Soms is het leven niet voor iedereen

Een onderwerp wat te vaak wordt vermeden vanwege een hoog taboegehalte: depressie en daaruit voortvloeiende zelfdoding. Helaas werd ik hier op jonge leeftijd al mee geconfronteerd. Een op z’n zachtst uitgedrukt heftige ervaring waar ik nog steeds de nasleep van ervaar bij bepaalde gebeurtenissen. Bijvoorbeeld: wanneer ik hoor dat een depressief iemand eigenhandig een einde aan zijn of haar leven heeft gemaakt, gaan er veel emoties door mij heen. Herkenning, verdriet, medelijden, maar ook woede. Woede omdat het niet zo had gehoeven. Niet op deze manier. In een maatschappij waarin wij vele vrijheden genieten, zouden mensen die lijden aan een psychische stoornis gemakkelijker een euthanasieverklaring moeten kunnen krijgen, zodat ook zij op een humane manier kunnen sterven.

Zelfdoding is van alle tijden. Vroeger werd dit door grootmeesters als Plato en Aristoteles streng afgekeurd. Zij stelden dat zelfdoding een gebrek aan kracht is en dat de mens hiermee haar taken ontwijkt. Tegenwoordig heeft de samenleving een enigszins tolerantere houding tegenover zelfdoding. Mede hierom vind ik dat het tijd is om dit ook te vertalen naar een vernieuwde wetgeving en een verandering in de houding van artsen en psychiaters. Binnen het aantal zelfmoorden is een schrikbarende stijging te zien van het aantal zelfmoorden waarbij het motief berust op het lijden aan een psychische stoornis.

In 1950 maakten 198 mensen een einde aan hun leven vanwege een psychische stoornis. Dit aantal is gestegen naar 838 in 2014. Menig Nederlander zal erkennen dat dit een zorgwekkende ontwikkeling is. Momenteel bepaalt de Nederlandse wetgeving dat euthanasie niet strafbaar is onder zeer strikte voorwaarden, verankerd in de ‘Wet Toetsing Levensbeëindiging‘. Eén van de criteria voor de toepassing van euthanasie is dat een patiënt ‘ondraaglijk moet lijden’. Artsen gaan hierbij in de meeste gevallen uit van lichamelijk lijden. Maar hoe zit het met psychisch lijden?

Het is ook voor de directe omgeving humaner wanneer euthanasie makkelijk verstrekt kan worden.

Dit ligt helaas gecompliceerder, omdat er in de wet geen scheiding wordt gemaakt tussen psychisch en lichamelijk lijden. Hierdoor wordt de wet door de meeste artsen alleen geïnterpreteerd als lichamelijk lijden. Geestelijk lijden is namelijk lastiger te meten dan lichamelijk lijden. Daarnaast zijn er vele artsen die ook simpelweg weigeren de euthanasie uit te voeren, omdat dit tegen hun eigen werkethiek ingaat. Een mens kan bijna alles overleven als zij het einde maar kunnen blijven zien. Maar bij mensen die lijden aan een depressie voelt het als een put die alleen maar dieper en donkerder lijkt te worden. Daarom zou ook ‘ondraaglijk psychisch lijden’ expliciet benoemd moeten worden als één van de criteria voor euthanasie.

Wanneer iemand zich van zijn of haar leven berooft, stopt voor deze mensen daar het lijden. Dit ligt echter anders voor nabestaanden, vrienden en getuigen, spreek ik uit eigen ervaring. Voor mij is het iets wat mij als een brandmerk zal blijven voelen. Mijn hele leven lang. Elk jaar slijt het een beetje meer, maar een zere plek zal altijd achterblijven. En ik ben niet de enige in deze positie, want elk jaar weer worden duizenden mensen in hun omgeving geconfronteerd met zelfdoding. Uit gegevens blijkt dat één op de vijf nabestaanden een verhoogde kans heeft op psychische problemen.

Hierom is het ook voor deze directe omgeving humaner wanneer euthanasie makkelijk verstrekt kan worden. Zo kunnen beide partijen naar het moment toewerken en op een gepaste manier afscheid van elkaar nemen. Iets waar elke nabestaande recht op heeft. Begrijp mij niet verkeerd, ik ben niet aan het pleiten voor een euthanasiewet waarbij euthanasiegoedkeuringen als warme broodjes over de toonbank gaan. Bij de eerste verschijnselen van depressie of andere psychische problemen moet er acuut hulp gezocht worden bij professionals en intensief gewerkt worden aan herstel. Daarnaast moeten ook kaders gesteld worden aan de beschikbaarstelling van euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden en moet dit vertaald worden naar nieuwe, duidelijke wetgeving.

Wij leven in een maatschappij met vele vrijheden. Moeten burgers met een psychische stoornis dan ook niet een zekere vrijheid krijgen om hun leven op een menselijke manier te beëindigen als zij niet meer verder willen? Ik vind van wel. De Romeinse filosoof Seneca stelde ooit “zelfdoding biedt een weg naar vrijheid”. Mensen met een psychische stoornis die niet meer verder willen, zouden deze vrijheid moeten krijgen. En dan is het aan ons om deze weg naar vrijheid zo te regelen dat dit past binnen de wettelijke kaders. Het is tijd dat de maatschappij gaat erkennen dat (in sommige gevallen) het leven gewoonweg niet voor iedereen is.

Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Vera Hazeveld de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie. Alvast bedankt, we waarderen je steun enorm.