Dit wil ik doen als eindredacteur Economie & Ontwikkeling

Het blijft een bijzonder fenomeen: de economie. Het domineert een groot deel van ons leven. Zonder een goed functionerende economie worden veel zaken een stuk moeilijker. Denk aan het vinden of behouden van een baan, het opzetten van een bedrijf of het ondernemen van een mooie reis. Op de lange termijn kan een gebrekkige economie zelfs bijdragen aan het uitbreken van oorlogen en revoluties, zoals de geschiedenis ons keer op keer heeft laten zien. De economie is, kortom, iets om rekening mee te houden.

Hoe belangrijk de economie ook mag zijn, voor de meesten van ons blijft het iets ongrijpbaars. Wanneer er in de media over de economie wordt gesproken, gaat het vaak over iets dat schijnbaar groeit, in opleving is, voor banen zorgt, in de problemen is, op zijn gat ligt, zich in de greep van multinationals bevindt, kapot wordt bezuinigd, tegenstrijdige signalen afgeeft, mensen uitsluit, of door anderen verkeerd wordt begrepen. Wat is dit voor een monster dat onnavolgbaar en op een meedogenloze manier om zich heen slaat?

Er zijn verschillende meningen over wat een economie precies is en doet. De meeste economen zullen je vertellen dat economie gaat over het bestuderen van keuzes van mensen bij de productie en consumptie van schaarse goederen en diensten. In een vrijemarkteconomie zorgt het prijsmechanisme ervoor dat de schaarse middelen zo efficiënt mogelijk verdeeld worden. Vraag en aanbod zijn hierbij cruciaal. Mensen kiezen zo met hun portemonnee welke producten en diensten er op de markt komen – aldus de econoom.

Een economie is niet iets zichtbaars waarvan de kenmerken nu eenmaal vaststaan, zoals in de natuurlijke wetenschappen vaak wel het geval is.

Hoe logisch deze uitleg ook mag klinken, het is slechts één interpretatie van wat een economie is en hoort te doen. Dit laatste punt is van belang omdat het laat zien dat de definitie van een economie vaak een normatieve lading heeft. Een economie is niet iets zichtbaars waarvan de kenmerken nu eenmaal vaststaan, zoals in de natuurlijke wetenschappen vaak wel het geval is. Daarentegen kent een economie juist vele vormen en maten, elk met haar eigen visie en bijbehorende mechanismen. Zij wordt beïnvloed door een veelvoud aan factoren: (geo)politieke ontwikkelingen, het klimaat, de demografische samenstelling van een land, het onderwijsniveau, culturele en sociale veranderingen, de mentale toestand van mensen, et cetera.

In deze complexe mix van invloeden proberen economen orde aan te brengen door zich te focussen op een van de factoren, terwijl wordt aangenomen dat de overige factoren (tijdelijk) gelijk blijven. Deze werkwijze wordt ook wel aangeduid met ceteris paribus. Op deze manier wordt het bestuderen van bijvoorbeeld de arbeidsmarkt een stuk overzichtelijker. Als je aanneemt dat alles behalve het onderwijsniveau in een land onveranderd blijft, zal een verhoging van het onderwijsniveau – door bijvoorbeeld meer geld beschikbaar te stellen aan universiteiten voor de begeleiding van studenten – waarschijnlijk leiden tot een meer kennis-gedreven arbeidsmarkt. Het ceteris paribus-principe kan dus erg nuttig zijn om inzicht te krijgen in de vele verbanden die binnen de economie bestaan.

Er ontstaan echter problemen wanneer men de ceteris paribus-bril niet meer wil afzetten. Het is mooi als een economisch model een bepaald fenomeen kan verklaren of voorspellen, maar het is en blijft een model. Oftewel, de werkelijk is altijd anders. De meeste economen zullen antwoorden dat elk model noodzakelijkerwijs onwaar is, maar dat sommige modellen wel degelijk nieuwe inzichten kunnen voortbrengen. Ook dit is waar, maar dat neemt niet weg dat een te nauwe blik tot grote problemen kan leiden. De crisis van 2008 is hiervan een goed voorbeeld: de meeste modellen lieten immers zien dat er geen wolkje aan de lucht was.

Als de afgelopen kredietcrisis één ding heeft laten zien, is dat het gereedschap en de competenties van economen nodig aan vernieuwing toe zijn. Meer aandacht voor factoren die niet zo gemakkelijk in een model zijn te stoppen maar wel een grote impact kunnen hebben, zou een goed begin zijn. De uitdaging ligt in het ontwikkelen van een bredere, meer pluriforme blik ten aanzien van de economie. Inzichten vanuit andere disciplines zijn hierbij onontbeerlijk. Zoals de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang het verwoordt: de economie is te belangrijk om over te laten aan economen.

Als de afgelopen kredietcrisis één ding heeft laten zien, is dat het gereedschap en de competenties van economen nodig aan vernieuwing toe zijn.

Als kind van de kredietcrisis (ik begon in 2010 aan mijn studie Economie) is het mijn ambitie om bij te dragen aan de zoektocht naar ‘De Nieuwe Econoom’. Dit doe ik graag samen met jullie, want ik ben ervan overtuigd dat het huidige economische discours wel een portie kritische geluiden kan gebruiken. Het thema Economie & Ontwikkeling fungeert als ontmoetingsplek voor kritische geluiden en frisse ideeën, om zo gezamenlijk vanuit verschillende invalshoeken invulling te geven aan De Nieuwe Econoom. De term ‘Ontwikkeling’ kan breed geïnterpreteerd worden en leent zich ook voor onderwerpen die niet direct met economie te maken hebben. Denk hier bijvoorbeeld aan technologische ontwikkelingen, onderwijs, de opkomst van sociaal ondernemerschap of de (economische) gevolgen van populisme.

Dus jonge economen, en met name jonge niet-economen, laat je horen! Betwijfel het vanzelfsprekende, durf dingen anders te zien, zoek tegengeluiden op, maak jezelf kwaad, wees op je hoede voor de zelfverzekerde econoom, heb lak aan jargon, schop heilige huisjes omver, verplaats je in de ander, haal oude theorieën van stal, werp alternatieven op.

Sta achter je mening, maar kijk vooral verder.

Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Felix den Ottolander de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie.

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Felix eens? Waarom wel/niet?