Oh, ik kan echt niet zonder vlees, hoor!

Ik kán niet zonder vlees. Dit is één van de reacties die je standaard te horen krijgt zodra je in een gesprek vertelt dat je vegetariër bent. Er is eerst altijd een moment van awkwardness en ongeloof en daarna beginnen de vragen. Het oneindig aantal vragen, vragen die je al honderd keer hebt moeten beantwoorden in voorgaande vega-gesprekken.

Het onderwerp is potentieel hoogst-explosief in sociale situaties. Je moet razendsnel een inschatting maken in hoeverre je gesprekspartner voldoende open minded is en hoe groot dus de kans op ruzie is. Mensen zijn namelijk meestal niet oprecht geïnteresseerd in je uitleg, maar willen vooral horen waarom jij je anders gedraagt dan de rest en denkt superieur te zijn aan henzelf. Argumenten tegen vleeseten worden dan ook snel gezien als persoonlijke aanvallen.

Vaak roept Het Vega-Onderwerp felle tegenreacties op omdat mensen eigenlijk nooit echt hebben stilgestaan bij waarom zij nu eigenlijk wel vlees eten. Vlees eten doet iedereen, je doet het al vanaf jongs af aan en het hoort gewoon op je bord te liggen. Kortom: het idee dat vleeseten noodzakelijk is zit diep verankerd in onze cultuur. Zeker de wat jongere generatie weet niet beter dan dat er altijd in overvloed vlees beschikbaar is.

Maar laten we er geen doekjes om winden: vlees eten is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Vroeger – ten tijde van de jagers en verzamelaars – was vlees eten natuurlijk niet raar, de behoefte aan eiwitrijk voedsel was hoog. Maar nu, in onze huidige ‘moderne’ samenleving is het een privilege dat wij onszelf in het verleden hebben toegeëigend en dat we momenteel tot in den treure misbruiken. Alleen al in Nederland worden 1,6 miljoen dieren per dag (!)  geslacht, en dat terwijl er talloze alternatieven voor handen zijn.

Mensen lijken vergeten te zijn dat het stukje vlees in de winkel van een levend dier is geweest. Ik betwijfel of iemand nog vlees zou consumeren als het niet zo hapklaar in de winkel zou liggen, maar ze het dier zelf zouden moeten slachten. Of zelfs maar de slacht passief zouden moeten aanschouwen. Als zij daartoe zouden worden gedwongen, zouden zij waarschijnlijk razendsnel hun weg weten te vinden naar de vervangende vegaproducten, die tegenwoordig immers beschikbaar zijn. Het schoonvegen van het geweten kan vandaag de dag een fluitje van een cent zijn.

Ik betwijfel of iemand nog vlees zou consumeren als ze het dier zelf zouden moeten slachten.

Vlees eten is ook heel onlogisch, en wel om drie redenen. Allereerst is het eten van vlees niet noodzakelijk voor de gezondheid. Sterker nog: het is zelfs schadelijk. Vleesconsumptie veroorzaakt bijvoorbeeld hart- en vaatziekten. Vlees heeft verder geen meerwaarde op je bord; alleen voldoende Vitamine B12 binnenkrijgen kan een probleem zijn bij een puur plantaardig dieet, maar die vitamine wordt tegenwoordig standaard aan vegaburgers toegevoegd en is bovendien gewoon in een potje verkrijgbaar. Wie gezond wil zijn kan dus juist maar beter vegetariër, of nog gezonder: veganist worden.

Daarnaast is vleesproductie desastreus voor het milieu. De dierproductieindustrie veroorzaakt meer vervuiling/co2-uitstoot dan alle transportmiddelen (auto’s, vliegtuigen, boten, treinen, vrachtwagens enz.) wereldwijd bij elkaar. Regenwouden worden gekapt om ruimte te maken voor de productie van sojabonen. Niet voor die onschuldige vegaburgers, maar om al dat productievee te kunnen voeren. Er is gemiddeld 9 kilo veevoer/sojabonen nodig voor 1 kilo vlees. Variërend van ongeveer twee kilo voer voor één kilo (plof)kippenvlees , tot dertig kilo voer voor één kilo rundvlees. Zo bezien zijn dieren het meest onpraktische tussenstation van voedselvoorziening die je je kunt bedenken. Een oplossing voor het wereldvoedselprobleem is misschien wel veel makkelijker dan we denken, mits we onze eeuwenoude vleeseet-traditie eens echt met kritische ogen durven te bekijken.

Ten derde vind ik het bewust opsluiten, uitbuiten en slachten van dieren onlogisch in een samenleving die daar ook zonder kan omdat er alternatieven zijn. Wij als ‘superieure’ mensen doen deze dieren veel leed aan, waar dat niet nodig is. Nu hoor ik je al denken: maar die dieren hebben het hier in Nederland toch prima? Nee, sorry, de dieren hebben het hier niet prima. Ook niet de dieren die een sterren-label hebben of anderszins ‘biologisch verantwoord’ worden verzorgd. Ze hebben het marginaal beter, maar niet prima. De dieren die je eet werden bij leven fysiek en mentaal tot het uiterste gepusht en waren onderhevig aan de moderne vormen van efficiëntie en productievergroting. Het dier is geen dier meer, maar een ding/product. Zo staat het in de wet en zo worden ze ook behandeld.

Terug naar het individuele niveau: het daadwerkelijk schrappen van vlees van het menu gebeurt meestal niet over een nacht ijs. Het vegetarisch beginnen te eten kan een lang proces zijn, en als je geen sterke overtuiging hebt en er ook nog eens niemand in je directe omgeving is die je inspireert en informeert, kan het een flinke dobber zijn om motivatie te vinden voor deze verandering. We weten dat de mens een sociaal dier is, en wat andere mensen van ons vinden beïnvloedt daarom ons gedrag enorm. Dit verklaart ook dat ik nou nog nooit iemand tegen ben gekomen die principieel vleeseter is. Hooguit zéggen mensen dat ze al die treehuggende vegetariërs een lesje willen leren, maar bijna niemand staat erop dat al die dieren het verdienen om hoe dan ook afgemaakt te worden. De meeste mensen (op jagers na) hebben gelukkig toch wel een moreel kompas dat hen influistert dat het doden van onschuldige dieren onrechtvaardig is en zij eten dan ook slechts vlees omdat zij dat nu eenmaal gewend zijn. Het is inderdaad moeilijk om vastgeroeste gewoontes op te geven, maar wees dan in ieder geval mans genoeg om te zéggen dat je te lui bent om naar goed geweten te handelen, en kom alsjeblieft niet aan met het slappe excuus dat je ‘echt niet zonder vlees kunt, hoor.’

Foto is van Pay No Mind.