Haal me weg van hier

'Pak mijn hand, dementie heb je samen; de film.' Waar mevrouw Jellema naar ze zegt snel bijgetrokken was van de schrik bij het zien van al die zielige mensen die brabbelden, lagen te slapen of gewoon voor zich uit staarden, ziet de kijker mensen die hulpeloos in het niets kijken.

“Nee, ik kan je niet op de afdeling laten. Ook niet als je oma hier een paar jaar heeft gezeten.”

Aan een tafel op vijf meter van de receptie zit een man van halverwege de dertig met zijn oma te praten. In een verzorgingstehuis lijken gesprekken vooral te bestaan uit herhalingen, zo ook bij de kleinzoon. “Zal ik je even overeind zetten?”, twee keer. “Zo beter?”, drie keer. “Beter dan de rolstoel hè?” Zonder antwoord te krijgen geeft hij het op.

Ik kijk de receptioniste aan. “Mijn oma zat hier twee jaar lang op de afdeling de Morgenster, ik zou graag nog een keer rondkijken op de afdeling, mensen die er toen ook al zaten gedag zeggen en kijken of de verzorgsters zich haar misschien kunnen herinneren”, zo probeer ik haar over te halen. Een tikkeltje ongeïnteresseerd kijkt de receptioniste van verzorgingstehuis Altenahoven, in de volksmond ironisch genoeg ook wel ‘Het Verlaat’ genoemd, me aan vanachter de veilige haven van de toonbank. Atie Vroegh staat op het bordje. De strenge bob, geverfd in een kleur die hangt tussen zwart en rood en de bril met een zwaar montuur, maken het gesprek er voor mij gevoelsmatig niet makkelijker op. “De openbare gangen mag je doorlopen, in de ontvangstruimte mag je ook zitten, maar ik laat je niet op de afdelingen, ook niet die waar je oma zat.”

Bij binnenkomst van Het Verlaat staat een display dat reikt tot aan het plafond. ‘Pak mijn hand, dementie heb je samen; de film’ wordt afgespeeld.

In de ontvangstruimte bekijk ik de bijna negen minuten durende film die begint met de zin: een op de vijf mensen krijgt te maken met dementie. Mevrouw Jellema vertelt in het filmpje over haar zus, mevrouw Calkoen, die verblijft in ‘Het Verlaat’. Een in eerste instantie mooi filmpje over de verschrikkingen die dementie met zich meebrengt, ontpopt zich vanzelf een promotiefilmpje. Waar mevrouw Jellema naar ze zegt snel bijgetrokken was van de schrik bij het zien van al die zielige mensen die brabbelden, lagen te slapen of gewoon voor zich uit staarden, ziet de kijker mensen die hulpeloos in het niets kijken.

Opkijkend van mijn scherm blik ik de ontvangstruimte in. Aan elke tafel zit een groepje mensen. Familieleden die hun geweten komen sussen door gezamenlijk een kopje koffie te drinken. Aan de tafel direct aan mijn rechterzijde zit een man onderuitgezakt in een semi-automatische rolstoel. Zijn hoofd is mijn richting op gekanteld. De familieleden lachen met elkaar en kijken niet naar de ongemakkelijke positie van de meneer. Ik hoor ze praten over hem, hoe het steeds erger wordt en dat ‘de lol er nu toch wel vanaf is’. De man kijkt me aan, en vanuit een instinct dat gestoeld is op menselijke interactie lach ik naar hem en probeer door een halfslachtige begroeting een reactie te krijgen. Ik krijg niks terug. De vrouw van het gezelschap spreekt de eerste woorden tegen de man: “Ik ga jou eens even wegbrengen.” De twee mannen die ook aan tafel zitten nemen niet de moeite gedag te zeggen.

De gang richting de afdeling waar mijn oma zat ziet er doods uit. De overige gangen lijken te schreeuwen dat ze er nog iets van proberen te maken, maar richting afdeling De Morgenster lijkt het een verloren zaak. Voor de deur blijf ik staan, kijk om richting de receptie en weer naar de deur. Met mijn ogen open en de deur dicht bewandel ik de gang richting de stoel aan het raam waar mijn oma altijd naar niks aan het kijken was. Uiteindelijk was in die stoel het kattige vrouwtje dat mijn vader regelmatig aan me beschreef, verdwenen. Vaak keek ik naar mijn vader terwijl hij naar haar keek, herinneringen en verdriet, terwijl hij probeerde contact te leggen door haar hand aan te raken. Als hij het echt niet meer wist zei hij: “Moe, pafke?” Waarop ze ons zonder tegenstribbelen volgde naar het terras waar de laatste zonnestralen op haar schenen en ze naar niks keek, niet meer wetend hoe ze moest roken. Zonder de klink van de deur aan te raken draai ik me om en loop langs de bezinningsruimte en het Beauty Center weg van hier.

De kleinzoon klapt alle hulpmiddelen die op de rolstoel zitten aan de kant en trekt zijn oma overeind. Hij houdt haar in zijn armen. Haar armen, die rusten op zijn borst trillen. Ze knuffelen een paar minuten in deze houding die omgekeerd en stabiel had moeten zijn. “Ga je weer zitten?” vraagt de kleinzoon. “Kom maar, dan doen het zo nog een keer.” Als ze zit maakt hij nog even snel een selfie, waarbij de oma niet in de camera kijkt.

Vanuit de ontvangstruimte kijk ik naar buiten, waar mijn bus straks richting huis zal staan. Op de muur staat in witte letters ‘HOME’. Ik denk aan de mevrouw die bij mijn oma op de afdeling zat. Wanneer ik langskwam liep ze direct op me af, en vroeg me op een fluistertoon hoe ik hier was gekomen. Elke week vertelde ik haar dat ik met de auto was gekomen. Dan pakte ze mijn hand beet en vroeg me elke week hetzelfde: “Wil je me naar huis brengen alsjeblieft?”

De foto komt van Kevin Dooley.
Macbook Pro
* Intel Core i7 (3.8GHz, 6MB cache)
* Retina Display (2880 x 1880 px)
* NVIDIA GeForce GT 750M (Iris)
* 802.11ac Wi-Fi and Bluetooth 4.0
* Thunderbolt 2 (up to 20Gb/s)
* Faster All-Flash Storage (X1)
* Long Lasting Battery (9 hours)
Help ons groter worden!
Onze site is gratis voor iedereen en dat willen we graag zo houden. Graag willen we je vragen onze facebookpagina leuk te vinden. Zo kunnen wij blijven groeien en mis jij geen van onze artikelen! Alvast bedankt en veel leesplezier, het Young Critics-team :-)
YOUNG CRITICS
Non-actief
Op dit moment wordt geen nieuwe content geplaatst op de site. We zijn op de achtergrond bezig met reorganiseren van onze redactie- en publicatiestructuur. In de tussentijd kun je uiteraard onze oude stukken gewoon op de site lezen. Tot snel! Het YC-team.
Bedankt, we nemen z.s.m. contact met je op.