Hassid vluchtte met zijn gezin uit Irak

Hassid vluchtte jaren geleden met zijn gezin uit het door oorlog verscheurde Irak. Onze schrijfster Rande Duhoky, zelf ook uit Irak afkomstig, interviewde hem over zijn angstige tocht naar Europa.

Micu Radu micu radu

Vluchtelingenverhalen – we worden er constant mee belaagd en weten zo onderhand precies hoe zo’n vluchtelingenreis eruitziet en hoe het voelt, toch? Om het tegendeel te bewijzen zal ik de komende maanden in gesprek gaan met een aantal oorlogsvluchtelingen die elk een uniek verhaal hebben. Hun ervaringen zal ik voor Young Critics in literaire vorm opschrijven. De ik-persoon in dit verhaal is de achtenveertigjarige Hassid* uit Amstelveen. Hij vluchtte jaren geleden met zijn kind en ernstig zieke vrouw uit Irak en vestigde zich in Nederland.

“Francisco?” vroeg hij, terwijl hij me achterdochtig bestudeerde. Het zweet gutste langs mijn rug en ik durfde te wedden dat hij de weerspiegeling van de moedervlek op zijn linkerwang in mijn voorhoofd kon zien. Ik hield me zo stijf, dat ik me nu verbaas dat ik mijn mond nog open kon trekken. Mijn vrouw hield mijn hand steviger vast en de douanier vroeg mij: “Your name is Francisco? Who do you think you’re kidding?” Ik hield mijn gezicht strak en antwoordde: “Yes, my name is Francisco, Francisco de la Rey, to be precise.” Ik zag zijn gezichtsuitdrukking langzaam veranderen en wist dat het gedaan was. Hij begon te bulderen van het lachen en stootte zijn collega aan om hem mijn recentelijk aangeschafte paspoort te laten zien. Ik probeerde mee te lachen, in de hoop dat ze ons door zouden laten. Voor ik er erg in had voelde ik echter de handafdruk van de man voor mij branden op mijn gezicht. “Come with me,” zei hij, “and you too,” wijzend naar mijn vrouw en ons kind van pas een jaar oud.

Nederland was de beste optie; mijn vrouw was ernstig ziek en alleen goed opgeleide artsen zouden haar kunnen helpen.

Terwijl we de douanier volgden hield ik mijn hoofd hoog, borst vooruit, en de hand van mijn vrouw en zoontje stevig vast. Van binnen wist ik niet meer zeker of dit het allemaal wel waard was. Deze angst, deze onzekerheid, deze opoffering. De sieraden van mijn vrouw die ik haar gaf voor we trouwden, het stuk land van mijn broer; ik had het allemaal verkocht voor een vals paspoort. De douanier beval ons te gaan zitten en vertrok. Mijn vrouw pakte mijn arm vast en bad. Ik deed mijn ogen dicht en hield haar stevig vast, denkend aan het moment waarop we besloten te vluchtten. Ik was lid van een kleine politieke partij waarvan de leden werden opgepakt of zelfs geëxecuteerd. We hadden geen andere keus dan te vluchten. Nederland was de beste optie; mijn vrouw was ernstig ziek en alleen goed opgeleide artsen zouden haar kunnen helpen.

De douanier keerde terug en begeleidde ons naar een kleine kamer waar we die nacht verbleven. Ik deed geen oog dicht. De kamer was koud, klein en er was geen fatsoenlijk bed waarop we konden slapen. Ik ijsbeerde door de kamer en vroeg me af waar en hoe het mis was gegaan. Via een aantal mannen van mijn werk rolde ik in een netwerk van paspoorthandelaars. Ik wist de juiste mensen te bereiken, had netjes betaald, en met de handelaars overlegd dat we vanuit Turkije naar Griekenland zouden vliegen. Griekenland was niet onze eindbestemming, maar we hadden niet genoeg geld uitgegeven voor een rechtstreekse vlucht. Wellicht was ik daar de mist in gegaan.

De volgende ochtend kregen we het bericht dat we terug naar Istanbul werden gestuurd en dat we daar zelf maar moesten uitzoeken wat we zouden doen.

De volgende ochtend kregen we het bericht dat we terug naar Istanbul werden gestuurd en dat we daar zelf maar moesten uitzoeken wat we zouden doen. In Istanbul kenden we echter niemand en konden we de mensen die ons in eerste instantie hielpen niet meer bereiken. Het grootste probleem was echter dat we ons in Turkije niet legaal konden vestigen, en we genoodzaakt waren terug te keren naar Irak.

Een aantal maanden later hadden we genoeg geld bij elkaar geraapt om nog drie Turkse visums te kopen – de paspoorten hadden we al – dus we besloten het nogmaals te proberen. Deze tweede keer waren we nóg voorzichtiger en de man die ons dit keer hielp was dat ook. Hij zorgde ervoor dat we in een klein hotel konden overnachten in Istanbul totdat hij alles had geregeld voor een directe vlucht naar Nederland. Samen met drie andere families verbleven we in het hotel, met ieder een visum van maximaal vijftien dagen. Na vijftien dagen sloeg de twijfel echter toe – we hadden we nog steeds geen bericht gekregen over onze vlucht. Afwachten was echter onze enige optie.

Drie maanden later kregen we een telefoontje dat we in de buurt van een tankstation aan de provinciale weg moesten staan. Hier werden we opgepikt door een zwarte Range Rover en naar het vliegveld gereden. In de auto kregen we de instructie om de man op een afstand van minimaal vijftien meter te volgen wanneer we op het vliegveld stonden; we zouden vanzelf een seintje krijgen als we door de douane konden. Eenmaal aangekomen op het vliegveld liepen we met zijn drietjes braaf achter de man aan. Bang dat we hem elk moment uit het oog konden verliezen keek ik niet naar de mensen om ons heen, of waar we überhaupt heen gingen, en had ik enkel en alleen oog voor de man zelf.

We hadden ons er al bij neergelegd dat de kans groot was dat we teruggestuurd zouden worden.

Nerveus, enthousiast en bang tegelijk wachtten we op een bankje tot we het sein kregen. Na ruim twee uur wachten was het zover. Hier had ik al die tijd voor geoefend; al die keren in de spiegel oefende ik mijn pokerface en dit was het beslissende moment waarop dat wel of geen vruchten af zou werpen. Dit keer lukt het, dacht ik bij mezelf. Ik liep voor mijn vrouw en kind uit richting de douane en ging netjes in de rij staan. Dit keer was ik zelfverzekerder, grotendeels omdat mijn vrouw en ik er beiden van overtuigd waren dat wanneer het nu niet zou lukken, het nooit meer zou lukken. We hadden ons er al bij neergelegd dat de kans groot was dat we terug gestuurd zouden worden. Ik zonk weg in gedachten en dacht na over hoe we het leven in Irak beter zouden kunnen maken. Hoe we misschien ergens moesten onderduiken tot het rustig werd, of lopend de grens moesten oversteken. Zouden we het redden? Ik wist het niet.

“Passport please,” zei de vrouw achter de balie. Mijn vrouw pakte onze paspoorten en gaf ze aan de vrouw achter de balie. Die voerde een aantal gegevens in, keek ons kortstondig in de ogen, en gaf de paspoorten terug. “Please leave your luggage here, and go to the gate on your ticket, have a nice flight.” Ik kon het haast niet geloven. We legden onze koffers neer en liepen richting onze gate. Mijn vrouw was zo ontzettend blij dat ze voor ons alle drie een ijsje kocht. Het was het lekkerste ijsje ooit.

We zaten een kleine vijf uur in het vliegtuig en keken naar beneden, naar de wolken, en naar ons zoontje dat vredig lag te slapen. Eenmaal aangekomen in Nederland, meldden we ons als vluchteling, precies zoals onze contactpersoon ons had verteld. In de weken die volgden werden we van plek naar plek verplaatst om telkens opnieuw ons verhaal te doen. Er werden ons allerlei dingen gevraagd om te controleren of we daadwerkelijk uit Irak kwamen. Na twee maanden onzekerheid, kregen we eindelijk het goede nieuws dat we in Nederland mochten blijven. De vreugde was groot. Eindelijk had mijn vrouw een plek waar ze behandeld kon worden. Eindelijk was er voor ons een toekomst waarin vrede en niet oorlog de hoofdrol speelde.

Hassids vrouw heeft de laatste zeven jaar van haar leven in vrede doorgebracht. Ze kon zelfs nog een bedevaartreis maken naar Mekka, wat nooit zou zijn gelukt als ze niet in Nederland kon blijven. Uiteindelijk stierf ze aan haar ziekte, maar niet in oorlog, en dat is wat ze wou.

* Namen zijn uit privacyoverweging fictief

Macbook Pro
* Intel Core i7 (3.8GHz, 6MB cache)
* Retina Display (2880 x 1880 px)
* NVIDIA GeForce GT 750M (Iris)
* 802.11ac Wi-Fi and Bluetooth 4.0
* Thunderbolt 2 (up to 20Gb/s)
* Faster All-Flash Storage (X1)
* Long Lasting Battery (9 hours)
Help ons groter worden!
Onze site is gratis voor iedereen en dat willen we graag zo houden. Graag willen we je vragen onze facebookpagina leuk te vinden. Zo kunnen wij blijven groeien en mis jij geen van onze artikelen! Alvast bedankt en veel leesplezier, het Young Critics-team :-)
YOUNG CRITICS
Werkzaamheden
Op dit moment werken we hard aan onze site. We zullen vandaag (27-11) en morgen (28-11) dan ook geen nieuwe content plaatsen en de site zal misschien niet helemaal optimaal werken. Excuses voor het ongemak!
Bedankt, we nemen z.s.m. contact met je op.