Waarom zijn sommige landen rijk en andere arm?

Van de bijna tweehonderd landen in onze wereld zijn er vijfentwintig heel erg rijk en ongeveer twintig extreem arm. Het goede nieuws is dat anno 2015 praktisch elk land een stijging in welvaart kent, maar de armste landen groeien in verhouding veel langzamer dan de rijke; zo langzaam zelfs dat het in dit tempo duizenden jaren zou duren voor ze als ‘welvarend’ kunnen worden gekwalificeerd. Wat doen de rijke landen nu precies zo goed en wat doen de arme landen fout? Hoe komt het dat er zo’n grote kloof bestaat tussen welvaart en armoede, en is het mogelijk deze kloof te dichten?

De armste veertig procent van de wereld is verantwoordelijk voor ongeveer vijf procent van het globale inkomen. De rijkste twintig procent voor maar liefst driekwart. Nog altijd is een miljard mensen straatarm en sterven er dagelijks tienduizenden kinderen aan honger en ziektes. Een groot deel van deze kinderen zou kunnen overleven als ze gevaccineerd zouden zijn. En dat is niet alles. Meer dan een miljard mensen kan niet lezen en heeft geen scholing genoten, terwijl minder dan één procent van het geld dat jaarlijks aan wapens wordt besteed genoeg zou zijn om elk kind in de wereld naar school te laten gaan. Veertig miljoen mensen lijdt aan aids/HIV, wat jaarlijks tot miljoenen doden leidt. Meer dan een miljard mensen heeft geen schoon drinkwater, waardoor ze dagelijks uren moeten lopen om ergens water te vinden, en meer dan twee miljard mensen moet het stellen zonder sanitaire voorzieningen. Nog eens 1.6 miljard mensen heeft niet de beschikking over elektriciteit. Er wordt jaarlijks rond de 800 miljard dollar besteed aan militair wapentuig. Aan scholing, watervoorziening en gezondheidszorg bij elkaar opgeteld slechts 40 miljard. Te gek voor woorden natuurlijk, maar wel waar.

De cijfers spreken in elk geval boekdelen, maar wat is nu precies de oorzaak van al die armoede? Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is er door economen, antropologen, historici en sociologen veelvuldig research verricht naar het geheim achter economische groei en de reden dat sommige landen arm blijven, terwijl andere landen steeds rijker worden. Vooropgesteld dat de uitkomst van die onderzoeken nogal voor interpretatie vatbaar is, lijken er vier factoren te zijn die significante invloed uitoefenen op de welvaart van een land: corruptie, cultuur, geografie en kennis. Natuurlijk zijn er veel meer factoren dan dat, maar omdat het niet de bedoeling is om van dit artikel een boekwerk te maken, zullen we enkel de zojuist genoemde factoren behandelen en proberen te ontdekken waarom nu juist deze factoren doorslaggevend zijn.

Corruptie

Uit onderzoek blijkt dat armoede en corruptie bijna altijd hand in hand gaan. Labiele, onbetrouwbare instituties spelen dan ook een essentiële rol in de mate van welvaart in een land. Zij zijn het die belastingen verkeerd investeren en het geld dat ze binnenkrijgen in eigen zak steken. Zij zijn het die burgers geen politieke inspraak geven, waardoor er vanuit de samenleving geen mogelijkheid is om bij te dragen aan de economie. En dat terwijl ondernemerschap en particulier initiatief essentieel zijn voor de groei van een land. Zuid- en Noord-Korea zijn hier goede voorbeelden van. In Zuid-Korea, een democratie waarin burgers volop de mogelijkheid krijgen om politiek en economisch te participeren, gaat het erg goed, terwijl Noord-Korea, een totalitaire dictatuur vol nepotisme en corruptie, in schrijnende armoede verkeert.

Het overgrote deel van de vijfentwintig rijkste landen geeft te kennen religie niet als een bepalende factor te zien binnen de samenleving.

Dat sommige landen zo door en door corrupt zijn en dat het zo complex is om daar verandering in te brengen, heeft vaak te maken met de sociale gebruiken van het land. Met name Afrikaanse landen hebben een sociale hiërarchie die zijn grondslag kent in tribale structuren. Dat wil zeggen dat machthebbers binnen bedrijven, overheden en andere instituties vrijgekomen vacatures weggeven aan mensen binnen hun eigen ‘clan’ of familie. Je komt in dit soort landen dan ook niet aan een baan dankzij je capaciteiten, maar dankzij je sociale positie. Dit werkt vriendjespolitiek in de hand en brengt het risico met zich mee dat een kleine, maar zeer machtige groep een heel land regeert. Corruptie is hierdoor vrijwel onvermijdelijk en voor mensen buiten deze ‘clans’ zijn er nauwelijks mogelijkheden om daar verandering in te brengen.

Cultuur

De armste landen zijn bijna altijd de meest religieuze landen, terwijl het overgrote deel van de vijfentwintig rijkste landen te kennen geeft religie niet als een bepalende factor te zien binnen de samenleving. Dit heeft alles te maken met het gevoel van maakbaarheid of het gebrek daaraan. Mensen in arme landen hebben vaak een uitzichtloos bestaan. Ze leven in sloppenwijken of dorpjes met lemen hutten, lijden honger en hebben weinig of soms zelfs helemaal geen hoop op een betere toekomst. Het is dan ook begrijpelijk dat ze zich focussen op het hiernamaals en het spirituele. Het idee dat ook hen een mooie wereld wacht, maar dan in het hiernamaals, kan heel troostend werken. Als je arm bent, honger hebt en moet vrezen voor je leven, is het veel moeilijker om te geloven in de maakbaarheid van je eigen geluk dan wanneer je genoeg eten hebt en een veilig dak boven je hoofd.

Geografie

Ook geografische omstandigheden spelen een belangrijke rol. Door het tropische klimaat in arme landen is er sprake van een zeer slechte agricultuur. Het droge klimaat maakt een goede oogst tot een zeldzaamheid en de exotische planten die er al groeien hebben weinig voedingswaarde. Daarnaast kunnen gedomesticeerde boerderijdieren – een essentieel hulpmiddel op boerderijen – het tropische klimaat niet verdragen. Van landbouwontwikkeling is in de geschiedenis dan ook weinig sprake geweest, waardoor er alleen al op dat gebied hopeloze achterstanden zijn.

Ook is er in tropische gebieden vaak sprake van gevaarlijke ziektes. Alle arme landen kennen dan ook minstens vijf van deze ziektes en die zijn jaarlijks verantwoordelijk voor miljoenen doden. Malaria is hiervan het bekendste voorbeeld.

‘Maar in warme landen zijn toch hartstikke veel grondstoffen te vinden?’ vraag je je misschien af. Dat is beslist waar, maar hier komt corruptie weer om de hoek kijken. Een land met goede instituties wordt steenrijk van de oliehandel. Burgers profiteren hiervan, niet alleen doordat de welvaart stijgt, maar ook doordat er veel werkgelegenheid is. Voor een land met corrupte instituties geldt echter het tegenovergestelde. Congo is hier misschien wel het bekendste voorbeeld van. Er zitten daar voor miljarden dollars aan goud, diamanten, koper en andere mineralen in de grond – veel van deze mineralen worden op grote schaal gebruikt om laptops en mobiele telefoons mee te maken – maar corrupte instituten in Congo pakken veel van het geld weg. Grof geweld wordt hierbij niet geschuwd. Iedereen probeert onderwijl een graantje mee te pikken, ook private industrieën. Gewapende groeperingen verdienen daarnaast voor honderden miljoenen dollars aan illegale mineralenhandel. Bedroevend genoeg investeren Westerse landen veel geld in Congolese mineralen, ongeacht of ze door eerlijke handel zijn verkregen of niet (al zijn er gelukkig steeds meer multinationals die uitsluitend zogenaamde ‘fair trade-mineralen’ kopen).

Kennis

Welvaart en economische groei kunnen niet ontstaan zonder dat er sprake is van kapitaal, maar geld is niet de belangrijkste reden dat Westerse landen rijk zijn. De belangrijkste reden – behalve dat we geen corrupte overheid hebben, bepaalde geografische voordelen genieten en in een maakbare samenleving zijn opgegroeid – is kennis. In Nederland hebben we bijvoorbeeld allemaal een opleiding gehad. We weten wel zo ongeveer hoe de samenleving in elkaar zit, leren allemaal een vak en dragen ons steentje bij aan de welvaart van het land. We hebben de luxe om net zolang in de klei van ons leven te blijven kneden tot we tevreden zijn. We hebben vrijwel allemaal een huis, een auto, een baan, eten in de koelkast, en noem maar op. Onze leefsituatie geeft ons dan ook ruimschoots de kans om te innoveren. Innovatie komt weer voort uit kennis en innovatie zelf leidt weer tot nieuwe kennis en nieuwe producten, wat weer leidt tot nieuwe bedrijven, wat weer leidt tot een groeiende economie. En al die zaken bij elkaar leveren op wat je nodig hebt om rijk te worden: kapitaal.

Wij geloven sterk in onze eigen maakbaarheid, maar twijfelen aan die van onze minderbedeelde medemens.

Voor arme landen geldt precies het tegenovergestelde. Er is weinig scholing, dus weinig kennis. Weinig kennis, dus weinig innovatie. Weinig innovatie, dus weinig geld. Weinig geld, dus weinig economische groei. Innovatie is altijd een risico, het leidt immers tot verrassingen, maar het is wel een essentieel onderdeel van economische vooruitgang. Een van de grote problemen van arme landen – die nauwelijks de luxe hebben om economische risico’s te nemen – is dan ook de drang van burgers en regeringen om niet voor verrassingen te komen staan. Dit werkt averechts, want zonder innovatie wordt er geen vooruitgang geboekt en behoedzaamheid leidt vooral tot onzekerheid en een toename van bureaucratie (regeltjes). Dit leidt uiteindelijk tot minder vrijheid, en minder vrijheid leidt weer tot minder innovatie en dus minder economische groei. Ook in onze economische crisis zie je dit terug. Dit is heel begrijpelijk. Een goed voorbeeld om dit mee te illustreren: iemand die per maand tienduizend euro verdient zal eerder naar een casino gaan dan iemand die per maand honderd euro verdient.

Kunnen we het gat tussen arm en rijk ooit dichten?

Of het in een kapitalistische wereld ooit mogelijk is het gat tussen rijk en arm te dichten, is een moeilijke vraag. Verreweg de meeste uitgaven worden besteed aan Westerse belangen, en talloze factoren spelen hierin een rol – lobby’s van grote bedrijven, de stemmen van burgers, het beleid van overheden en de bereidwilligheid van rijke mensen om hun medemens te helpen. Zoals ik in een eerder artikel schreef kan ontwikkelingssamenwerking beslist een verschil maken, maar zolang arme landen geregeerd worden door corrupte overheden die geen basisvoorzieningen of gedegen onderwijs bieden, zijn de perspectieven weinig hoopvol. Economische groei is nu eenmaal een complex proces waarbij veel en veel meer komt kijken dan kapitaal alleen, en in een kapitalistische wereld waarin economische belangen de voornaamste belangen zijn, geldt vooral en bovenal het recht van de sterkste.

En de sterkste dat zijn nog altijd zij die met een gouden lepel in hun mond geboren zijn en het vanzelfsprekend vinden om te leven in plaats van te overleven; zij die sterk geloven in hun eigen maakbaarheid, maar twijfelen aan die van hun minderbedeelde medemens.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Lees dan de boeken Arm en rijk van David S. Landes, Zwaarden, paarden en ziektekiemen van Jared Diamond en Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm van Daron Acemoglu. Deze boeken bieden elk een unieke visie op de redenen achter armoede en rijkdom.

Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Ari Vogelaar de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie.

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Ari eens? Waarom wel/niet?