“Als iets in de samenleving ‘OK’ is, durft de politiek zich er eigenlijk niet aan te wagen.”

De afgelopen jaren maakte het kabinet onder aanvoering van staatssecretaris Wiebes zich sterk voor de hervorming van het belastingstelsel. Deze operatie zal alleen bij de echte politieke junkies een hartsprongetje hebben veroorzaakt. Want zeg nou zelf, zulke taaie kost wil je niet zo snel voor je kiezen krijgen. Belastingen zijn saai en complex. En juist in het laatste zit hem volgens de Jonge Democraten (het jeugdige zusje van moederpartij D66) de kneep: het belastingstelsel is niet alleen saai, het is ook onnodig complex. Tijd voor iets anders dus, maar wat?

Gratis geld, wie De Correspondent wel eens leest zal (wellicht tot grote vermoeidheid aan toe) deze term gepasseerd zien hebben. Gratis geld van historicus Rutger Bregman staat voor het basisinkomen. Dat wil zeggen dat de overheid iedereen een vast inkomen per maand geeft, zodat allerlei belastingen, giften en subsidies kunnen worden afgeschaft. Het ‘slepen met geld’ zal daardoor niet meer nodig zijn. Toch is het basisinkomen ouder dan Bregman. In de jaren70 en 80 werd er al over gepraat.

Dat idee sprak de Jonge Democraten wel aan. Om het belastingstelsel te vernieuwen leek hen dit, toch wel wat omstreden idee, de beste manier. Voorzitter Elene Walgenbach: “We wilden eigenlijk een eerlijker, simpeler en duurzamer belastingstelsel. Toen zijn we daarover na gaan denken en kwamen er eigenlijk achter dat het basisinkomen een van de beste manieren is om dat te doen. Met ons plan willen we voornamelijk de maatschappelijke discussie aanwakkeren. Die discussie blijft nu beetje hangen bij de argumenten van: ja, maar het is toch niet haalbaar, toch niet betaalbaar.” En dat betreurt Walgenbach.

“Met ons plan willen we voornamelijk de maatschappelijke discussie aanwakkeren.”

Om het plan van een zoveelste nieuwe impuls te voorzien zette ze de knappe economische koppen binnen de JD aan het werk. Want juist die berekeningen zijn een prooi voor critici. Zij menen dat het niet haalbaar is. Zeker toen Bregman zijn calculaties presenteerde werden deze door menigeen afgeschoten. Op de vraag wat de JD daarin beter gaat doen geeft Walgenbach ons drie punten mee: “Bregman heeft minderjarigen wel een basisinkomen gegeven. Je krijgt per huishouden zeshonderd euro, volwassenen ook maar minderjarige krijgt 300. Dat scheelt al 28 miljard. Wij schaffen, in tegenstelling tot Bregman, de kostendelersnorm niet volledig af. Als je samenwoont met twee volwassenen krijg je minder dan wanneer je alleen woont. 12 miljard scheelt dat grofweg. Als ambtenarenpartij die we zijn kennen we meer regels die afgeschaft kunnen worden dan hij.”

Maar ook hun politiek programma kan verwerkt worden in het idee van een basisinkomen, zoals legalisering van softdrugs, wat geld oplevert volgens de JD. “Een klein gat in de begroting willen we dichten door de hypotheekrente af te schaffen, vervuiling meer te belasten. Bregman hield 134 miljard over zonder dekking en wij 40 miljard. Vermogensbelasting, vervuilers betalen en hypotheekrente aftrek moeten dat gat van 40 miljard dichten”, aldus Walgenbach. Ze laat er wel bij noteren dat het volgens haar niet ‘in beton gegoten is’. Er is met andere woorden speelruimte binnen hun plan.

Toch ligt het gevoelig. Zowel binnen de JD als de moederpartij D66. Bij die laatste worden de wenkbrauwen waarschijnlijk nog dieper gefronst dan bij de jongerenafdeling. Dat heeft volgens Walgenbach vooral te maken met het electoraat van de moederpartij: “D66 kijkt naar het electoraat. In die zin zouden we linkser (progressiever; red.) kunnen zijn. Wij zijn bijvoorbeeld bezig met de legalisering van XTC, dat doen wij ook omdat niemand dat verder uitdraagt. Ook met het basisinkomen. Dan zien wij daar een soort van niche in.” Politici zijn bang voor hun achterban, denkt de voorzitter van de JD. Bovendien heeft het vernieuwen van de belastingen iets ‘engs’ voor de overheid. “Het is een beetje snijden in eigen vlees. Dat hele systeem van belastingen gooien we weg en we komen met iets compleet nieuws.”

Dat ‘snijden in eigen vlees’ is een politiek gevaar, legt Walgenbach uit. Het belastingstelsel veranderen is te rigoureus, vindt men. “Veel mensen in Nederland snappen het niet, die vinden het allemaal wel prima. Die krijgen netjes hun toeslagen, beetje dit, beetje dat. Het is wel OK. En ik denk dat als iets in de samenleving ‘OK’ is, de politiek zich er eigenlijk niet aan durft te wagen.” Bovendien raken politici hun ‘toeslagen’ kwijt: “Partijen proberen daar electoraal gewin op te halen. Omdat elke politieke partijen dat doet, krijgen mensen steeds meer toeslagen. Een toeslag is iets heel moois. Het is een hele concrete beleidsverandering waar je direct weer mee terug kan naar je achterban.”

“Als je een basisinkomen hebt, krijg je dat salaris op je basisinkomen. Dus je maakt het sowieso financieel veel voordeliger en aantrekkelijker om te gaan werken.”

Maar de kritiek op het basisinkomen komt ook vanuit een andere hoek. We zouden er namelijk lui van kunnen worden. Wie niet meer hoeft te werken voor zijn geld zou immers het luie leven verkiezen boven een centje bijverdienen. Onzin vindt Walgenbach: “Momenteel is het zo: als je gaat werken met een uitkering word je hierop gekort, waardoor het uiteindelijk helemaal niet aantrekkelijk is om te gaan werken. Als je een basisinkomen hebt, krijg je dat salaris op je basisinkomen. Dus je maakt het sowieso financieel veel voordeliger en aantrekkelijker om te gaan werken. Daarnaast vind ik dat je ook wel een beetje moet vertrouwen op de eigen kracht van mensen. En dat blijkt ook wel uit onderzoek. 80 procent van de mensen zegt ‘ik blijf werken als er een basisinkomen is’, maar tegelijkertijd denken zij ook dat 80 procent van de Nederlanders niet meer gaat werken. Maar er is dus ook wel echt een gebrek aan vertrouwen in elkaar. Ik ga wel werken, maar de rest doet dat allemaal niet. Uit onderzoek blijkt ook wel dat dat niet het geval is.”

Daarmee raakt Walgenbach ook de snaar van zelfontplooiing. Een extra winst die de samenleving in haar ogen meepakt bij het invoeren van het basisinkomen: “Je kunt met het basisinkomen meer leven vanuit een intrinsieke waarde, doen wat je eigenlijk wil, je meer focussen op waar je je voldoening uit wil halen. Ik denk dat het ook goed is voor Nederland als mensen zitten waar ze willen zitten. Ik denk dat ook innovatie en creativiteit stimuleert. Minder zorgkosten, creatieve groei, bezuiniging wethandshandhaving, controle op al die toelagen, afschaffen minimum loon, versoepeling ontslagrecht.”

En of daarmee het toilet niet meer wordt schoongemaakt doet Walgenbach ook af als onzin: “Als er een baan is die niemand wil doen gaat ook het salaris omhoog, dan creëer je een soort van schaarste. Vuilnisman betaalt best wel goed, omdat niemand vuilnisman wil zijn. Waarom zouden we ervan uitgaan dat hoogopgeleiden wel blijven werken en laagopgeleiden ermee stoppen?”

Aan het eind van het interview wil Walgenbach ons nog wijzen op het stille armoedeprobleem dat in Nederland bestaat. Een probleem dat volgens haar de politieke en elitaire bubbel te weinig bereikt en doordringt. “Het systeem  is veel eerlijker. 1,5 miljoen van de Nederlanders leeft onder de armoedegrens. De voordelen van een basisinkomen hierop zijn zo groot dat ik niet snap dat deze discussie niet veel breder wordt gevoerd. Voor ons als hoger opgeleide jongeren is armoede best ver weg.”

Toch geeft datzelfde basisinkomen mensen het idee dat ze er ‘alleen voor staan’. De overheid trekt zich terug. Door een vast bedrag te doneren per maand aan haar inwoners kan de overheid haar participatiesamenleving creëren: “Ik vind dat een nare term, maar het mooie eraan is dat de overheid mensen ruimte geeft om hun leven zelf in te vullen, het moet ook uit de bevolking zelf komen. Het risico is: niet mondige burgers in de samenleving en zij die hun weg niet in deze participatiesamenleving kunnen vinden moet je beschermen. De verzorgingsstaat blijft ook bij het basisinkomen deels in stand. Je beschermt als overheid altijd de zwakkeren. In het basisinkomen neemt de overheid een stap terug, maar niet voor die zwakkeren.”

Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Tiewen Visser de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie.

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Tiewen eens? Waarom wel/niet?