Een stem uit de zee

Een plons water zorgt ervoor dat ik ruw gewekt word uit mijn lichte slaap. Ik wil me boos maken maar de verbijstering wint het. Waar de boot net nog zo rustig was, is het nu chaos. Geschreeuw. Hulpgeroep klinkt van alle kanten. Het water slaat aan de linkerkant van de boot telkens over de rand. Mannen proberen uit alle macht het water met hun handen weer over boord te gooien. Tevergeefs.

drowned

Nieuws verveelt op een gegeven moment. Vooral als het telkens hetzelfde lijkt. Het doet ons weinig of niks meer: geld ingezameld hier, redding daar, doden die langzaam naar de achtergrond drijven. Oud nieuws. We worden vergeten, we zijn vergeten, we blijven vergeten. Nu een keer door mijn ogen.

Turend kijk ik in de verte, een verte vol zee. Ik hoopvol, mijn vrouw angstig. Nigisti, de liefde van mijn leven. Wat is ze mooi! Met twee handen pak ik haar linkerhand en druk hem tegen me aan. Hij trilt en voelt klam. Hoewel het nog vroeg in de ochtend is, verraadt de warmte al dat het een hete dag gaat worden. Ik kijk om me heen voor een beschutte plek maar die zijn al ingenomen. Als aasgieren op aas, zijn de mensen op bomen en andere beschutte plekken neergestreken. Mijn blik verlegt zich naar Nigisti. In haar armen zit het kostbaarste wat ik me kan indenken. Onze jongen, slapend en van geen kwaad bewust. In mijn gedachten zie ik mijn Almaz al helemaal groot geworden, studeren, een vol leven.

Nigisti stoot me zachtjes aan: ‘’Hij is er.” Ik schrik op uit mijn gedachten. Mijn hart klopt opeens sneller dan het ooit gedaan heeft. Waar we al uren op stonden te wachten, is nu opeens tastbaar dichtbij. Het lijkt kleiner dan ik had gedacht. Ik kijk achter me. De hoeveelheid mensen die ondertussen is toegestroomd, was me niet eens opgevallen. We worden langzaam in de richting van het gammele ding geduwd door de stroom mensen die de aankomst ook al gesignaleerd hadden. Met de linkerhand van Nigisti, die ik nog steeds stevig vast heb, help ik haar aan boord. De man die de kapitein blijkt te zijn, helpt aan de andere kant. Glimlachend heet hij ons welkom aan boord. Ik probeer mijn mondhoeken omhoog te krijgen, maar het resulteert in een vreemd lachje. Vlug spring ik er zelf achteraan. Aan de zijkant zie ik nog een zitplaats. Ik worstel me door de mensen heen met Nigisti voor me uit duwend. Als Nigisti zit en ik naar haar gezicht kijk, kan ik er niets vanaf lezen. Haar donkere ogen staren in het niets. Almaz slaapt gelukkig nog steeds. Ik wilde dat dit voorbij was, voor haar en Almaz. Ik laat me op mijn knieën zakken, voor haar voeten. De motor die begint te pruttelen, laat weten dat de tocht begint. Mijn mond voelt droog. Ik pak het flesje water dat we meegenomen hebben en neem er een klein slokje uit. De kapitein schreeuwt wat onverstaanbaars naar een paar donker geklede mannen die op de kant staan. Een van hen geeft alleen een knikje terug. Ik herken de man. Dit is de man bij wie ik bijna al mijn spaargeld moest brengen voor deze overtocht. Mijn hartslag die nog steeds niet gedaald is, irriteert me. Dit is de enige uitweg naar beter. Geen weg terug.

De gammele boot wordt voorzichtig in de richting van de open zee gestuurd die al loerend op ons lag te wachten. Waar gewoonlijk het water me rustig maakt, jaagt het mijn hartslag alleen maar omhoog. De boot ligt gevaarlijk diep in het water, maar het gaat. Steeds verder verdwijnen we van ons geboorteland. Het land waar ik met hart en ziel van houd. Over het gezicht van Nigisti zie ik een traan rollen. Ik moet slikken om de brok in mijn keel te laten verdwijnen. De brok lijkt muurvast te zitten. Mannen huilen niet. Nooit. Het is vrij rustig op de boot. De meeste mensen hebben het zich gemakkelijk gemaakt voor zover mogelijk. Het gebrom van de motor doet me wegdoezelen.

Een plons water zorgt ervoor dat ik ruw gewekt word uit mijn lichte slaap. Ik wil me boos maken maar de verbijstering wint het. Waar de boot net nog zo rustig was, is het nu chaos. Geschreeuw. Hulpgeroep klinkt van alle kanten. Het water slaat aan de linkerkant van de boot telkens over de rand. Mannen proberen uit alle macht het water met hun handen weer over boord te gooien. Tevergeefs. Bij elke poging slaat er weer een nieuwe golf over de rand. Huilende moeders duwen hun kinderen beschermend tegen hun borst. Het water stroomt snel de boot in. Pure angst schiet uit de ogen van alle mensen. Het geschreeuw en gegil gaan door merg en been. Opeens zwart. Zo zwart als de nacht.

Waar ben ik? Verwilderd kijk ik om me heen. Zee. Golven. Mijn naam. Ik hoor mijn naam. Nigisti. Ik zie haar verderop vlakbij een boot. Daar moet ik ook naartoe, schiet het door me heen. Waar is Almaz? Ik zie dat Nigisti aan boord van de boot wordt getrokken. Met alle kracht die nog in me is, probeer ik naar de boot te zwemmen. Hoeveel meter zou het nog zijn? 15, misschien 20? Het water is verkleumend koud. Een golf slaat over me heen. Kokhalzend kom ik weer boven. Het zoute water brandt in mijn keel. Nigisti schreeuwt mijn naam. Ik wil terugroepen dat ik eraan kom, maar mijn stem doet niet wat ik wil. Ik kan niet meer. Ik probeer grote slagen te maken, maar de golven duwen me terug. Weer ga ik onder. Een snik. Nigisti, denk ik. Een golf. En nog een.

Deze foto komt van Natesh Ramasamy
Macbook Pro
* Intel Core i7 (3.8GHz, 6MB cache)
* Retina Display (2880 x 1880 px)
* NVIDIA GeForce GT 750M (Iris)
* 802.11ac Wi-Fi and Bluetooth 4.0
* Thunderbolt 2 (up to 20Gb/s)
* Faster All-Flash Storage (X1)
* Long Lasting Battery (9 hours)
Help ons groter worden!
Onze site is gratis voor iedereen en dat willen we graag zo houden. Graag willen we je vragen onze facebookpagina leuk te vinden. Zo kunnen wij blijven groeien en mis jij geen van onze artikelen! Alvast bedankt en veel leesplezier, het Young Critics-team :-)
YOUNG CRITICS
Non-actief
Op dit moment wordt geen nieuwe content geplaatst op de site. We zijn op de achtergrond bezig met reorganiseren van onze redactie- en publicatiestructuur. In de tussentijd kun je uiteraard onze oude stukken gewoon op de site lezen. Tot snel! Het YC-team.
Bedankt, we nemen z.s.m. contact met je op.