Nog even over status

Iemand die weinig financiële middelen tot zijn of tot haar beschikking heeft, of iemand die een baan heeft waar geen universitaire opleiding voor nodig is, genieten automatisch minder status dan zij die dat allemaal wel hebben. Waardoor komt onze verslaving aan anderen? Waarom vergelijken we onszelf met anderen?

“Ik wou dat ik een miljoen op mijn rekening had staan, wat zou ik dan gelukkig zijn!”
“Jij zal wel zo’n gelukkig mens zijn he? Met je mooie baan en huis. Je hebt alles wat je kan wensen! “
“Hij heeft zijn opleiding niet afgemaakt? Pff! Wat een nobody!”

Laatst had ik een argument met iemand over langer studeren. Ik vertelde een verhaal over iemand die door omstandigheden ervoor gekozen had in het huidige schooljaar wat vakken te laten liggen en vrijwillig een jaar langer over zijn studie te doen. Met als reden dat hij dan alles rustig af zou kunnen ronden en zijn diploma zou behalen. Belachelijk vond mijn discussie-tegenstander het. “Je verspeelt de kansen die je hebt gekregen! Je had dan een baan kunnen hebben en goed geld kunnen verdienen! Wat een aansteller.”

Vooroordelen, kortzichtigheid, tunnelvisie en statusangst. Ze sieren onze samenleving met verve tegenwoordig. Miljarden-bedrijven zijn uit de ‘status’ van een persoon geboren (even mijn status updaten) en menig oordeel wordt over een persoon geveld. De westerse idealen van status zijn dezer dagen gefundeerd op financiële gezondheid en succes. Iemand die weinig financiële middelen tot zijn of tot haar beschikking heeft, of iemand die een baan heeft waar geen universitaire opleiding voor nodig is, genieten automatisch minder status dan zij die dat allemaal wel hebben. Waardoor komt onze verslaving aan anderen? Waarom vergelijken we onszelf met anderen?

Vooroordelen, kortzichtigheid, tunnelvisie en statusangst. Ze sieren onze samenleving met verve tegenwoordig.

Stel je het volgende eens voor; Je bent begin dertig en je hebt een kindje, mooie echtgenoot, fijn huisje, prima baan en je wordt op een dag uitgenodigd voor een basisschool reünie. Gezellig! Je besluit er naartoe te gaan en je hebt een hele gezellige avond. Je praat wat bij over vroeger en uiteindelijk kom je op de vraag: “Wat doe jij nu zoal?”. Na het stellen van deze vraag krijg je als antwoord van je klasgenoot dat die nu multimiljonair is en de CEO van een groot bedrijf is geworden. Bij veel mensen komt dan de gedachte op ‘verdomme, hij heeft het beter dan ik!’. Dat dit enkel te wijden is aan jaloezie is te kort door de bocht naar mijn idee. Het statement dat je klasgenoot het beter heeft dan jij of omgekeerd, het statement dat jij het in je rijtjeshuis beter hebt dan iemand in een kleiner flatje, is het product van ruim twee honderd jaar maatschappelijke drang om ‘beter’ te worden.

Sinds het begin van de 19de  eeuw (en eigenlijk al eerder) begonnen wij als maatschappij de klassenverdeling van boer, edelman en geestelijke wat minder tof te vinden. We waren het zat om constant gedoemd te zijn tot een bepaalde klasse. Waarom kon een boer geen hoger onderwijs genieten? Waarom was het de edelman die het grove geld verdiende en moesten wij hard werken? Ik ben toch ook een mens en heb toch ook recht op deze kansen? Uiteindelijk begon dit gedachtegoed van gelijke kansen door te sijpelen naar alle delen (en toen ook nog lagen) van de samenleving. Door de Industriële Revolutie, waardoor er meer werk en meer kansen tot groot geld dan ooit tevoren beschikbaar waren, kreeg dit gedachtegoed nog een flinke schop vooruit. Het stellen van deze vragen en het handelen naar onze visies heeft er uiteindelijk tot onze huidige samenleving geleid: Een democratische meritocratie; een samenleving waarin iedereen een stem heeft, waar de meerderheid bepaalt en wat gebaseerd is op gelijke kansen voor iedereen en geregeerd door diegenen die het verdienen.

Waarom was het de edelman die het grove geld verdiende en moest de boer hard werken?

Ikzelf ben een groot voorstander van deze samenleving. Het creëert mogelijkheden tot banen en goed onderwijs voor iedereen. Niemand wordt onderdrukt of in een klassiek klassensysteem geplaatst (als je uitgaat van de eigenlijke definities). Ieder kind heeft recht op dezelfde kansen. Het levert hele mooie taferelen op binnen onder andere het onderwijs en de wereld van entrepreneurs die iets willen oprichten. De kansen zijn er en dienen benut te worden. En als je de gegeven kansen benut, dan verdien je het om daar met grote rijkdom en status van te genieten.

Toch kleeft er naar mijn idee een nare nasmaak aan de meritocratie. Namelijk dat als een bepaald persoon niet de kansen die hij, volgens de maatschappij AKA de democratische meerderheid, niet benut heeft, dan krijgt hij het stempel van een loser. Mensen die rijkdom verworven hebben en die in de ogen van de maatschappij iets toegevoegd hebben aan diezelfde maatschappij genieten een hogere status en meer aanzien dan de mensen die dat niet hebben. En ik praat niet alleen op het niveau van President Obama, de Paus of Mick Jagger, maar ook op het niveau van de basisschool reünie . Mensen zijn meer geïnteresseerd in die miljonair dan in de man met het rijtjeshuis, die het in de eerste instantie ook gewoon goed voor elkaar heeft.

Een rijke en succesvolle status genieten is tegenwoordig vastgebonden aan gelukkig zijn en ‘goede’ mensen.

We adoreren de miljonair en kleineren diegenen die het niet zo ‘goed’ hebben en misschien nog wel erger; we kleineren onszelf net zo hard mee. Het beeld van de miljonair en de druk om te presteren hebben voor een sluipend gevoel van angst gezorgd die door menig persoon heen glijdt. Angst om te falen. Angst om niet succesvol te worden, want dan heb je niet alle kansen gegrepen die het leven je te bieden heeft, en 1 van de ergste angsten van allen: Angst om wat anderen van je zullen vinden en zeggen. Angst om geen status te verkrijgen die in eerste instantie toch al verwerpelijk is.

Een rijke en succesvolle status genieten is tegenwoordig vastgebonden aan gelukkig zijn en ‘goede’ mensen. Wat in elk opzicht een niet te trekken vergelijking is. De man met de grootste ziel kan een vuilnisman zijn en klein wonen terwijl hij die tien huizen en miljoenen heeft niks meer van een ziel over heeft. Hij die miljoenen heeft kan zo depressief zijn dat hij niks anders wilt dan sterven. Rijkdom/succes, gelukkig zijn en mensen ten opzichte van elkaar zijn geen termen die samengevoegd dienen te worden. Keizer Augustus zij ooit: “Ik zou al mijn rijkdom en macht opgeven voor 1 dag rust”. Hij die miljoenen op zijn bankrekening heeft staan kan zo depressief zijn dat hij enkel wilt sterven, terwijl hij die enkel de kleren aan zijn lijf heeft in de bloei van zijn leven staat. Hij die tien huizen heeft kan de kleinste ziel hebben terwijl hij die tien euro heeft de grootste vriendelijkheid zelve kan zijn.

De meritocratie is een mooi cadeau. Iedereen verdient kansen. En ik denk dat deze samenleving mooier wordt als we ophouden de mensen te benadelen die niet in staat zijn geweest alle kansen te benutten. Als we ophouden alles naar andere mensen toe te schuiven, als we ophouden met kortzichtig be- en veroordelen, en als we eens een keer beginnen en eindigen bij onszelf, dan denk ik dat we met zijn allen een stukje gelukkiger worden.

De foto komt van Ken Teegardin.
Macbook Pro
* Intel Core i7 (3.8GHz, 6MB cache)
* Retina Display (2880 x 1880 px)
* NVIDIA GeForce GT 750M (Iris)
* 802.11ac Wi-Fi and Bluetooth 4.0
* Thunderbolt 2 (up to 20Gb/s)
* Faster All-Flash Storage (X1)
* Long Lasting Battery (9 hours)
Help ons groter worden!
Onze site is gratis voor iedereen en dat willen we graag zo houden. Graag willen we je vragen onze facebookpagina leuk te vinden. Zo kunnen wij blijven groeien en mis jij geen van onze artikelen! Alvast bedankt en veel leesplezier, het Young Critics-team :-)
YOUNG CRITICS
Non-actief
Op dit moment wordt geen nieuwe content geplaatst op de site. We zijn op de achtergrond bezig met reorganiseren van onze redactie- en publicatiestructuur. In de tussentijd kun je uiteraard onze oude stukken gewoon op de site lezen. Tot snel! Het YC-team.
Bedankt, we nemen z.s.m. contact met je op.