Waarom de Syriërs helemaal naar West-Europa vluchten

De cijfers liegen er niet om: de oorlog in Syrië is anno 2015 de grootste humanitaire ramp die onze wereld kent. Miljoenen mensen zijn ontheemd en ze zoeken allemaal een veilig heenkomen; weg van de terreur en weg van het gewelddadige regime van Assad. De exodus uit Syrië brengt echter nogal wat gevolgen met zich mee. Buurlanden die humanitaire hulp bieden zijn zo onderhand overvol. Onderwijl gonst het van onrust in Europa. Wat als IS-terroristen meekomen met de vluchtelingenstroom? Wat als al die Islamitische vluchtelingen een bedreiging vormen voor onze cultuur? Wat als onze sociale huurwoningen worden weggegeven aan asielzoekers? Wat als onze economische toestand verslechtert nu we zoveel geld moeten investeren in de opvang van vluchtelingen?

Om een juiste afweging te maken over de nood en in hoeverre die opweegt tegen de risico’s, is het dan ook noodzakelijk om zoveel mogelijk over de situatie te weten te komen. Aan de hand van zeven vragen illustreer ik waarom deze mensen op de vlucht zijn en waarom ze nu aan onze grenzen staan en niet gewoon in de regio rondom Syrië blijven.

Hoe heeft het zover kunnen komen?

In maart 2011 werden in Syrië vreedzame demonstraties tegen de overheid georganiseerd, als onderdeel van de Arabische Lente. Deze protesten moesten een groot succes worden – een unieke kans om het Midden-Oosten veranderen. Niets bleek echter minder waar, want het duurde niet lang voor de protesten uit de hand liepen en president Assad, wiens familie al sinds de jaren zestig een quasi-dictatoriaal regime voert, met geweld terugsloeg en rebellengroepen zich begonnen te verenigen om tegen hem te vechten. De rebellen organiseerden zich al snel tot een groep die bekend kwam te staan als het Vrije Syrische Leger, maar binnen deze groepering bestonden grote ideologische verschillen. De oppositie raakte dan ook verdeeld en er ontstonden bloedige confrontaties. Deze conflicten gingen tussen de democratische oppositie, soennieten uit de provincies, politieke islamisten, salafisten en radicaal-soennitische rebellen. Kortom: een bloedig schaakbord met vele spelers.

Hoe zit het nu precies met IS?

Hoewel de aanvallen van regeringsleider Assad verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de burgerdoden in Syrië, is sinds 2014 ook de rol van IS essentieel. Internationale media hebben zich sinds die tijd dan ook vooral op de strijd tegen IS gefocust. IS bestaat al sinds 2003, maar raakte in 2011 in diskrediet bij Al Qaida, omdat die de organisatie ironisch genoeg te gewelddadig vond. IS had andere ideologieën dan de terreurgroepen die reeds in Syrië en Irak actief waren, wat er in 2014 in resulteerde dat Ayman al-Zawahiri, opvolger van Bin Laden en topman van Al Qaida, zich officieel van IS, toen nog ISIS genoemd, distantieerde.

Het doel van IS is het voeren van jihad tegen alle tegenstanders van hun ideologie – waaronder het Westen en dan met name de Amerikanen in Irak – en het stichten van een kalifaat in Irak, Syrië en omliggende Arabische landen. Zij halen hun omzet onder meer uit de voormalige financiële steun die de VS en Saoedi-Arabië leverde om het overheidsregime omver te werpen. Daarnaast maakt IS grote winst door het veroveren van olievelden. Zij verdienen hier op jaarbasis een miljard dollar mee, wat goed is voor bijna veertig procent van hun inkomsten. Ook gas is een belangrijke inkomstenbron, goed voor maar liefst zeventien procent. Daarnaast verdient de IS veel met de verkoop van gestolen kunst, individuele donaties uit onder meer Qatar en Saudi-Arabië, plunderingen, ontvoeringen en de cementindustrie. Om hun strijders tevreden te houden geeft de organisatie hen huizen, auto’s en een salaris van zo’n 500 dollar per maand.

Hoe staat het er nu voor in Syrië?

De strijd in Syrië woedt onverminderd voort en de burgers staan er grotendeels alleen voor. Toen de IS de Syrische grensstad Kobani – dat vlakbij Turkije ligt – veroverde, deden de Turken bijvoorbeeld niets om de stad te redden. Kobani bestond grotendeels uit Koerden en daar hebben de Turken een moeizame relatie mee. Ook hier lagen ideologische verschillen ten grondslag aan een bizar, selectief gevecht. Kobani werd uiteindelijk heroverd door onder meer de Koerdische PKK en de Peshmarga, maar de stad ligt nog altijd in puin. Turkije heeft pas in 2015 de oorlog aan de IS verklaard, omdat hun land bedreigd werd door bloedige aanslagen rondom de grens. Sindsdien leveren de Turken luchtsteun om IS-doelen neer te halen. Over de rol van Turkije blijft echter nogal wat controverse bestaan. Zij nemen weliswaar miljoenen vluchtelingen op en dreigden met sancties toen de Arabische Lente werd verstoord door ontoelaatbaar geweld van de overheid jegens de Syrische burgers, maar worden er tegelijkertijd door de Koerden van beschuldigd de IS jarenlang te hebben genegeerd of zelfs gesteund.

Vier jaar na de Arabische Lente zijn de conflicten in Syrië uitgegroeid tot een oorlog die honderdduizenden mensen het leven kost – waarvan ongeveer de helft onschuldige burgers. Bombardementen en belegeringen vernietigen het land, en inwoners zijn verstoken van alle basisvoorzieningen die nodig zijn om een redelijk leven te leiden. Veel Syriërs proberen echter zo lang mogelijk in hun eigen land te blijven. Niet alleen omdat dat hun thuis is, maar ook omdat de nachtelijke reis naar de grens onbeschrijflijk gevaarlijk is. Er liggen snipers op de loer, rebellen patrouilleren in de omgeving en jonge mannen worden ontvoerd en gedwongen om mee te vechten. De Syriërs vluchten dan ook alleen als ze écht geen andere keus hebben. Vaak pas nadat hun woonplaats wordt gebombardeerd of er buren en familieleden zijn gedood, besluiten ze te vertrekken. Er zijn momenteel maar liefst vier miljoen mensen op de vlucht in de regio rondom Syrië. Zo’n grote hoeveelheid vluchtelingen is uniek. De laatste keer was twintig jaar geleden tijdens de genocide in Rwanda.

Waarom komen al die vluchtelingen naar Europa? Waarom blijven ze niet gewoon in de landen rondom Syrië?

Vijfennegentig procent van de Syrische vluchtelingen – het gaat hier om miljoenen mensen – verblijft momenteel in de buurlanden Egypte, Turkije, Irak Libanon en Jordanië. Een aanzienlijk deel hiervan is minderjarig. Het gaat hier om kinderen en tieners die veelal alles verloren zijn; hun huis, hun familie en hun vrienden. De buurlanden van Syrië zijn echter overvol en kunnen niet meer in de behoeften van de Syriërs voorzien, laat staan dat zij hen een toekomst kunnen bieden. En dan zijn er nog de vluchtelingen die naar Irak zijn gegaan, maar daar al evenmin veilig zijn. Irak kent zelf immers ook meer dan een miljoen inwoners die op de vlucht zijn voor de terreur dat het land overspoelt. Er gaat vanuit de hele wereld geld naar het verbeteren van de opvang van vluchtelingen in de regio rondom Syrië, maar de bedragen zijn vooralsnog niet toereikend.

Veel vluchtelingen merken dat de situatie in aangrenzende landen niet voldoende is om hen veiligheid en basisbehoeften te bieden, laat staan om een nieuwe toekomst op te bouwen. Daarnaast kunnen ze een toekomst in een verscheurd land als Syrië de komende jaren of zelfs decennia wel vergeten en zijn ze niet welkom in landen zoals Saudi-Arabië, Quatar, Koeweit, Bahrein en Oman. Veel vluchtelingen trekken dan ook naar Turkije, een land dat hen in elk geval veiligheid biedt. Hoewel Turkije inmiddels miljoenen vluchtelingen opvangt, verleent het land hen geen permanent asiel. Dat betekent overigens niet dat de Syriërs massaal in vluchtelingenkampen verblijven; een deel van hen houdt zich op in stedelijke gebieden en gaat – veelal vergeefs – op zoek naar slecht betaald werk. Dit geldt ook voor Irak en Libanon, waar vluchtelingen hun toevlucht zoeken in verlaten gebouwen zonder stroom of water. Omdat zoveel vluchtelingen op zo’n klein grondgebied verblijven, worden zij blootgesteld aan allerlei ziekten. De medicatie hiervoor is in deze landen zeer beperkt, wat gevaarlijke situaties oplevert. In Turkije zijn ze in elk geval veilig, zeker in vergelijking met Syrië en Irak, maar opnieuw is er hier geen perspectief. Een nogal uitzichtloze situatie dus.

En landen zoals Griekenland, Kroatië, Roemenië en Hongarije dan?

In de hoop op een betere toekomst steken honderdduizenden vluchtelingen de Middellandse Zee over. Per vliegtuig kan dat immers niet, want vliegmaatschappijen mogen vluchtelingen niet zomaar aan boord laten. Daarom maken vluchtelingen deals met smokkelaars en proppen ze zich in een veel te klein bootje in de hoop dat ze de gevaarlijke trip naar Griekenland overleven. De risico’s van deze tocht zijn groot –duizenden mensen verdrinken – maar voor deze mensen is Europa nu eenmaal het licht aan het einde van een lange, duistere tunnel die ze al maanden of zelfs jaren proberen te ontvluchten.

Griekenland is echter ook verre van het paradijs. Er is geen werk, het gaat erg slecht met de economie, het land wordt al overspoeld door vluchtelingen en hoewel ze in Griekenland veiliger zijn dan in voorgaande landen, kunnen ze nog altijd niet rekenen op een betere toekomst. Griekenland heeft immers geen geld om hen te helpen. Gezien ze toch al in Europa zijn, besluiten veel vluchtelingen dan ook om verder te reizen. Ze hebben het geld en de mogelijkheden en willen de trauma’s achter zich laten en een nieuw leven beginnen.

Hongarije, Kroatië en Roemenië blijken al evenmin geschikt. In Hongarije worden ze ofwel met traangas geweerd ofwel zeer slecht opgevangen. Kroatië kan de hoeveelheid vluchtelingen naar eigen zeggen niet meer aan en heeft de grenzen hermetisch afgesloten. Roemenië ligt op ramkoers met Europa omdat het zich koppig tegen het vluchtelingenbeleid blijft verzetten. Ook landen als Polen, Slowakije en Tsjechië hebben een zeer streng asielbeleid. Het resultaat is dat veel vluchtelingen naar Duitsland, Zweden en in mindere mate ook Nederland komen. Via smokkelaars, medevluchtelingen of social media komen ze immers te weten dat er in West-Europa werk, onderdak en asiel is. Kortom: de beste kans op een hoopvolle toekomst.

Kan Europa de migratiestroom zomaar een halt toeroepen?

Nee. Het punt is namelijk dat alle vluchtelingen recht hebben op onderdak, allereerst omdat Europa de wettelijke én morele plicht heeft om vluchtelingen te helpen – elke vluchteling heeft volgens internationale afspraken recht op basisbehoeften zoals veiligheid, voedsel en onderdak –  en ten tweede omdat een cyclopische migratiestroom zoals die zich nu voltrekt simpelweg onstuitbaar is. Een tijdje terug voerde Duitsland wel grenscontroles in omdat de hoeveelheid vluchtelingen zo groot werd dat het land naar eigen zeggen maatregelen moest nemen. Een woordvoerder van de overheid benadrukte dat deze maatregelen niet in strijd zijn met het vluchtelingenbeleid dat Duitsland voor ogen heeft. De Duitsers verwelkomen in verhouding tot andere Europese landen natuurlijk nogal een hoog percentage vluchtelingen – vorig jaar zelfs meer dan alle andere Europese landen bij elkaar. Onderwijl nemen onze Oosterburen financiële maatregelen om de vluchtelingen die nu in hun land verblijven van extra hulp te voorzien en zet Merkel zich in om een uniform Europees beleid van de grond te krijgen. Ook dit komt steeds dichterbij, hoezeer sommige landen ook tegenspartelen.

De geschiedenis laat zien dat er altijd al sprake is geweest van grote migratiestromen en die zijn echt niet zomaar tegen te houden, al helemaal niet zonder mensenrechten te schenden. In mijn vorige artikel gaf ik al aan dat de humanitaire hulp in de regio van Syrië beter moet worden. Dit is een prioriteit waar zo snel en zoveel mogelijk in geïnvesteerd moet worden, maar het is een illusie dat dit de migratie naar Europa volledig kan stoppen – er verblijven daar immers al miljoenen Syriërs.

Moeten we al die vluchtelingen dan maar gewoon toelaten?

Dat is een lastige vraag. Europa investeerde de afgelopen tijd miljarden in het bestrijden van de terreur in Syrië en Irak, maar had nooit gedacht dat er zoveel mensen naar Europa zouden vluchten. In de toestroom van vluchtelingen is de afgelopen jaren dan ook te weinig geïnvesteerd. Wat Europa allereerst zou kunnen doen is de komst van vluchtelingen niet meer uitsluitend als een probleem zien. Dit geldt zowel voor burgers als voor politici. Vluchtelingen vormen procentueel namelijk slechts 0.07% van de volledige Europese bevolking en het gaat hier hoofdzakelijk om geschoolde mensen die graag willen werken. We kunnen hen dan ook gerust beschouwen als een welkome investering.

Europa is daarnaast een gebied dat al eeuwen veelvuldig met migratie te maken krijgt. Voorbeelden uit de vorige eeuw zijn de Eerste Wereldoorlog, toen meer dan een miljoen Belgen naar ons land vluchtten, de Tweede Wereldoorlog, toen Nederland de grenzen sloot voor talloze vluchtende Joden, de Koude Oorlog, toen duizenden Duitsers het IJzeren Gordijn trachtten te ontsnappen, en de Joegoslavische oorlogen, toen talloze Bosniërs onze kant op vluchtten om de burgeroorlog te ontlopen.

Minister Koenders merkte al op dat Europese landen zich toch echt moeten verenigen om het vluchtelingenprobleem in goede banen te leiden, want hoe meer tempo we achter de integratie van vluchtelingen zetten, hoe effectiever het beleid. De afgelopen maanden hebben bewezen dat onderlinge verdeeldheid alleen maar averechts werkt. Europa zou dan ook moeten stoppen met dat oeverloze vraagstuk of het wel zo’n goed idee is om al die vluchtelingen toe te laten. Het is namelijk een point of no return. Ze zijn er toch wel – zowel het soort dat huilend van dankbaarheid de trein uitstapt, als het soort dat met eten gooit en niet in het uitermate verwelkomende Slovenië wil blijven omdat het daar niet welvarend genoeg zou zijn – dus laten we er maar gewoon het beste van maken. De verplichte herverdeling die gisteren in Brussel werd gerealiseerd, is in elk geval een mooi begin, al moet natuurlijk nog blijken in hoeverre deze maatregel daadwerkelijk tot verbeteringen leidt.

Onder elke boom liggen rotte appels, maar dat is nog geen reden om al die bomen maar meteen te kappen. De kraan staat open en zolang die niet dichtgaat, moeten we toch echt blijven dweilen, schreef columnist Kustaw Bessems al. Heel treffend, want zolang de situatie in en rondom Syrië niet significant is verbeterd, is Europa de beste en voorlopig misschien wel enige plek voor vluchtelingen om een nieuw leven op te bouwen. Zijn we daar allemaal even blij mee? Vast niet. Brengt dat problemen met zich mee? Ongetwijfeld.

Aan het einde van de dag zijn onze landsgrenzen echter ook maar gewoon lijntjes op een kaart, verkregen door oorlog, slavernij, uitbuiting, diefstal en corruptie; precies die dingen waar de Syriërs nu voor vluchten. En zoals Jules Deelder het al eens treffend verwoordde is de wereld, hoe je die ook wendt of keert, toch echt van iedereen.

De foto komt van Freedom House.

Young Critics draait volledig op donaties. Vond je dit artikel van Ari Vogelaar de moeite waard? En wil je graag meer van deze schrijver lezen? Steun ons dan in de vorm van een donatie.

Hieronder kun je iets bijdragen aan het artikel of de discussie aangaan. Ben je het met Ari eens? Waarom wel/niet?