Roel Hemkes trein

Vrijwel dagelijks sta ik op Leiden centraal te wachten op de trein. De trein die elk kwartier vertrekt naar mijn station, Den Haag HS. Hier is niks speciaals aan. Gewoon een trein die rijdt op een druk spoor. Zo druk dat tegelijk met mijn trein er ook een trein naar Den Haag Centraal vertrekt. Zolang er geen vertraging is vertrekken deze treinen tegelijk, en op het korte traject tussen Leiden Centraal en Den Haag Laan van NOI rijden deze treinen naast elkaar. In een soort van wedstrijdje rijden ze naast elkaar.

Als passagier is het lastig om een inkijk te krijgen in de avonturen van een machinist, maar ik kan mij voorstellen dat dit kleine stukje traject één van de pleziertjes van het werk is.

In mijn jeugdige gedachten stel ik mij voor dat de machinisten, terwijl zij naast elkaar rijden, met een gezond gevoel voor competitie er ook daadwerkelijk een wedstrijdje van maken. Het is niet zelden dat bij een valse start van de ene trein de andere er even wat extra vermogen in gooit om de andere weer bij te halen. Als passagier is het lastig om een inkijk te krijgen in de avonturen van een machinist, maar ik kan mij voorstellen dat dit kleine stukje traject één van de pleziertjes van het werk is. Even lekker gassen (of elektrificeren) met je collega om te kijken wat dat stuk metaal achter je allemaal aankan.

Natuurlijk zitten ze vast aan een maximumsnelheid en allemaal andere veiligheidsreglementen, het is en blijft Nederland, maar die competitieve geest van de mens is er niet uit te krijgen. Elke kans die we zien om een overwinning te behalen zullen we grijpen. Door deze beestachtige instincten van de mens is het noodzakelijk om spelregels te hebben. Niet alleen om de wedstrijdjes voor eenieder zo leuk mogelijk te maken, maar ook om diegene te beschermen die gewoon niet zo goed zijn in wedstrijdjes. Deze spelregels, gemaakt door de politiek, zijn voor velen een uitkomst, maar voor een grote groep zijn deze regels ook beperkend.

Hardlopers in een hardloopwedstrijd zullen raar opkijken als ze worden gewezen op een maximumsnelheid, maar zo werkt het soms wel in de maatschappij. Je kan mogelijk de beste architect zijn en creaties voor ogen hebben die zouden worden bejubeld door een groot deel van de bevolking, maar de restricties die worden opgelegd door een overheid en/of aannemer leiden ertoe dat jou beste werk mogelijk nooit fysiek verschijnt. De mate van beperking kan tot hevige frictie leiden in de maatschappij.

De vrije markt heeft ons als land veel weelde gebracht, maar er is ook een grote groep die niet heeft kunnen delen in die weelde.

Frictie die we nu zien bij laagopgeleiden. Deze groep is momenteel het slachtoffer van spelregels die zijn veranderd. In een wedstrijd waar tot voor kort de competitie vooral nationaal was en uit een kleine groep bestond die allemaal ongeveer dezelfde talenten en eisen hadden, is de competitie veranderd van nationaal naar internationaal door de vrije markt. De vrije markt heeft ons als land veel weelde gebracht, maar er is ook een grote groep die niet heeft kunnen delen in die weelde.

Deze groep wil wel meedoen aan de wedstrijd, maar als je je hele leven hebt getraind om mee te doen aan een nationale wedstrijd is het onmogelijk om te verwachten dat je kan mee draaien op internationaal niveau zonder extra coaching. Anders eindigt de wedstrijd ongetwijfeld in een zwaar verlies, waardoor de natuurlijke competitieve drift plaatsmaakt voor een gevoel van twijfel over het eigen kunnen. De machinist zal het plezier in zijn werk verliezen en ik mijn dagelijkse pleziertje als toeschouwer van de wedstrijd.