei komt nóg vollediger naar voren wanneer men bedenkt dat over een periode van duizend jaar de wereldeconomie maar liefst 400 miljoen keer in omvang zou moeten groeien.

De wereldeconomie groeit exponentieel, met ruim 3% per jaar. Dit houdt in dat de wereldeconomie binnen honderd jaar tijd 16 keer zo groot wordt en binnen honderdvijftig jaar zelfs 64 keer in omvang groeit, terwijl nu al allerlei ecologische grenzen worden overschreden. De absurditeit van economische groei komt nóg vollediger naar voren wanneer men bedenkt dat over een periode van duizend jaar de wereldeconomie maar liefst 400 miljoen keer in omvang zou moeten groeien. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die gelooft dat de wereldeconomie daadwerkelijk zo absurd groot zou kunnen worden.

Op de korte termijn zullen efficiëntieslagen in energiegebruik (groten)deels teniet worden gedaan door economische groei, wat de transitie naar een klimaatneutrale samenleving aanzienlijk vertraagt. Voorlopig blijft het de vraag of een wereldwijd groeiende economie wel snel genoeg de CO2-uitstoot naar het nulpunt toe kan dwingen.

Stephan Huijboom is filosoof. De foto komt van Pexels.


Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Stephan Huijboom de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie of een kopje ☕ (€3,50)!

Alle donaties gaan direct naar Young Critics. Met het geld kunnen we onze website verbeteren, meer artikelen plaatsen en dieper in specifieke thema's duiken. Daarnaast werken we hard aan een opleidingstraject voor jonge schrijvers en een podcast.

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Stephan eens? Waarom wel/niet?