Stinkend rijke zwervers en straatarme rijkelui

Ik vraag me af hoe hij heet. “Arne” komt in me op. Hij heet vast Arne. Ik besef dat ik al een tijdje naar hem aan het staren ben en dat het raar is om te blijven staan, en besluit dat ik maar beter met een pokerface door kan lopen.

Are We The Only Ones

Ik sus het stemmetje dat schreeuwt om nicotine als ik bij de ingang van de appie (gek: Ook al loop je naar buiten, het is altijd een ingang en nooit een uitgang) een eerste haal neem van de sigaret uit mijn gloednieuwe pakje camel light. Ik kijk net als ik wegloop even rechts van me en zie op de ijskoude grond dezelfde man zitten met een gitaar in zijn handen als toen ik snel de supermarkt in was gelopen. Hij merkt me niet op, en blijft met een glimlach en gesloten ogen zingen voor zijn eten.

Ik vraag me af hoe hij heet. “Arne” komt in me op. Hij heet vast Arne. Ik besef dat ik al een tijdje naar hem aan het staren ben en dat het raar is om te blijven staan, en besluit dat ik maar beter met een pokerface door kan lopen. Je hoort niet te blijven staan kijken. Terwijl ik wegloop, denk ik aan de verplichtingen die me nog staan te wachten die dag. Mijn mobiel blijft maar trillen om aandacht en ik krijg het benauwd.

Ik loop naar de metro en glip gelukkig net voordat de deuren gewetenloos dicht slaan binnen. Ik kijk triomfantelijk om me heen: goede timing. Het trillen in mijn zak gaat maar door en mijn hart begint sneller te kloppen. Ik ga zitten. Ik zet vervolgens mijn smartphone uit en ben blij dat ik even kan ontsnappen uit deze virtuele robotwereld.

Als ik eenmaal op school aankom hoor ik dat ik een opdracht in had moeten leveren voor 12:00. Kut. Te laat. “Hoe had ik dit kunnen weten?”  vraag ik. Met een ongelovige blik kijkt mijn werkgroepdocent me aan en wijst me op het mailtje dat hij 3 dagen geleden had verstuurd. Wanneer ik zeg dat ik een tijdje niet op mijn laptop heb gekeken omdat mijn wifi het niet deed, wordt mij verteld dat dat natuurlijk geen argument is. “Je hebt toch een mobiel?” Ik denk aan Arne. Arne heeft vast geen mobiel.

Ik ga daarna snel naar dezelfde appie als die ochtend om sigaretten te kopen en besef me pas als ik vraag om het pakje camel light dat ik mijn id-kaart ben vergeten. “Sorry mevrouw, dan kunnen wij het u niet meegeven. Dat zijn de regels, u kent ze.” Ik knik begrijpend ja, en loop naar buiten. Ik kijk vanuit mijn ooghoek naar Arne met zijn gitaar en gesloten ogen en loop snel door. Tram pakken, dat moest. Ik haal netjes mijn ov-chipkaart uit mijn portemonnee en check in, en -zoals de vrouwelijke stem mij altijd netjes vertelt niet te vergeten- check ik uit. Zoals het hoort. “Sorry” piep ik wanneer ik bij het uitstappen een vrouw aanstoot. Als ik thuis kom zoek ik mijn id-kaart. Wanneer ik hem na 2 paniekaanvallen en 1 AH NEE-kreet dwars door mijn lege huis nog steeds niet kan vinden zet ik mijn smartphone aan.

Een gevoel van onbehagen en verplichtingen stroomt door me heen wanneer ik de whatsappjes, mails en facebookmeldingen zie binnenstromen. Ik lees het mailtje van de docent en maak mezelf nog kleiner. Ik had het allemaal beter kunnen doen.

Wat had ik graag naast de rustige Arne plaats willen nemen en mijn ogen dicht gedaan. Wat zou ik graag op de koude vloer voor de Albert Heijn hebben gezeten en alle ontevreden mensen met haast in en uit de appie zien lopen. Elke cent die boos mijn kant opgegooid zou zijn, zou ik vrolijk in mijn zak hebben gestoken. De nadruk zou liggen op verdiensten en niet op falen. Ik zou mezelf laten belonen in plaats van laten straffen. Onze maatschappij traint ons zo, dat wij het niet door hebben wanneer we met regels een stukje kleiner worden gemaakt. Hoe meer regels, hoe vaker wij die (vaak per ongeluk) niet volgen, hoe slechter wij onszelf gaan beoordelen en hoe meer wij ons best gaan doen om de volgende regel die op ons pad komt te volgen. Slim.

Arne begreep dit, hij zag de toenemende wallen van de mensen naarmate de dag vorderde. Hij zag de paniek op het moment dat de appie zijn deuren dicht sloeg en mensen net wat te laat aan kwamen, faalden. Hij zag hoe mensen met meer dan zij konden dragen de winkel uit liepen en dezelfde dag nog terugkwamen om meer te kopen om de leegte te vullen. Hij zag mij, een jonge studente, zowel in de ochtend als in de middag stress-sigaretten kopen en zichzelf niet toestaan om even te stoppen en naast hem te gaan zitten.

Ik heb het niet gedaan en besef dat ik het ook nooit zou doen. ‘Arme Arne’ heeft zich kunnen onderscheiden van deze maatschappelijke ziekte. Ik, een geprivilegieerd mens, niet.

Zo hoort het nou eenmaal.

De foto is van Jeremy Brooks.
Macbook Pro
* Intel Core i7 (3.8GHz, 6MB cache)
* Retina Display (2880 x 1880 px)
* NVIDIA GeForce GT 750M (Iris)
* 802.11ac Wi-Fi and Bluetooth 4.0
* Thunderbolt 2 (up to 20Gb/s)
* Faster All-Flash Storage (X1)
* Long Lasting Battery (9 hours)
Help ons groter worden!
Onze site is gratis voor iedereen en dat willen we graag zo houden. Graag willen we je vragen onze facebookpagina leuk te vinden. Zo kunnen wij blijven groeien en mis jij geen van onze artikelen! Alvast bedankt en veel leesplezier, het Young Critics-team :-)
YOUNG CRITICS
Non-actief
Op dit moment wordt geen nieuwe content geplaatst op de site. We zijn op de achtergrond bezig met reorganiseren van onze redactie- en publicatiestructuur. In de tussentijd kun je uiteraard onze oude stukken gewoon op de site lezen. Tot snel! Het YC-team.
Bedankt, we nemen z.s.m. contact met je op.