donor

“Een leven redden. Je hebt het in je.” Met dit citaat werd ik afgelopen week geconfronteerd toen ik de post opende. Mijn aandacht werd meteen getrokken, want wie wil niet een leven redden? Vervolgens stond in dezelfde brief: “als jou iets overkomt, dan wil je toch ook geholpen worden?” Wederom was ik het eens met wat ik zojuist las. Op dat moment drong het tot mij door dat de schrijver van de brief iets van mij verlangde. Ik kwam tot de conclusie dat het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de afzender van deze brief was. De hoofdgedachte van de tekst betrof namelijk orgaandonatie.

Toen afgelopen jaar de orgaandonatiewet werd ingevoerd, dacht ik “leuk zo’n wet, maar we hebben al genoeg wetten in ons bureaucratisch land, ik zie wel wanneer die orgaandonatiewet van pas komt.” Je mag mij om bovengenoemde gedachte een naïef mens noemen, maar ik denk niet dat ik de enige ben. Het hele mediacircus rondom de invoering van de orgaandonatiewet heb ik uiteraard gevolgd. Nadat het circus plaats had gemaakt voor de Amerikaanse verkiezingen heb ik nooit meer bewust nagedacht over de gevolgen wat voor mij betreft de nieuwe orgaandonatiewet. Totdat vorige week de bewuste orgaandonatiebrief in mijn brievenbus lag.

Gevolgen van de orgaandonatiewet

De gevolgen van de nieuwe wet zijn te overzien voor hen die zich nauwelijks hebben verdiept in de orgaandonatiewet. Alle Nederlanders ouder dan 18 jaar krijgen net als ik een intrigerende brief opgestuurd, met natuurlijk de vraag of ze wel of geen orgaandonor willen zijn. Als de luiwammesen onder ons na twee brieven nog niet hebben gereageerd, word je automatisch als donor geregistreerd. Best hard eigenlijk, maar de overheid wil graag meer orgaandonoren hebben, wat overigens vrij logisch is.

Mensen die wel reageren op de brief, kunnen ‘ja’ of ‘nee’ invullen. Je kan hierbij aangeven welk orgaan of weefsel je wil afstaan. Bovendien heb je ook de keuze om aan te geven of je wil dat iemand anders de keuze voor jou maakt na overlijden.

Wil ik donor worden?

Ik vind het lastig antwoord geven op de vraag of ik donor wil worden. Er dwalen honderden vragen rond in mijn hoofd rondom de kwestie om orgaandonor te worden.

Ik ben best wel bang om een roofobject te zijn als ik ben overleden. Onterecht zou ik het vinden als een alcoholist of een kettingroker een orgaan van mij krijgt, terwijl ik niet rook of nauwelijks drink. Mijn organen, zoals de lever bijvoorbeeld, heb ik gespaard door met mate te drinken. Wanneer een alcoholist een lever nodig heeft, omdat hij hem dusdanig beschadigd heeft, ben ik van mening dat hij minder recht op mijn lever heeft, omdat ik er zorgvuldiger mee om ben gegaan. Orgaandonatie is voor mij daarom een lastige kwestie.

De deterministische leer of een gezonde leefstijl zijn voor mij redenen waarom ik voor orgaandonatie ben.

Het verhaal van de chirurg

Ik ga niet over een nacht ijs wanneer ik antwoord moet geven of ik orgaandonor wil worden. Aan de hand van verschillende meningen en geloofsovertuigingen wil ik mijn keuze maken. Met zowel studiegenoten, collega’s als familieleden ben ik gesprek gegaan over mijn keuze om eventueel orgaandonor te worden.

Een aantal gesprekspartners heeft mij het verhaal van de chirurg voorgelegd. Ter verduidelijking; het verhaal van chirurg gaat over het een chirurg wiens zoon een nier nodig heeft. De patiënt in kwestie, jij, ligt op sterven, de chirurg weet dat de patiënt orgaandonor is en laat daarom de laatste reddingoperatie achterwege, om zijn eigen zoon hierdoor een nier te gunnen.

Na het horen van dit verhaal kreeg ik kotsneigingen. Ik kreeg deze kotsneigingen omdat chirurgen vakbekwame mensen zijn. Een chirurg hoort zich te verantwoorden over zijn ingrepen, hij heeft zich te houden aan beroepscode.

“Iemand van Islamitische afkomst verdient geen orgaan”

Mijn bloed begon pas echt te koken na het lezen van reacties op het internet over orgaandonatie. Er bestaan mensen in onze maatschappij die aangeven geen orgaandonor te worden, omdat ze vinden dat we in een multiculturele samenleving wonen en dat de kans daarom veel te groot is dat iemand van Islamitische afkomst een orgaan krijgt. Als de mogelijkheid daar was, had ik degene die deze ontzettend nare tekst heeft geschreven, onmiddellijk uitgesloten om mijn organen te krijgen. Afkomst, huidskleur of geloofsovertuiging mag toch niet afhangen als het gaat om orgaandonatie? Indien iemand zoals eerder gezegd, zijn organen “verkracht” door veel te drinken of roken, is het logischer dat hij of zij wordt uitgesloten om organen te krijgen, maar wanneer iemand gezond leeft en geen organen krijgt toegewezen op basis van bijvoorbeeld huidskleur, mag het niet voorkomen dat hij of zij wordt uitgesloten voor donatie.

Orgaandonatie is een voorbestemde gebeurtenis

Hoewel ik ongelovig ben opgevoed, spelen godsdienstige aspecten voor mij een belangrijke rol rondom orgaandonatie. In het Nieuwe Testament, om precies te zijn Rom 5: 12, wordt beschreven dat uiteindelijk iedereen zonden begaat, en daarom heeft iedereen deel gekregen aan de straf op de zonden: de dood, want dat is het gevolg op de zonde. Een zonde begaan, is iets doen wat tegen de wil van God ingaat. Vanuit het determinisme, een filosofisch wetenschappelijke theorie, is het interessant om in te gaan waarom men een zonde begaat. Het determinisme stelt namelijk dat elke gebeurtenis of stand van zaken veroorzaakt is door eerdere gebeurtenissen. Wanneer God dus aangeeft dat de straf op een zonde, de dood is, moet het begaan van een zonde volgens de deterministische theorie gepland zijn.

Als mijn overlijden volgens het determinisme van te voren bepaald is, dan is de persoon naar wie mijn organen gaan ook al bepaald aan de hand van eerdere gebeurtenissen. De gedachte dat van te voren in principe al is geregeld naar wie mijn organen gaan, stelt me gerust.

“Een leven redden. Je hebt het in je

Het verloop van gebeurtenissen heb je veelal zelf in de hand. Als persoon voer je al die gebeurtenissen uit, jij bent immers de hoofdrolspeler van je eigen leven. Ik denk dat de persoon die aan de hand van de deterministische theorie mijn organen krijgt, het verdiend heeft. De deterministische leer of een gezonde leefstijl zijn voor mij redenen waarom ik voor orgaandonatie ben. Per persoon is het motief anders om orgaandonor te worden. Ik wil daarom elke lezer meegeven de tijd te nemen om na te denken over orgaandonatie. Een leven redden zit namelijk in je.